Longread: De community coach

Reflecties op gemeenschappelijk wonen van ouderen als opmaat tot een pleidooi voor een nieuw type sociale professional

ActivAge deed onderzoek naar het leven van oudere migranten die wonen in een eigen woongemeenschap. We wilden weten wie deze ouderen zijn, hoe zij het gemeenschappelijk wonen ervaren en wat het hen brengt (Penninx en Witter, 2013). We spraken met ouderen met een Surinaamse, Indische, Turkse of Chinese achtergrond. We hoorden veel blije verhalen: “Hier kom je steeds weer terug bij het veilige.” “Het is hier net een grote familie.” “Van gezellig word je gezond.”

Conclusies

Het onderzoek bracht vier conclusies:

  • Woongemeenschappen zijn een cadeautje voor de samenleving.
  • Woongemeenschappen zijn burgerinitiatieven en geen voorzieningen.
  • Ook kwetsbare burgers kunnen een woongemeenschap oprichten (met hulp).
  • Een nieuw type sociale professional kan daarbij helpen. We noemen deze de community coach.

Veel goeds

De opdrachtgever van dit onderzoek, Stichting het Maagdenhuis te Amsterdam, wil het gemeenschappelijk wonen van oudere migranten een impuls geven. Daar zijn goede redenen voor. Het aantal niet-westerse oudere migranten (55+) zal de komende decennia met een vijfvoud toenemen naar zo’n 900.000 personen. Een groot deel van deze mensen heeft een zwakke maatschappelijke positie. Veel oudere migranten koesterden lange tijd een droom: terugkeer naar het land van herkomst. Deze droom maakt steeds meer plaats voor een nieuwe droom: samen oud worden in Nederland. Gemeenschappelijk wonen is de woonvorm die daar bij uitstek geschikt voor is. Er zijn inmiddels zo’n 60 woongemeenschappen van oudere migranten in Nederland, het merendeel zit in de grote steden. Ze brengen de ouderen veel goeds: gezelligheid, veiligheid en geborgenheid, ontmoeting, maatschappelijke participatie, informele steun en zelfredzaamheid.

Ergernis en verbazing

Het onderzoek startte voor een deel uit ergernis en verbazing. Ergernis en verbazing over het feit dat het soms wel tien jaar kan duren voordat een startende groep zijn droom gerealiseerd ziet in de nieuwe woonomgeving. Dat trekken maar weinig mensen. Woonsaem vroeg ons om na te gaan of het mogelijk is om dit proces te versnellen en wat daarvoor nodig is.

  • We deden literatuurstudie naar succes- en faalfactoren in het ontwikkelingsproces;
  • We zochten naar werkzame principes door te praten met bewoners van drie succesvolle woongemeenschappen;
  • We hielden aanvullend diepte-interviews met 8 bewoners en hun kinderen;
  • We spraken met ervaren bewonersadviseurs en externe partijen;
  • In vijf pilots ontwikkelden we begeleidingsvormen voor vraagverheldering en activering;
  • En we schreven een routemap voor 55-plussers die een eigen initiatief tot gemeenschappelijk wonen willen nemen: Woondromen 55+. Klik hier  voor meer informatie en bestellen.

Wat is een woongemeenschap?

Bewoners en andere betrokkenen bij gemeenschappelijk wonen geven aan dat er geen eenduidige definitie bestaat van een woongemeenschap. Zelfs overkoepelende organisaties als de Nederlandse Federatie Gemeenschappelijk Wonen en zijn Vlaamse evenknie Samenhuizen hanteren verschillende definities. Wij Nederlanders leggen meer nadruk op de rechten van bewoners, bijvoorbeeld het recht om zelf nieuwe bewoners te mogen toelaten. De Vlamingen noemen vooral het realiseren van sociale meerwaarde.

Wij hanteren een definitie die aan de ene kant heel open is, maar toch ook enkele minimale kenmerken bevat:

 Gemeenschappelijk wonen is wonen in een gemeenschappelijk gebouw of een aangrenzende reeks woningen, op grond van de wens van de bewoners om met gelijkgestemden te wonen, op basis van zelfsturing, groepsvorming en een zekere mate van nabuurzorg.

Over dat laatste, nabuurzorg, is veel te doen. Nabuurzorg duidt op burenhulp, maar ook op mantelzorg. De groep gaat zelf over de mate waarin bewoners voor elkaar zorgen, maar zorg voor elkaar hoort erbij. Gemeenschappelijk wonen is niet het stapelen van rechten; het gaat ook om verantwoordelijkheid nemen. Voor jezelf en voor de gemeenschap. Een woongemeenschap is geen eiland in de samenleving. Ik kom hier nog op terug.

Vakmanschap bewonersadviseur

Deze visie en deze definitie hebben gevolgen voor het vakmanschap van de bewonersadviseur. Drie typen competenties zijn nodig:

  1. Kennis van en affiniteit met de doelgroep. De adviseur moet kunnen aansluiten bij de leefwereld van de doelgroep. Kunnen inspelen op hun vraag. Gebruik maken van hun kracht. Het ‘er zijn voor elkaar’ (en de grenzen daarvan) bespreekbaar kunnen maken. Om dat te kunnen moet je het nodige weten van de culturele achtergronden, de waarden en normen van de groep.
  2. Vaardigheden in het begeleiden van groepen bij gemeenschapsvorming. Het gaat hier vooral om hulp bij het proces van groepsontwikkeling en identiteitsvorming. Ook helpt de adviseur de groep bij het mobiliseren van alle interne en externe hulpbronnen. Kennis, vaardigheden, netwerken en een beetje geld. Daar draait de motor op.
  3. Woontechnische begeleiding. Het gaat om kennis van bouwkundige aspecten, huisvestingsbeleid, financiën en juridische aspecten. De adviseur is zelf specialist of schakelt specialisten in. De adviseur zorgt ervoor dat deze kennis goed gedoseerd wordt overdragen en helpt de groep bij het leggen van contacten met instanties.

Community coach

Moet de adviseur die dit allemaal kan nog geboren worden? Deels wel, deels niet. Gelukkig zie ik overal in het sociaal domein een zoektocht naar een nieuw soort sociale professional, die past bij dit profiel. Laten we zeggen: ergens tussen het klassieke maatschappelijk werk en het opbouwwerk in. Ik zou die nieuwe sociale professional een ‘community coach’ willen noemen. De community coach helpt mensen bij het realiseren van maatschappelijke dromen.

De community coach helpt mensen bij het realiseren van maatschappelijke dromen

Niet alleen woongemeenschappen, ook andere burgerinitiatieven, zoals bewonersondernemingen en zorgcoöperaties, helpt hij of zij vooruit. De community coach legt verbindingen tussen kwetsbare en sterke burgers. Tussen burgers en instituties. De community coach hanteert met gemak een breed rolrepertoire, net wat de groep op dat moment nodig heeft. Een vraagbaak, een netwerker, een mobilisator, een pleitbezorger, een bruggenbouwer, een activist, een onderzoeker. De community coach die een woongemeenschap op weg helpt, moet ongelooflijk goed thuis zijn in het lokale krachtenveld van wonen, zorg en welzijn; dus liever geen ingevlogen consultant van buiten de lokale gemeenschap.

Legitimatie

Professionele community coaching moet worden betaald. De meeste oudere migranten hebben dat geld niet. Maar geld is meestal niet het probleem. Wat woongroepen vooral nodig hebben is hulp bij het positioneren van hun initiatief bij andere buurtbewoners, overheid en instanties. Dat heeft te maken met beeldvorming. Dat eiland waar ik het net over had.
Het beeld van woongemeenschappen is vaak dat daar mensen wonen die het goed voor elkaar hebben: voor zichzelf. Samen voor ons eigen, een beetje lullig gezegd. Alleen maar bezig met eigen rechten en gewin. Dit beeld zadelt onze oudere migranten – bij sommigen toch al niet zo hoog in de peilingen – op met een legitimatieprobleem. Waarom zou er gemeenschapsgeld gaan naar hun woongroepen?

Rode loper

Welnu, mijn eerste stelling was dat woongemeenschappen, zeker als zij kwetsbare mensen herbergen, cadeautjes zijn voor de samenleving. Startende groepen hebben dat vaak totaal niet door. Ze denken dat ze om een gunst vragen bij de gemeente of een woningcorporatie die ze nodig hebben bij hun project.

Startende woongroepen denken vaak dat ze om een gunst vragen bij de gemeente of een woningcorporatie

Maar het is ook andersom. Woongemeenschappen brengen overheden en maatschappelijke instituties dichter bij hun doel. Ze zouden met de rode loper ontvangen moeten worden. Een van de belangrijkste taken van de community coach is de groep hiervan bewust maken.

Cadeautjes

Ik noem een paar cadeautjes aan de gemeenschap:

  • Voorzorg. Door te gaan samenwonen nemen ouderen op tijd maatregelen, waardoor zij (toekomstige) zorgbehoeften uitstellen of verminderen; welzijn voorkomt zorg.
  • Informele zorg. Oudere migranten doen hier heel luchtig over, het is iets vanzelfsprekends. Er wordt op grote schaal burenhulp gegeven en ook in de mantelzorg ontstaat een nieuwe zorgmix, waarbij (naast de kinderen) de ouderen elkaar ook onderling helpen. Bij het invullen van formulieren, eten brengen bij een zieke, elkaar naar het ziekenhuis brengen.
  • Bonding en bridging. De groep ontwikkelt een eigen identiteit en een zekere organisatiegraad. Dat noemen we bonding. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht leidt dat niet tot naar binnen gerichtheid. Integendeel! Nieuw levensplezier en zelfvertrouwen versterken de neiging van bewoners om een brug naar de buitenwereld te slaan. Bridging dus. “Vroeger kwam ik nooit buiten” zei een Marokkaanse vrouw, “Nu maak ik iedere week een uitstapje met mijn nieuwe vriendinnen.”
  • Waardecreatie voor de wijk. In het verlengde hiervan ligt het volgende cadeautje: waardecreatie voor de wijk: de woongemeenschap kan het sociale weefsel in de wijk versterken. De Turkse groep die wij spraken ontwikkelt een soort buurtkamer waar ook andere ouderen uit de buurt welkom zijn. De Surinaamse ouderen van Wi Makandra doen vrijwilligerswerk in het tegenoverliggende dienstencentrum de Hudsonhof. Ze worden ouder, maar ze slepen elkaar er nog dagelijks naar toe.
  • Efficiency. Een laatste cadeautje: efficiency. De ruimtelijke concentratie van (deels) kwetsbare ouderen is efficiënt voor zorgverleners. De wijkzuster maakt minder kilometers, ze bereikt in één klap 30 huishoudens voor het bloedprikken en ze geeft geen individuele voorlichting maar groepsvoorlichting, waarbij de ouderen tolk spelen voor elkaar. Dat is het nieuwe samenspel in wonen, zorg en welzijn.

De vraag die zich opdringt: Zoveel voordelen. Waarom duurt het dan toch zo lang voordat een beginnende groep lekker kan wonen? Een paar problemen hebben we al genoemd. De onduidelijkheid over wat een woongemeenschap nu eigenlijk is. De moeizame maatschappelijke legitimatie die daarmee samenhangt. De community coach kan groepen hierin helpen. Helpen bij zelfonderzoek: wie zijn we? Wat willen we met elkaar? De community coach kan ook helpen om de brug te slaan naar de overheid en maatschappelijke instituties zoals woningcorporaties, bouwers en investeerders.

Stakeholders verder helpen

Hoe kan de community coach deze stakeholders helpen en verbinden? Uit ons onderzoek blijkt dat zowel bewoners als gemeenten en corporaties last kunnen hebben van een flinke portie handelingsverlegenheid als het gaat om gemeenschappelijk wonen van ouderen. Hen daar overheen helpen is de taak van de community coach.

Bewoners

Bij de bewoners die wij spraken merkten wij vooral een gebrek aan kennis, maar ook een zekere aangeleerde hulpeloosheid: het is zo ingewikkeld, de adviseur moet het maar voor ons uitzoeken. We zien groepen onhandig manoeuvreren bij het lobbyen. Ze willen dan weer dit, dan weer dat. De mooiste bouw, de beste materialen op de meest gewilde locatie. “Het is nooit genoeg” verzuchtte een corporatiedirecteur.

“Een beetje minder feng shui vonden wij ook best hoor, maar dat durfden we niet te zeggen”

Soms worden woongroepen vertegenwoordigd door bestuurders van een zelforganisatie, die zelf niet in de groep wonen. Ze onderhandelen hard en principieel. De vraag is, of de bewoners zelf de soep ook zo heet zouden opdienen, als zij zelf aan tafel zaten. Zou het dan allemaal niet veel sneller gaan? “Een beetje minder feng shui vonden wij ook best hoor, maar dat durfden we niet te zeggen” zei een bewoonster van de Chinese woongemeenschap Foe Ooi Leeuw in Amsterdam.”

Gemeenten

Ook zien we handelingsverlegenheid bij gemeenten. Veel gemeenten zeggen dat zij niet doen aan doelgroepenbeleid. Dit nieuwe beleidstaboe werkt behoorlijk verlammend. Ik snáp het ook niet. Je kunt toch moeilijk beleid maken voor iedere inwoner afzonderlijk?
Ook de ambtelijke routine van “gelijke-monniken-gelijke-kappen” is een proces-vertrager: als we nú iets doen voor die ene groep, staan er morgen tien andere groepen voor de deur. Bij sommige gemeenten is er nog behoorlijk veel wantrouwen tegenover burgerinitiatieven. Regels zijn regels, als ze grond of subsidie willen. Anderen zien best wel de verstikkende werking van doorgeschoten prestatiemeting, rekening en verantwoording, maar durf je dat ook echt los te laten? En hoe ga je om met al die ondernemende, maar ook eigenwijze burgers?

Corporaties

Woningcorporaties worstelen nogal eens met wat ik zou willen noemen “het investeringstrauma.” Zeker in de huidige tijd is dat een issue, zij het dat er nog steeds grote verschillen tussen corporaties zijn. Ik snap het wèl. De corporaties bouwen, renoveren en passen gebouwen aan vóór de doelgroep en mét de doelgroep. Dat is niet niks. Vaak hebben zij ook een gemeenschappelijke ruimte gefinancierd. Maar op een gegeven moment moeten andere partijen ook een duit in het zakje doen, in plaats van alleen cadeautjes ontvangen, vinden zij. Als zij dan niet thuis geven, houdt het een keer op.

Bewonersadviseurs

Bij bewonersadviseurs zagen we soms de neiging om meer hulpverlener te zijn dan adviseur. Zij voelen zich loyaal, identificeren zich met het groepsbelang en stellen zich in dienst van de groep. Die subsidie moet nú worden binnengehaald. Dus weet je wat, ik doe het zelf wel even. De arme adviseur die alles uit handen neemt, krijgt het drukker en drukker. Daar gaat hij, in volle vaart met de gehuurde boedelbak naar de kringloopwinkel, even een paar lekkere fauteuils scoren voor de groep. Ondertussen is de vaart uit het ontwikkelingsproces. Krijgt deze adviseur een andere baan (of een burnout), dan kan de groep van voren af aan beginnen.

Gordiaanse knoop

Zo belanden de partijen nogal eens met elkaar in een Gordiaanse knoop, die je niet snel uiteenrafelt. Het onderling vertrouwen brokkelt steeds verder af. Met als gevolg dat het proces eindeloos kan vertragen. En menige woondroom in duigen valt. In het voorgaande heb ik een aantal pijnpunten behandeld.

Partijen belanden nogal eens met elkaar in een gordiaanse knoop die je niet snel uiteen rafelt

Het benoemen van pijnpunten is vaak de eerste stap op weg naar verbetering. Om toch nog een klein beetje vrolijk te eindigen, hierbij dan nog een paar gedachten tot slot. Want er is hoop, geloof me, ik ben hier heel optimistisch over.

De doe-democratie

Er zijn talloze goede voorbeelden en experimenten, waar stappen in de goede richting zijn gezet. De rode draad is, dat ze de kracht van burgers, de betekenis die burgers voor elkaar kunnen hebben, mobiliseren. Dat ze erin slagen het vertrouwen te herstellen, dat ze visie en lef tonen en dat ze samenwerking voorop stellen. De doe-democratie komt op stoom! Actieve burgers steken de handen uit de mouwen op gebieden als duurzaamheid, wonen en zorg. Het internet helpt hen om elkaar te vinden. Kijkt u maar eens op websites als NederlandZorgtVoorElkaar, WeHelpen en TijdvoorSamen. Steeds meer gemeenten en corporaties zijn blij met die eigen initiatieven van burgers, die willen bijdragen aan sociale kwaliteit en veiligheid in de buurt. Het wenkend perspectief voor woongemeenschappen is om zich te verbinden met deze nieuwe golf van actief burgerschap. De community coach kan hen daarbij helpen.

Buurgemeenschappen

Woongemeenschappen kunnen zich met de opkomende doe- en deeleconomie verbinden door zich verder ontwikkelen tot “buurgemeenschappen”. Dat zijn projecten gemeenschappelijk wonen die naast de interne woondoelstelling ook een tweede, extern gerichte doelstelling hebben, zoals ontmoeting, dagopvang, burenhulp, sociaal wijkbeheer en duurzaamheid. Dat zijn de nieuwe bewegingen waar ons land op zit te wachten. De overheid kan het niet meer alleen, de verzorgingsstaat kraakt in zijn voegen. Ook de markt bracht onvoldoende verlichting, overal bereikt de marktwerking zijn grenzen. Nu zijn burgers aan zet, waar nodig ondersteund door een betrokken en deskundige community coach.

De tijd is rijp

Woongemeenschappen van ouderen worden een handje geholpen door het maatschappelijk tij.

  • Schaarste op de woningmarkt? Ouderen die verhuizen naar een groepswoning laten vaak een eengezinswoning achter.
  • Sluiting verzorgingshuizen en langer thuis wonen? Nodig is een veel grotere diversiteit aan woonvormen tussen zelfstandig en verzorgd wonen. Burgers bedenken ze zelf!
  • Transities sociaal domein? Burgers die elkaar kennen, weten elkaar gemakkelijker te vinden in goed nabuurschap en informele zorg.
  • Leegstaande kantoren? Studies wijzen uit dat hergebruik voor bewoning na vijf jaar rendabel kan zijn.

Misschien moeten we wel concluderen dat burgers, die zich verenigen in kleinschalige woon- en werkgemeenschappen, in coöperaties en andere lokale communities, op dit moment de sleutel in handen hebben naar een nieuwe toekomst voor ons mooie land. Er breken gouden tijden aan voor de community coaches, die de expertise hebben om bewonersinitiatieven daarbij te helpen.

Reageren?

Graag! Doe dat onder dit bericht.


Literatuur

Penninx, K. en Y. Witter (2013). Verhalen van veerkracht. Oudere migranten aan het woord over gemeenschappelijk wonen, gezelligheid en gezondheid. Amsterdam: Stichting Maagdenhuis.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *