De sociale herovering van een appartementencomplex

Woningcorporaties merken al geruime tijd dat veel wooncomplexen van senioren na verloop van tijd hun kracht verliezen. Bewoners worden ouder, hebben meer zorg nodig en ontmoeten elkaar minder vaak. Met het Experiment Vitale Wooncomplexen onderzochten kennisinstituut Platform 31 en Aedes koepel van woningcorporaties hoe bewoners van tien kwakkelende wooncomplexen van hun woongebouw een bruisende sociale gemeenschap kunnen maken. ActivAge ontwikkelde hiervoor de methodiek Studio BRUIS – Samen buurten. Impact onderzoek van de Universiteit voor Humanistiek wees uit dat de methode werkt. Waarom en hoe? Daarover verhaal ik in deze blog.

Laurens Bruist weer!

Crime scene

We schrijven juli 2019, als dit verhaal begint. Laurens I en II is de weinig poëtische naam van een Rotterdams wooncomplex in de wijk Ommoord. Een groot flatgebouw met 237 zelfstandige seniorenappartementen en een grote gemeenschappelijke ruimte op de begane grond. Niets bijzonders eigenlijk; er zijn duizenden van zulke woongebouwen in Nederland. Maar niet al deze gebouwen maken de spectaculaire ontwikkeling mee, waarover ik hier schrijf. Dit verhaal gaat over niets meer of minder dan de sociale herovering van een wooncomplex. Wat was het geval? Argeloze bewoners werden bij de ingang uitgescholden, bespot en zelfs bespuugd. “Leuke jas mevrouw. Zeker van de kringloop.” Tegen dat soort ongein zijn maar weinig bewoners opgewassen. “Je kookt van binnen, maar oh wee als je er iets van zegt”, geeft een bewoonster aan. Ook de huismeester en de bewonersconsulent zitten met de handen in het haar. Huismeester Goran: “Ze hangen soms de hele zomer rond bij de hoofdingang. Maar ja, dat is niet verboden. Ik spreek ze erop aan, dan helpt het even, maar de volgende dag is het al weer mis.” Volgens sommige bewoners is dit maar het puntje van de ijsberg. Als ik hen mag geloven betreed ik met mijn koffer van BRUIS geen wooncomplex, maar een crime scene.

Vijf maanden later

  • “Dat groepje onruststokers? Eerst liep ik er met een grote boog omheen. Nu stap ik er gewoon op af. Ik maak een praatje. Dan laat je niet zien dat je bang bent. Want je wilt toch niet dat de kloof nog groter wordt?”
  • “Ik vond geen aansluiting op mijn gang, wat ik ook probeerde. Die deuren bleven dicht. Maar ik heb iets geleerd: gaat het niet linksom dan maar rechtsom. Ik heb nu andere mensen in het gebouw gevonden waarmee ik iets aan gymnastiek wil gaan doen.”
  • “Ik wilde al heel lang op iemand afstappen die het moeilijk heeft. Die kwam gewoon niet meer de deur uit. Dat voelde helemaal niet goed. Maar ik durfde niet. Je voelt zo’n drempel hè? Nu heb ik het gedaan! Ik heb de stoute schoenen aangetrokken. Je wilt niet weten hoe blij dat mens was. Ik krijg er nog kippenvel van.”
  • “Ik vertrouwde hier niemand meer. Echt geen mens. Dat voelde zo verschrikkelijk eenzaam. In de BRUIS-groep heb ik ervaren dat er hier nog steeds mensen wonen die ik kan vertrouwen. Hier heb ik vrienden gemaakt.”
  • “Ik heb hier jaren gewoond met een man die niet goed voor mij was. Ik voelde me steeds kleiner worden. Ik stelde gewoon niets meer voor, ik was niemand. En kijk nu eens. Nu ben ik hoofd van Club Creatief!”
  • “Dus het gaat erom dat we meer clubjes oprichten? Nou ik weet er wel een. Ik ga een zangkoor oprichten. Wie doet er mee?”

Revolte tegen de negativiteit

Deze uitspraken tekende ik op uit de monden van bewoners die deelnamen aan de gespreksbijeenkomsten van het project Studio BRUIS – Samen buurten. Hier verder kortweg ‘BRUIS’ genoemd. BRUIS brengt mensen op de been die het onhebbelijk gedrag van een kleine minderheid, het geroddel en de negatieve sfeer in het gebouw beu zijn. Ze willen respect, tolerantie en een positieve, prettige woonsfeer die geborgenheid biedt en ontmoeting mogelijk maakt. BRUIS brengt deze bewoners bij elkaar, steekt hen een hart onder de riem en moedigt hen aan hun eigen plan te trekken.

Al tijdens de eerste bijeenkomst bedenkt de initiatiefgroep een motto voor het project: ‘Alles wat aandacht krijgt groeit’. Richt je daarom niet op de negatieve dingen. Negeer het geroddel. Trek liever samen een plan waar je blij van wordt. De afbeelding hiernaast bevat de woorden waarmee de leden van de initiatiefgroep – drie bewoners, de woonconsulent en de huismeester – uiting geven aan hun verlangen. Daarvoor hoefde ik maar één vraag te stellen: wat wilt u? Van de antwoorden maak ik een woordenwolk. “Met dit plaatje hebben we meteen een mooi logo voor ons project” zegt een bewoonster. Zo gezegd, zo gedaan.

Wat biedt BRUIS?

BRUIS stelt bewoners van 55+ wooncomplexen in staat tot het werken aan een vitaal en bruisend woonklimaat. Een bruisend woonklimaat biedt bewoners gunstige voorwaarden voor het ontwikkelen en onderhouden van een ondersteunend sociaal netwerk in de eigen woonomgeving. Zowel binnen het wooncomplex als daarbuiten. Een goed sociaal netwerk biedt praktische, sociale en emotionele steun, is een belangrijke bron van zingeving en vormt het fundament voor zelfredzaamheid en eigen regie.

Wanneer is sprake van een bruisend woonklimaat? BRUIS hanteert hiervoor vijf indicatoren en helpt bewoners vooruitkomen op alle vijf de indicatoren:

  • bewoners kennen elkaar;
  • voelen zich verbonden met elkaar;
  • doen actief mee met activiteiten;
  • organiseren zelf activiteiten;
  • beheren en benutten zelf de algemene ruimten.

Hoe werkt het?

BRUIS is ontwikkeld aan de hand van ervaringen in tien Nederlandse wooncomplexen. Kenmerken: 40 tot soms meer dan 350 appartementen, sociale woningbouw, niet altijd in de sterkste wijken, vaak aangeduid als 55+ wooncomplex of seniorenwooncomplex, gemiddelde leeftijd 77 jaar. Centraal staat een doorgaande beweging, het vliegwiel van BRUIS, dat zich kenmerkt door een opwaartse cyclus. Daarin zien we een zich herhalend patroon van Actie -> Animatie -> Ontmoeting -> Gesprek -> Verbinding -> Actie, enzovoort.

Het vliegwiel wordt aangedreven door twee motorblokken:

Motorblok 1: Elkaar ontmoeten. Reuring maken met laagdrempelige, vrolijke, animerende collectieve activiteiten op complexniveau, aangeboden aan alle bewoners; doorgaans vanuit een bewoners- of activiteitencommissie. De methodiek bouwt voort op klassieke bewonersactiviteiten zoals de jaarlijkse barbecue, maar voegt daar – gezien de toenemende diversiteit van bewoners – een grotere variatie aan inspirerende en creatieve mogelijkheden aan toe. Zoals de wensenboom, de klaag- en draagmuur, het mobiel terras en allerlei vormen van community art. De ontwikkeling van dit motorblok is geïnspireerd op de praktijk van animation socio-culturelle, een van oorsprong Franse activeringsmethode in het kader van samenlevingsopbouw, volwasseneneducatie en sociaal cultureel werk in wijken met een lage sociaaleconomische status (Wadhwa, 2000).

Motorblok 2: Elkaar vinden. Bewoners vormen groepjes van twee of meer personen – hier Bruiskringen genoemd – waarin zij micro-activiteiten oppakken die aansluiten bij gedeelde interesses, behoeften en talenten. Bruiskringen worden gevormd tijdens gespreksbijeenkomsten van tien à vijftien bewoners. In deze bijeenkomsten wisselen bewoners aan de hand van levensthema’s uit wat zij belangrijk vinden in het leven; ze ontdekken gedeelde interesses en onderzoeken hoe ze daar samen actief vorm aan kunnen geven. Zo ontstaan diverse informele, grass roots groepjes, zoals een leesclub, een wandelclub en een breiclub. De ontwikkeling van dit motorblok is geïnspireerd op het concept life politics (Giddens, 1991).

Rebellenclub

Terug naar Laurens I en II. BRUIS startte met een kleine initiatiefgroep, los van – maar wel gesteund door – de zittende bewonerscommissie. De initiatiefgroep organiseerde enkele druk bezochte en feestelijke bewonersbijeenkomsten rond de vraag ‘hoe kunnen wij van ons wooncomplex een bruisende woongemeenschap maken?’ Daarnaast faciliteerde de initiatiefgroep zes gespreksbijeenkomsten voor zestien bewoners. Op 237 huishoudens is dat een diepte-investering. Deze verdient zichzelf terug. De gespreksbijeenkomsten zijn zo opgezet, dat mensen elkaar vinden als lotgenoten én interessegenoten. Uit deze groep staan nieuwe BRUIS-ambassadeurs op die de weg effenen naar een compleet nieuwe praktijk van bewonersparticipatie. Een praktijk die even simpel is als doeltreffend: doe je eigen ding en doe het samen. Het blijkt een schot in de roos. Mensen willen geen ‘one size fits all’ meer. Niet meer jaar in, jaar uit met het hele wooncomplex naar de Keukenhof. En ook niet meer het gedoe in allerlei commissies en moeilijke vergaderingen. BRUIS laat duizend bloemen bloeien. De aanpak is gericht op het versterken van een clubjescultuur, waarin je doet waar je zelf zin in hebt, met de mensen die je zelf hebt gekozen, op een tijdstip dat jou zelf goed uitkomt.

Bonte stoet bondgenoten

Daarmee krijgt de formele bewonerscommissie of de traditionele activiteitencommissie er een bonte stoet bondgenoten bij, van brave, maar trotse want zelf georganiseerde theekransjes tot dwarse rebellenclubs à la Hendrik Groen. Spannende combi natuurlijk, formeel én losjes (tot losbandig), maar het kan. En het werkt! Want de nood is hoog en uiteindelijk wil iedereen hetzelfde: een fijne plek om te wonen, waar je elkaar respecteert en interessegenoten kunt vinden. Bruisend Laurens levert acht nieuwe clubs op, waaronder Club Creatief, een zangkoor, een beweeggroep, een computerclub, een tuinclub en een reeks workshops ‘Snacks maken uit de wereldkeuken’. Allemaal voor en door bewoners. Vijf andere activiteiten zitten in de ideefase, zoals de scootmobielclub en de telefooncirkel. Daar worden nu kartrekkers voor gezocht. Tijdens de laatste bijeenkomst van de gespreksgroep zegt iemand: “Ik weet niet of jullie het ook zien, maar ik heb echt het gevoel dat de overlast verminderd is.” Waarop een andere deelnemer reageert: “Is de overlast verminderd of de sfeer verbeterd?”

Help bewoners het zelf te doen

Gaat dat allemaal vanzelf? Nee. Activerende bewonersondersteuning is een vak apart. BRUIS berust op een waar mogelijk terughoudende en waar nodig (tijdelijk) activistische inzet van een professionele community builder. Hiermee plaatst de methodiek zich in de traditie van het methodisch werken aan activering van burgers. De dominante denkrichting in deze traditie is: help bewoners het zelf te doen. Dat is natuurlijk een paradoxale uitdrukking, maar zij vat wel de essentie van de aanpak samen. Professionele ondersteuning is hier gericht op empowerment: het versterken van de eigen ambities en vermogens van burgers en hun gemeenschappen. Een van de uitgangspunten is ABCD: Asset Based Community Development (Kretzman en McNight, 1993, Engbersen en Rensen,2014). ABCD bouw voort op wat bewoners zelf willen en kunnen. ‘Zelf doen’ draagt bij aan het gevoel van eigendom: het is ónze activiteit, het is ónze buurt, het is verdorie óns wooncomplex. Dit draagt bij aan een gevoel van eigenaarschap (sense of ownership). Een cruciale factor voor succes en verduurzaming.

Een reeks van kleine dingen bij elkaar gebracht

Gebleken is dat gemeenschapsvorming in deze wooncomplexen mogelijk is, maar ook een kwestie van kleine stappen en een lange adem. “Grote dingen worden gedaan door een reeks van kleine dingen bij elkaar gebracht,” zei Vincent van Gogh. Het gaat langzaam, soms haast als een processie van Echternach: drie stappen vooruit, twee achteruit. Maar zolang het oplevert dat mensen elkaar vinden in kleine, zelfwerkzame groepjes rond gedeelde interesses, of gewoon zomaar, omdat het klikt, is het de moeite waard. Toon waardering voor de eigen clubjes en groepjes van bewoners en zet ze in het zonnetje. Breng ze twee keer per jaar bij elkaar om uit te wisselen en het is feest. Meer hoef je niet te doen. De kwaliteit van het sociaal leven in een senioren wooncomplex zit niet in grootse en meeslepende collectieve activiteiten, maar in de optelsom van al die zelf gekozen kleine verbanden en micro-activiteiten, waarin mensen er zelf over gaan, verbondenheid voelen en iets voor elkaar kunnen betekenen.

Vitale Wooncomplexen – Deel 3. Zelf doen

In 1989 bouwde woningcorporatie Portaal wooncomplex de Dobbegaarde in de wijk Stevenshof te Leiden. Met 143 appartementen van ruim 55 vierkante meter biedt het gebouw woonruimte aan zelfstandig wonende senioren. De laatste vijf jaar zijn er veel verhuisbewegingen geweest. Een aantal bewoners van het eerste uur zijn overleden, anderen zijn verhuisd naar een instelling. Langzamerhand doet een nieuwe generatie 55+  zijn intrede en als het aan Portaal ligt, zien we de komende jaren ook flink wat alleenstaande 45-plussers neerstrijken in de Dobbegaarde. De nieuwe lichting brengt nieuwe brandstof om het vuurtje van bruisende Dobbegaarde gaande te houden.

Afnemende veerkracht
Adviseur Leefomgeving Karin de Goede van Portaal legt uit waarom deze corporatie meedoet aan het experiment Vitale wooncomplexen van Platform 31: ” Veel bewoners wonen hier vanaf het begin en zijn boven de 80. Hun mobiliteit wordt minder en mensen zijn daardoor vaker aangewezen op de directe woonomgeving. Maar hun veerkracht neemt af. Daarnaast is er de nieuwe instroom; we willen weten hoe deze relatief jonge senioren kunnen worden betrokken bij de woongemeenschap, zodat er weer een vitale en bruisende leefomgeving ontstaat waarin mensen elkaar weten te vinden. Wij hopen dat het experiment hieraan kan bijdragen.”

Het roer moet om
Als het aan bewoner Ferry van der Kaaij (66) ligt, gaat dat zeker lukken. Ferry is voorzitter van de bewonerscommissie en zet zich met hart en ziel in voor het gemeenschapsleven in de Dobbegaarde.  “Ik woon alleen en heb geen familie, maar ik zet me in voor de bewoners en krijg daar veel voor terug.” Ferry heeft zowat een dagtaak aan het bestuurlijk werk en het organiseren van talloze activiteiten. Dat mag wel ietsje minder, vindt hij: “Ik loop langzamerhand tegen mijn grenzen aan, ik word een dagje ouder. Het roer moet om. Als bewonerscommissie willen wij anders gaan werken. Niet meer allerlei activiteiten panklaar aanreiken. We willen mensen uit de consumentenstand halen. Alles werd hen aangereikt. Die tijd is voorbij. Wij gaan bewoners stimuleren om zelf activiteiten op te pakken. We willen de kring van actieve mensen veel groter maken.”

Clubcultuur
Het roer moest om, maar hoe? Op 19 april 2016 kwam de doorbraak, tijdens een heftige ALV. Daar werd afscheid genomen van het oude bestuur. Van der Kaaij: “Dat was een bestuur oude stijl, met centralistische trekken en ouderwetse statuten. Wij hebben een nieuwe stichting opgezet als uiting van een nieuwe filosofie. Niet het bestuur, maar de bewoners zijn de dragende kracht. Dat kan door bewoners te stimuleren om zich in eigen clubjes te organiseren rond gemeenschappelijke interesses.”

Dat is ook de kern van Studio BRUIS, beaam ik als ik aanschuif in ontmoetingsruimte de Soos voor een gesprek met de bewonerscommissie. Meer zelfwerkzaamheid, meer eigen clubjes, het klinkt mooi, maar is daar wel draagvlak voor, wil ik weten. Van der Kaaij: “Er was tijdens die avond vooral opluchting. Zo van: nu kunnen wij ook eens iets opzetten. Het waren altijd dezelfde mensen die actief waren. Anderen voelden zich daardoor uitgesloten. Nu kwamen er spontaan allerlei ideeën naar voren, zoals een reisclubje, een kookclubje, een wandelclubje, een zangclubje en een filmclub. Mensen wilden daarbij zelf de handen uit de mouwen steken. Graag zelfs.”

Bruisend middelpunt
Naast de keuze om te gaan inzetten op het faciliteren van zelfwerkzame clubjes, heeft het nieuwe bestuur nóg een keuze gemaakt: de Dobbegaarde wordt het ‘bruisend middelpunt’ van de buurt. “Er worden nu al meer contacten gelegd met bewoners uit de omliggende wijk; dat willen we opvoeren,” aldus van der Kaaij. Het oog valt dan met name op de torenflats en het wooncomplex aan de nabij gelegen Annie Romeinsingel, eveneens bezit van Portaal. Deze complexen beschikken niet over een gemeenschappelijke ruimte. Alle bewoners uit de buurt zijn welkom bij de activiteiten in de Soos. Van der Kaaij: “We denken aan een zakgeldproject met jongeren. Verder kunnen de bridgeclub en de klaverjasclub wel wat nieuwe leden gebruiken. Dat moet je open gooien. ‘Alleen voor de Dobbegaarde’ werkt niet meer,” stelt Van der Kaaij. Hij vervolgt: “Meer activiteiten in de Soos betekent bovendien ook meer inkomsten waar je weer leuke dingen van kunt doen.”

Minder klachten, meer ideeën
Van der Kaaij: “Er wonen hier veel mensen die allemaal wel een of ander talent hebben. Bijvoorbeeld hulp bij het invullen van belastingformulieren. Daar is grote behoefte aan want een aantal ouderen is niet digitaal. De nieuwe garde bewoners verbindt zich niet meer voor jaren aan een bestuurlijke commissie. Maar voor zoiets als een clubje belastinghulp zijn ze wel te porren. Dat is de toekomst.” Karin de Goede ziet het met genoegen aan. Zij ondersteunt de bewonerscommissie bij het ontwikkelen van het project en de beoogde omslag. “Sinds we met Studio Bruis zijn gestart hebben we een nieuwe beweging in gang gezet. De bereidheid om te helpen is veel groter”, aldus de Goede. “Mensen kunnen meedoen aan kleine, overzichtelijke dingen. Dan zeggen ze gemakkelijker van oké, laat ik ook eens wat doen. Het wordt leuker voor ze. Dat werkt. Voor het eerst hoor ik tijdens een ALV niet alleen maar klachten; nu komen er ook mensen met ideeën. Natuurlijk nemen we klachten nog steeds serieus, maar met ideeën kom je echt verder.”

Hollandse Liedjesavond
Zelfwerkzaamheid rond eigen interesses dus. Als voorbeeld noemt commissielid Coby Tegelaar (65) mevrouw L. “Een 45-plusser die hier nu een half jaar woont. Zij liet zich niet vaak zien, maar dit jaar was ze aanwezig bij het tuinfeest. Zij zat aan tafel bij een groepje, waar mensen op een gegeven moment Hollandse liedjes begonnen te zingen. Marie-Anne Weber en zo. Loopt ze opeens naar de microfoon en gaat ze een lied staan zingen. Iedereen dolenthousiast natuurlijk, hartelijk applaus. Een paar dagen later horen we van mevrouw L. dat ze samen met haar man een zangfeest met Hollandse liedjes wil organiseren. Dat hebben ze gedaan en het was een enorm succes. Zeventig man in de zaal, ook veel familie en mensen uit de buurt. Alles deden ze zelf, de aankleding, het programma, de tent buiten opzetten met behulp van bewoners die graag een handje kwamen helpen. Ook de flyers hebben ze helemaal zelf gemaakt.”

Alleenstaande mannen
Die omslag lijkt aardig te lukken, daar mogen jullie best trots op zijn, geef ik mee. Wat wordt de volgende stap? Ferry van de Kaaij: “We willen meer diversiteit van activiteiten. Ik zie bijvoorbeeld dat er nogal wat alleenstaande mannen zijn. Ze zijn niet in beeld. Komen nooit eten in de Soos. Je ziet ze nooit bij het tuinfeest, of bij het kaarten.  Het zijn van die stille groepen. Je bereikt ze niet door al weer een nieuw aanbod. Je moet contact leggen. Een praatje aanknopen in de tuin of op de galerij. Vertrouwen winnen. Niet teveel ineens willen. Na een paar keer zegt zo’n man opeens: ‘Ik heb vroeger altijd gevist, zou dat best nog eens willen doen met een vismaatje of zo. Dan heb je een haakje, een aangrijpingspuntje. Dan kun je zeggen, goh, ik ken ook nog wel een visliefhebber, zal ik die eens…?”

Steeds gewilder
Karin de Goede: “Als corporatie merken wij dat de Dobbegaarde dankzij het Bruisproject steeds gewilder wordt als woonlocatie. Die mooie binnentuin is leuk, maar de goede sfeer geeft de doorslag. Wij hebben in Leiden meer complexen in ons bezit, vaak mooier gelegen, grotere appartementen, meer voorzieningen in de buurt. Maar we zien nu oudere woningzoekenden die de voorkeur geven aan de Dobbegaarde. Het gaat blijkbaar als een lopend vuurtje: ‘Daar is een goede sfeer, daar gebeurt iets.’ Voor ons als corporatie is dat ontzettend fijn.” Coby Tegelaar beamt: “Voor ons als bewoners is dat ook fijn. Sfeer moet je zelf maken. De sfeer ontstaat omdat we het zelf doen. Zelf doen is leuker. Er zit geen andere organisatie achter, die het allemaal voor ons bedenkt. Dat is heel bevredigend. Alles gebeurt ook veel informeler. Wij zien elkaar op de galerij en hebben dingen snel geregeld. Dat scheelt weer een vergadering in je agenda. Die tijd kunnen we beter besteden.”

Heb jij ook ervaring of ideeen rond community building in 55+ wooncomplexen? Hoe maak je van een wooncomplex een bruisende gemeenschap? Reageer gerust!

Vitale wooncomplexen – Deel 2. Koffietafelrevolutie

In de Assense wijk Pittelo staat de Amstelflat, een 55+ seniorencomplex met 110 appartementen, eigendom van woningcorporatie Mooiland. Samen met de Huurders Organisatie Amstelflat (HOA) meldde Mooiland zich aan voor het Experiment Vitale wooncomplexen van Platform 31. Nog niet zo lang geleden was hier sprake van leegstand. Nu bruist het in de Amstelflat. Hoe dat kan? Liefde voor oudere mensen, gebak en… een kleine revolutie aan de koffietafel.

Oude mensen leuker
Karin Kuiper, dochter van een bewoner en Agustinus Tupariu volgden de door ActivAge ontwikkelde training Studio Bruis – Samen buurten. De training reikte tools aan waarmee bewoners zelf aan de slag kunnen om van hun wooncomplex een bruisende woongemeenschap te maken. Karin is vrijwillig coördinator Studio BRUIS in de Amstelflat. Ze heeft een bachelor maatschappelijk werk en voltooide onlangs de opleiding archeologie. “Maar ik vind oude mensen leuker dan oude dingen” zegt ze met een grote glimlach. Ze geniet ervan als ze niet alleen haar vader, maar zowat alle 140 bewoners in het complex wat sprankjes blijheid kan bezorgen.

Gebak
Augustinus Tupariu is voorzitter van de Bewonerscommissie. Welbespraakt, flamboyant, een en al charme. Augustinus weet de harten van de mensen te raken. Ook ik hou al na vijf minuten van deze man. Bij mijn eerste bezoek aan de Amstelflat – opgewacht door de voltallige Welzijnscommissie én de Activiteitencommissie – moet Augustinus opeens even weg. “Het is feest!” licht hij nogal mysterieus toe. Tien minuten later allemaal blije gezichten als hij terugkeert met een enorme doos gebak. “Vier je successen. Maak er een feestje van” adviseert Augustinus. Inderdaad. Zo werkt community building. Met heel veel gebak.

Ambitie
De ambitie met Studio BRUIS is groot. “Dat mag ook wel, want de sfeer was hier om te snijden” licht Karin Kuiper toe. “Toen ik een jaar geleden bij mijn vader op bezoek ging, wist ik niet hoe snel ik boven moest komen. Niemand groette, alleen maar norse blikken.” Studio BRUIS pakt hier uit met een heel arsenaal van deelprojecten. Allemaal voor en door bewoners:

  • Welkom in de Amstelflat
  • Ken je buren
  • De bruisende koffietafel
  • Amstel tuinactiviteiten
  • Computercursus voor bewoners
  • Gespreksavonden
  • Bewegen op licht en muziek
  • Ken je stad
  • Projectkrant / Huiskrant
  • Eethuis en theaterbezoek

Verbinden en open houden
Deze ideeën komen niet uit de lucht vallen, maar zijn de afgelopen tijd allemaal geopperd door bewoners, waarmee is gesproken in de aanloop naar het project. Voor sommige activiteiten nam de projectgroep het initiatief, maar even vaak stimuleerden zij bewoners om zelf een clubje of werkgroepje te vormen. De bedoeling is dat al deze BRUIS-kringen met elkaar worden verbonden. Een bewoner komt binnen bij activiteit A en kan gemakkelijk doorstromen naar activiteit B, enzovoort. Die gedachte is helemaal volgens BRUIS: stimuleer groepsvorming, maar hou het open en zorg voor uitwisseling tussen groepjes actieve bewoners. Juist die uitwisseling creëert een gevoel van gemeenschappelijkheid.

Budget Burgerkracht
Erma Tibben, regiomanager bij Mooiland, zegt in de eerste editie van de projectkrant Bruisende Amstelflat: “Mooiland is er trots op dat de Amstel is verkozen om de zogenaamde Bruismethode toe te passen en daarmee de zelfredzaamheid van bewoners te vergroten, zowel lichamelijk als sociaal. Vanuit het budget Burgerkracht ondersteunen wij dan ook dit project financieel en facilitair. We kijken reikhalzend uit naar de projectbevindingen en hopen dat deze methode straks uitgerold kan worden binnen overige complexen van Mooiland.” Een corporatie die met een budget Burgerkracht sociaal investeert in wooncomplexen 55+. Even onthouden.

“Wij hebben de wind mee”
Die koffietafel is een verhaal apart. Karin: “We wilden de bestaande, dagelijkse koffietafel transformeren tot een bruisende koffietafel. Dan hoef je niet apart te werven voor de Studio BRUIS ontmoetingsbijeenkomsten want je hebt al mensen aan tafel. Daar kun je op een informele manier onderwerpen aansnijden. De bestaande groep kan via de inzet van ons deelproject ‘Ken je buren’ uitgebreid worden.” Bewoner Evert Brouwer vult aan: “In de bestaande koffietafel zaten alleen maar dames. Die zaten ófwel te roddelen, ófwel te praten over pilletjes en poedertjes en meestal allebei.”
Ik moet denken aan Hendrik Groen. Ook zijn rebellenclub wilde in de recreatiezaal een pillen- en poedervrije koffietafel. Met een bordje erop: “Hier geen gepraat over ziektes en kwalen.” Een kleine revolutie. Een koffietafelrevolutie om precies te zijn. Maar ja, Groen is fictie, de Bruisende Amstel is echt. “Kun je dat mensen aandoen?” vraag ik voorzichtig. Bewoonster Geke Pronk vindt het niet zo moeilijk: “Ze moeten er maar aan wennen. Soms veranderen dingen gewoon, dan waait er een nieuwe wind. En wij hebben de wind mee. Klaar.” Zo. Die zit. Hoe zou dat aflopen?

Gordijnen open
Een half jaar later. Met Karin, Augustinus en bewoner Harry Smits kijk ik terug op de eerste fase van het experiment Studio BRUIS. Bruisend werd het. Burgemeester Oud opende het project en prees de initiatiefnemers in aanwezigheid van 80% van de bewoners. Daarna was de Amstelflat niet meer te houden. Er is nu een tuingroep van drie mannen en een autistische jongere, waarvan er inmiddels tien wonen in de flat. Ook dat geeft bruis. Enkele ouderen werpen zich al op alst buddy voor deze kwetsbare jongeren. Er is tai chi en computerles voor en door bewoners. Er wordt weer geklaverjast en gesjoeld. Er zijn filmavonden met goede films, “geen Lassie en Rintintin” aldus een opgeluchte Karin Kuiper. Er zijn lunchgroepjes en een maandelijkse feestavond met karaoke, dans en zang. Op een van die avonden bezorgde een altijd stille, teruggetrokken bewoonster iedereen kippenvel toen ze daar opeens ‘Non, je ne regrette rien’ van Edith Piaf stond te zingen in het licht van de discolampen. De avond liep door tot in de kleine uurtjes met twist, swing en rock & roll. Karin: “Late voorbijgangers bleven voor de ramen staan om naar binnen te kijken, zoiets hadden ze hier nog nooit gezien. Wij hielden expres de gordijnen open.” Onder jongeren in de buurt ging het de volgende dag als een lopend vuurtje: check, disco in de Amstelflat!

Bewoners worden losser
“Prachtig allemaal, maar hoe zit het nou met die koffietafel?” wil ik toch nog even weten. Harry Smits vat alles in drie woorden samen: “Bewoners worden losser.” Dat merkt hij aan de koffietafel. Harry: “Het was eerst maar een klein groepje van vijf, zes bewoners die zaten te praten. Een paar anderen zaten er stilletjes bij. Wij zijn erbij gaan zitten en bieden de gelegenheid om mee te praten over actuele onderwerpen. Eigen risico in de zorg. Wetsvoorstel Voltooid Leven. Dat raakt de mensen. Het gaat weer ergens over. Nu praat iedereen mee. Er schuiven mensen aan die we beneden nooit meer zagen. Zoals het echtpaar L., beide dik in de negentig! Nu zitten er toch al gauw een man of vijftien, zestien elke keer. Daar ben ik trots op.”

Heb jij ook ervaring of ideeen rond community building in 55+ wooncomplexen? Hoe maak je van een wooncomplex een bruisende gemeenschap? Reageer gerust!

Vitale Wooncomplexen – Deel 1. OMANIDO

Woningcorporaties merken al geruime tijd dat veel wooncomplexen van senioren na van verloop van tijd hun kracht verliezen. Bewoners worden ouder, hebben meer zorg nodig en ontmoeten elkaar minder vaak. Met het Experiment Vitale Wooncomplexen onderzoekt kennisinstituut Platform 31 samen met bewoners van tien wooncomplexen hoe zij van hun woongebouw een bruisende sociale gemeenschap kunnen maken. ActivAge ontwikkelde hiervoor de methode Studio BRUIS – Samen buurten. We trainden bewoners en corporatiemedewerkers en coachen hen nu op locatie. In deze blog hou ik je graag op de hoogte van de bevindingen rond dit prachtige experiment.

Sociale BRUIS in 55-plus complexen

Er staan in Nederland al gauw enkele duizenden van zulke wooncomplexen. Kenmerken: veertig tot soms meer dan 350 appartementen, sociale woningbouw, niet altijd in de sterkste wijken, officieel 55+ maar meestal 75+. Waar willen we naar toe? In het Experiment hebben we ‘bruisend’ zo omschreven:

  • bewoners kennen elkaar;
  • voelen zich verbonden met elkaar;
  • doen actief mee met activiteiten;
  • organiseren zelf activiteiten;
  • beheren en benutten zelf de algemene ruimten.

Dat is het ideaal. Wat kunnen bewoners hier zelf aan doen? En hoe kan de corporatie hun zelfwerkzaamheid ondersteunen? Om daar achter te komen heb ik de tien deelnemende complexen bezocht en heel veel bewoners gesproken. Ik snapte hun zorgen best. Het is gewoon niet leuk als je merkt dat die ooit druk bezochte activiteiten keihard teruglopen. Als de gemeenschappelijke ruimte steeds vaker leeg staat. Als mensen zich terugtrekken in hun woning en je om je heen steeds meer eenzaamheid voelt. Tijdens werkbezoeken vraag ik: wie kan daar wat aan doen? Ik voel hun aarzeling. Daar hadden we de activiteitenbegeleiding en de bewonerscommissie toch voor? Op zo’n moment is het tijd voor OMANIDO.

OMANIDO

OMANIDO staat voor ‘Oud maar niet dood’. Het is de naam van de rebellenclub van Hendrik Groen, 83 ¼ jaar, bewoner van een seniorencomplex in Amsterdam Noord. Over zijn ervaringen schreef Groen twee verrukkelijke dagboeken. In het eerste, Pogingen om iets van het leven te maken, leren we Groen kennen als ‘technisch bejaard’: stramme benen en veelvuldig doktersbezoek. Maar hij weigert te geloven dat het leven dan alleen nog maar moet bestaan uit achter de geraniums zitten met een bakje koffie en wachten op het einde. OMANIDO neemt het heft in handen. Aan de clubtafel is praten over ziektes en kwalen voortaan taboe. De clubgenoten passeren de verzuurde instellingskok met zelf bereide maaltijden. Ze gruwen van het jaarlijkse – en we gaan nog niet naar huis! – busreisje naar de Keukenhof. Om de beurt organiseert een van de rebellen een exclusief rollatorvriendelijk uitstapje of een etentje in een exotisch restaurant. Het leven krijgt weer glans.

Verborgen wensen

Bij studio BRUIS spreken we niet over OMANIDO maar van BRUIS-kringen. Of voor wie wil: micro-activiteiten. Het idee is hetzelfde. Organiseer niet meer alles centraal maar stimuleer ontmoeting rond eigen wensen en interesses. En faciliteer indien nodig de daaruit voortkomende zelf gekozen en zelf geregisseerde activiteiten: eet- en breiclubjes, een wandelgroepje, samen naar een concert, verhalen vertelgroepjes en natuurlijk klassiekers als de klaverjasclub en de bingo. Dat lijkt simpel, maar vraagt van iedereen een behoorlijke omslag: bewoners, bewonerscommissie, professionals. Een mooi voorbeeld is woon-zorgcomplex Elisabeth in Zutphen. Tachtig appartementen, nu nog domicilie van een grote zorgaanbieder, over enige tijd een woongebouw voor zelfstandig wonende senioren in handen van een woningcorporatie. De heer Lustenhouwer woont er nu voor het derde jaar en volgde de training Studio BRUIS, samen met een medewerker van corporatie Ons Huis. Geïnspireerd door de training vroeg Lustenhouwer medebewoners naar hun wensen, ideeën en vragen over samenleven in het gebouw. Oef! Dat was nog nooit gebeurd. Sommigen moesten even van de schrik bekomen. Anderen vonden deze vraag een verademing. Onder de oppervlakte barstte het van de wensen. Waarom is er geen kerstdiner meer? Kan er niet af en toe een tentoonstelling georganiseerd worden? Graag een winkeltje voor eerste benodigdheden in huis. Het barstte ook van de energie. Ik wil een bridgeclub starten. Kunnen we een high tea doen af en toe? Kunnen we een klusjesgroep starten voor en door bewoners? Kunnen we de tuin gedeeltelijk zelf gaan onderhouden? De laatste vraag kwam van een bewoonster van 87 jaar.

Fijn om het zelf te regelen

Ik schuif aan bij een bijeenkomst van de bewonerscommissie. Onderwerp: hoe gaan we Studio BRUIS in dit wooncomplex op de kaart zetten? Aan tafel zit ook een activiteitenbegeleider en enkele vrijwilligers uit het dorp die zich inzetten voor het welzijn van de bewoners. Die hebben in eerste instantie zo hun bedenkingen. Een klusjesgroep voor en door bewoners? Niet nodig toch? De vrijwilligers doen dit al jaren met liefde en plezier. Een aanvraag is zo ingediend en echt, de vrijwilligers zijn heel flexibel inzetbaar op doordeweekse dagen tussen 09:00 en 16:00 uur. Ontzettend lief, vinden anderen aan tafel. Maar zij zien een andere toekomst voor het wooncomplex. Er is een groeiende groep bewoners – onder hen veel nieuwkomers – die het fijn vindt om zelf dingen te regelen. Om er zelf over te gaan. Onder elkaar, 24/7. Zij zien een woongemeenschap voor zich, geen instituut. Niet alles hoeft aangedragen te worden door professionals en vrijwilligers van buiten.

Eerste lessen

Er is veel verbogen talent in huis. Lustenhouwer noemt het voorbeeld van een alleenstaande Italiaanse man die hier al jaren woont. Hij spreekt vrijwel niemand. ‘De taal hè?’ Lustenhouwer vroeg hem of hij het leuk zou vinden om aan een paar mensen Italiaanse les te geven. Daar had de man nog nooit aan gedacht. Hij fleurt ter plekke helemaal op. Een andere bewoner, eveneens weinig contacten, blijkt erg van klassieke muziek te houden. ‘Een keer per week samen met enkele andere bewoners een uurtje naar Radio 4 luisteren, zou dat iets zijn voor u?’ Weer een blij gezicht. Sterker nog, dat wil de muziekliefhebber best zelf organiseren. Hoe simpel kan het zijn. Lustenhouwer: ‘Mensen vinden het fijn als ze iets kunnen betekenen voor een ander. Daar zit geen leeftijdsgrens aan. Je moet het alleen soms even vragen. We moeten niet zo bang zijn om elkaar iets te vragen.’

Zo leren we werkende weg de eerste lessen in Studio BRUIS. Zet in op ontmoeting. Spreek mensen persoonlijk aan. Zoek de energie, het talent. Geef aan wat allemaal wel kan. Stimuleer dat mensen zelf dingen oppakken en stop met alles centraal willen organiseren. Durf elkaar iets te vragen.

Meer lessen in mijn volgende blog. Heb jij ook ervaring of ideeen? Hoe maak je van een wooncomplex een bruisende gemeenschap?
Wil je reageren? info@activage.nl