Berichten

De goede community builder – Deel 5

Blogreeks voor actieve bewoners en professionals in het sociaal domein over community building in een ouder wordende samenleving

Kees Penninx | ActivAge

Community building: een werkzaam medicijn

In de eerste blogpost in deze reeks schreef ik dat community building misschien wel het beste medicijn is tegen eenzaamheid, problemen met de gezondheid en andere ongemakken die ons kunnen overkomen als we ouder worden. Het is een antiserum tegen de vele, nogal giftige boodschappen die ouderen in het huidige maatschappelijk klimaat zowat dagelijks worden opgedrongen: wees autonoom! Woon zo lang mogelijk zelfstandig! Red jezelf! Dank je de koekoek. Wat moet je daarmee als je niemand kent? Als je aan huis gekluisterd bent vanwege een zware lichamelijke beperking? Als je tot over je oren in de mantelzorg zit en niet meer weet hoe het verder moet? Naast gemakkelijke toegang tot goede hulp en zorg hebben ouderen iets anders nodig: een zorgzame, beschermende, uitnodigende en verbindende sociale gemeenschap om hen heen, heel tastbaar, in hun directe woon- en leefomgeving. Sociale professionals kunnen daaraan bijdragen door te investeren in de drie V’s van community building: vertrouwen, versterken en verbinden. Eerder zagen we hoe dit er in de praktijk uitziet. In het vijfde deel van deze reeks gaan we zien waarom dit werkt. Waarom draagt de goede community builder bij aan waardig oud worden, aan meedoen en erbij horen van mensen in de laatste fasen van hun leven?

Het Huis van de Identiteit

Om dat te onderzoeken heb ik gekeken naar de praktijk van het sociaal werk met ouderen in een aantal wijken van Rotterdam, Medemblik en Utrecht. Het viel mij op dat sociaal herstel en verbindingswerk vooral tot stand komen als sociale professionals en hulpverleners niet wegschieten in individuele problematiek, maar breed kijken naar processen van ouder worden en van daaruit breed zoeken naar ‘haakjes’ voor verandering. Een korte rondleiding door het Huis van de identiteit kan dit verduidelijken.

Dit is het Huis van de Identiteit. Een huis met vijf kamers. In elke kamer bevindt zich een van de levensdomeinen waarin ons leven – en dus ook ons ouder worden – zich voltrekt. De kunst van het ouder worden is om zo lang mogelijk balans te ervaren op al die levensdomeinen. Dan zitten we lekker in ons vel. Dan kunnen we zingeving, plezier en waardigheid ervaren tot op hoge leeftijd. We nemen even een kijkje in die vijf kamers. Wat zien we?

1.     Lichaam en geest gaat over dingen als gezondheid, energie, ontspanning, nachtrust, lichaamsbeweging.

2.     Sociale contacten gaat over de mensen om ons heen: onze partner, familie, vrienden, clubs of verenigingen waar we lid van zijn, eventueel collega’s.

3.     In de derde kamer bevindt zich onze materiële situatie. Denk hierbij aan hoeveel geld we te besteden hebben, maar ook ons huis, onze tuin, de woonomgeving, mobiliteit.

4.     Kamer vier huisvest onze dagdagelijkse activiteiten: hoe brengen wij de dag door? Als we nog werken: hoe is onze werksituatie? Zijn we druk met mantelzorg, vrijwilligerswerk, hobby’s? Als we oud zijn, bezoeken we wellicht een voorziening voor dagbesteding.

5.     In de laatste kamer zijn we op het terrein van waarden en inspiratie. Voor sommigen is levensbeschouwing belangrijk. Anderen zijn geïnteresseerd in politiek. Of doen aan spirituele activiteiten, bijvoorbeeld yoga of meditatie. Ook genieten van kunst of wandelen in de natuur kunnen fantastische inspiratiebronnen zijn.

Op al die terreinen, in al die kamers, kunnen we onszelf vragen stellen als we ouder worden:

  • In welke kamer voel ik me sterk?
  • In welke kamer heb ik iets nodig?
  • In welke kamer voel ik ruimte om te investeren?
  • In welke kamer wil ik gas terugnemen?

Naarmate we ouder worden, nemen de verschillen tussen mensen eerder toe dan af. Dus ook in de antwoorden op deze vragen wordt de diversiteit steeds groter. Vandaar het belang van breed kijken. Ook is het belangrijk om te beseffen dat compensatiemogelijkheden voor een ervaren tekort in heel andere domeinen kunnen zitten dan in het bedreigde domein. Blijf niet eindeloos zoeken binnen die ene kamer, in dat ene domein, maar zoek ook naar compensatiemogelijkheden in de andere domeinen. Niet iedere professional of instantie doet dat als vanzelfsprekend. De dokter, de woningcorporatie, de zorgaanbieder en allerlei andere functionarissen bewegen zich overwegend in één van de vijf kamers. Dat is het institutionele domein waarin ze zijn opgeleid en zich thuis voelen. Daar zit hun expertise; van daaruit doen ze hun aanbod. De professioneel geschoolde community builder houdt het hele plaatje voor ogen. Schematisch:

 

Institutioneel werkende professional          Professionele community builder

Biedt aan                                                                  Sluit aan

Heeft pasklare antwoorden                                  Stelt vragen

Wil de oplossing brengen                                     Wil de oplossing zoeken

Werkt voor de oudere                                           Werkt met de oudere

Werkt functiegericht                                             Werkt relatie- en gebiedsgericht

Vertrekt vanuit de systeemwereld                     Vertrekt vanuit de leefwereld

 

Op slot

Als voorbeeld nog even terug naar de familie de Geus. Ken je familie de Geus nog niet? Lees dan eerst deel drie in deze blogreeks.

In het Huis van de Identiteit gaat het om balans. In het huis van Agaath de Geus is de balans ver te zoeken. Vooral in kamer vier (Activiteiten) is het mis: haar hele leven wordt opgeslokt door maar één activiteit: mantelzorg. Agaath slaapt slecht en komt nergens meer aan toe. Ze móet het volhouden, aan iets anders wil ze niet denken. De huisarts schrijft na enig aandringen een slaaptablet voor. Dat werkt even, maar het is geen duurzame oplossing. Ook dochter Sonja sluit zich op, in haar geval in kamer drie, de materiële situatie van de buurvrouw. Sonja hoopt dat de buurvrouw snel kan verhuizen naar een verpleeghuis. Daarop kan Sonja alleen maar wachten. Maar mevrouw komt voorlopig niet door de aangescherpte indicatiestelling. Om gek van te worden! Dan valt er een folder in de bus met leuke activiteiten in het wijkcentrum. Hans zou best weer eens willen biljarten (kamer vier: Activiteiten), maar hij durft Agaath niet alleen te laten. Stel dat er opeens iets is met de buurvrouw? Hans zit opgesloten in Kamer twee (sociale contacten).

Omdat niemand naar het grotere geheel kijkt, komt er geen beweging in de situatie. De boel zit op slot. Dat ligt niet alleen aan de dokter, het verpleeghuis en de biljartvereniging, maar ook aan Hans en Agaath zelf. Ook hun eigen denken, hun eigen ideeën over wat ze willen, over wat er mogelijk is, zijn in de loop der jaren opgesloten geraakt.

Haakjes voor verandering

De community builder probeert daarover het gesprek aan te gaan. Wat speelt er in al die kamers? Waar zit de pijn, maar ook: waar zitten haakjes voor verandering? De brede blik van de community builder is een frisse blik. Hoe zou het leven van Hans en Agaath eruit zien als er ook weer wat leuke dingen zouden gebeuren? Die oude hobby? Die volkstuin van Hans? Dat contact met de lievelingsbroer van Agaath die naar Australië is geëmigreerd? Eerst werpen Hans en Agaath dit alles van zich af. Maar wat blijkt? Het is Agaaths diepste wens om die broer nog eens te bezoeken. Daar wordt ze warm van.

Verrassenderwijs ligt daar het eerste haakje voor verandering. Gevonden op onverwacht terrein, dankzij het brede kijken van de community builder, de  welgemeende interesse, het echt aanwezig zijn, het vele luisteren en vragen stellen. Uiteindelijk kunnen Agaath en Hans loslaten en weer eens voor zichzelf kiezen. De community builder vindt een vrijwilligster die af en toe inspringt. Agaath en Hans zijn er dolblij mee. Ze hoeven de zorg voor hun buurvrouw niet op te geven, dat zouden ze beslist niet willen! Maar ze genieten nu ook weer van andere dingen van het leven. En vinden weer aansluiting bij de gemeenschap.

In de laatste aflevering van deze reeks stellen we nog één vraag: is community building een substituut voor dure, gespecialiseerde gezondheidszorg? Ofwel: bespaart het geld? Wat denk jij? Ik zie je graag de volgende keer.

De goede community builder – Deel 4

Blogreeks voor actieve bewoners en professionals in het sociaal domein over community building in een ouder wordende samenleving

Kees Penninx | ActivAge

Deel 4 – Een giftige mix van maatschappelijke veranderingen

Je leest blogpost nummer vier in de reeks ‘De goede community builder’, over gemeenschapsvorming in een ouder wordende samenleving. In de vorige afleveringen heb je kunnen zien hoe goede community builders de drie V’s – vertrouwen, versterken en verbinden inzetten in de strijd tegen eenzaamheid en andere problemen van kwetsbare ouderen. We zagen hoe het zwaar overbelaste mantelzorgend echtpaar de Geus uit zijn isolement komt en verlichting vindt door de inzet van een aardige buurtbewoonster, gevonden via het sociaal werk in de wijk. We zagen ook dat Hendrik Groen, je kent hem nog, het vertrouwen in de buurt heeft verloren. Hij vindt zichzelf nog relatief goed af omdat hij in een zorgcentrum woont en daar plezier maakt met enkele medebewoners.

Leefplezier

Eigenlijk maakt het niet zo veel uit waar kwetsbare ouderen hun community vinden. Als ze zich maar ergens opgenomen voelen en een beetje menselijkheid om zich heen ervaren. Als ze maar af en toe tussen de vier muren van hun appartement uit zijn en zich een beetje gewaardeerd voelen. Dat leefplezier is belangrijk voor ieder mens, maar voor steeds meer ouderen niet vanzelfsprekend. Van de mensen die 85 jaar of ouder zijn, zegt bijna 63 procent zich eenzaam te voelen, waarvan 15 procent zeer eenzaam. Hoe heeft dat zo ver kunnen komen? Daarover gaat dit deel van de blogreeks, waarin we stuiten op een giftige mix van twee tegenstrijdige maatschappelijke veranderingen: we hebben enerzijds steeds hogere verwachtingen van de zelfredzaamheid van mensen en maken het hen anderzijds steeds moeilijker zelfredzaam te zijn.

Hoge verwachtingen

Met de komst van de participatiesamenleving zijn we hoge verwachtingen gaan koesteren van de zelfredzaamheid van burgers. Wees autonoom! Red jezelf! Maak iets van je leven! Deze moderne volksnormen zijn er na decennia van neoliberale politiek stevig ingeperst. De overheid heeft de mond vol van burgerkracht. Zelfredzame burgers en nieuwe burgerinitiatieven, zoals stadsdorpen en zorgcoöperaties, zijn de helden van de transities in het sociaal domein. Maar willen ze die rol eigenlijk wel vervullen? En kunnen ze dat? In zijn rapport ‘Weten is nog geen doen’ constateert de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) dat de overheid het zogenoemde ‘doen-vermogen’ van burgers, het vermogen om zichzelf en ook nog anderen te redden, overschat. Als we de burger nou maar goed informeren, dan komt die zelfredzaamheid vanzelf, lijkt de overheid te willen geloven. Maar weten is nog geen doen, zegt de WRR. Je moet het ook nog kunnen. Kan iedereen dat wel: zelfredzaamheid? En staan georganiseerde burgercollectieven ook open voor mensen die anders zijn dan zijzelf? De meest geïsoleerde ouderen zijn vaak mensen die minder gezellig zijn. Niet zo leuk om mee om te gaan. Mensen die hun tuintje niet verzorgen en niet teruggroeten. Zijn zij ook welkom bij het burgerinitiatief? Zijn ze ook welkom, als ze niet meteen inzetbaar zijn als vrijwilliger? Als ze niet kunnen voldoen aan de wet van de wederkerigheid? Een wet die zegt: wie haalt moet ook iets brengen.

Zorgelijke ontwikkelingen

Aan de ene kant dus die hoge verwachtingen, ook van kwetsbare burgers. De overheid streeft naar ‘zo lang mogelijk thuis’ en wil dat we zelfredzaam oud worden in onze eigen omgeving. Maar de praktijk is weerbarstig. Tegenover de hoge verwachtingen van de overheid staan zorgelijke ontwikkelingen, die het ouderen juist moeilijker maken om aan de verwachtingen te kunnen voldoen. Zo blijkt uit diverse onderzoeken, dat de voor zelfredzaamheid zo belangrijke verbindingen steeds vaker worden verbroken.

1.     Het demografisch instituut NIDI komt met alarmerende cijfers. De helft van de ouderen met gezondheidsklachten kent niemand die mantelzorg kan geven. Familiebanden zijn vaak slecht, reisafstanden te groot, banen slokken te veel tijd op. Verbinding verbroken.

2.     Dan was er eigen onderzoek van de NOS. Voor een groeiend aantal ouderen is de spoedeisende hulp het nieuwe toevluchtsoord. Deze peperdure vorm van zorg barst uit zijn voegen omdat steeds meer ouderen er gebruik van maken zonder dat het medisch gezien noodzakelijk is. Ook verblijven veel ouderen na een behandeling veel langer in het ziekenhuis dan nodig is. Thuis herstellen kan niet, bij gebrek aan opvang in de wijk. Verbindingen verbroken.

3.     Ook het SCP slaat alarm. Het tekort aan informele zorg zien we vooral in de stad, dachten we. Op het platteland is de situatie veel rooskleuriger, dachten we. Niet dus. Ook in de dorpen hapert hulp aan de meest kwetsbare ouderen. De oudste, armste en lager opgeleide ouderen blijven ook hier vaak verstoken van hulp van dorpsgenoten. En dat geldt ook voor dorpen waar burgerinitiatieven zoals zorgcoöperaties zijn. Verbindingen verbroken.

4.     In zijn Jaarrapport 2016 laat het SCP zien, dat het aantal 75-plussers dat begeleiding, verpleging of hulp bij huishouding en verzorging krijgt, de afgelopen drie jaar met 13 procent is afgenomen. Ook deze professionals droegen bij aan vertrouwen, versterken en verbinden, ook al was het misschien niet hun hoofdtaak. Verbindingen verbroken.

5.     In het rapport Kwetsbaar en eenzaam? constateert het SCP dat de individuele kans op eenzaamheid van 55-plussers weliswaar iets afneemt, maar dat het aantal eenzame ouderen toch toeneemt als gevolg van de vergrijzing. Van de mensen die zich melden voor de Wmo voelt ruim de helft zich eenzaam; een vijfde voelt zich sterk eenzaam. Naast gezondheidsproblemen blijkt ook alléén wonen een risicofactor. Nu al is 40% van de totale bevolking alleenstaand. Met de vergijzing zal dat aantal drastisch toenemen. Verbindingen verbroken.

Zelfredzaamheid kan niet zonder verbindingen. Dan is het des temeer navrant dat ouderen zo vaak worden geconfronteerd met verbroken verbindingen.

Sociaal herstelwerk

Het is mooi dat Hugo Borst en Carin Gaemers zo veel hebben bereikt voor ouderen in het verpleeghuis. Maar er moet daarnaast ook veel meer worden gedaan voor kwetsbare ouderen die zelfstandig wonen in de wijk. Al die verbroken verbindingen vragen om sociaal herstelwerk. Met herstel van verbindingen kunnen we een heel eind komen, mits we onze nek durven uitsteken, gaan samenwerken en het pad opgaan van vertrouwen, versterken, verbinden. Mits we niet alleen inzetten op individuele hulpverlening, maar ook community building gaan zien als prioriteit van de eerste orde. Dit vraagt om ieders inzet, gefaciliteerd door hiervoor opgeleide professionals, die aanwezig zijn in de wijk, die eropaf gaan, zoals publicist Jos van der Lans het noemt. En die ‘aanklampbaar’ zijn, zoals hoogleraar Andries Baart het zo mooi zegt.

Tot zover blogpost 4, over maatschappelijke ontwikkelingen die het voor kwetsbare, zelfstandig wonende ouderen steeds moeilijker maken om zelfredzaam en verbonden te blijven. Een wat treurige aflevering over de giftige mix van hoge verwachtingen enerzijds en opduikende barrières anderzijds. Maar ga niet bij de pakken neerzitten. Lees in het vijfde deel waarom community building een werkzaam tegengif kan zijn.

De goede community builder – Deel 3

Blogreeks voor actieve bewoners en professionals in het sociaal domein over community building in een ouder wordende samenleving

Kees Penninx | ActivAge

Dit is blogpost nummer drie in de reeks ‘De goede community builder’. Een reeks over gemeenschapsvorming in een ouder wordende samenleving. In de vorige aflevering hebben we gezien hoe de drie V’s van community building de essentie vormen: Vertrouwen, Versterken en Verbinden. Deze drie V’s vormen de kern van het bouwen aan sociale gemeenschappen waarin ouderen zich opgenomen en gewaardeerd voelen en waarin leefplezier tot op hoge leeftijd mogelijk is. Waarom is dat juist in deze tijd zo belangrijk? Je leest het in deze aflevering, nummer drie in de reeks, aan de hand van twee verhalen. Eerst het verhaal van familie de Geus, daarna dat van Hendrik Groen…

 

De goede community builder – Deel 3

 

Familie de Geus en Hendrik Groen

 

Familie de Geus

Je herinnert je misschien de Familie de Geus uit Waddinxveen? Begin 2018 schreef Charlotte Huisman hun verhaal op in de Volkskrant. Hans en Agathe de Geus zijn beide dik in de 70. Ze hebben een dementerende buurvrouw. Ruim 47 jaar wonen ze al naast elkaar. Ze hebben altijd lief en leed gedeeld. Maar de mantelzorg voor deze 81-jarige dame groeit Hans en Agathe nu boven het hoofd. Sinds de man van de buurvrouw is overleden, zo’n twaalf jaar geleden, zorgt het echtpaar de Geus steeds intensiever voor mevrouw. Het water staat hen aan de lippen. Meerdere keren per dag staat buurvrouw voor de deur; bijna iedere avond schuift ze aan voor het avondeten. “Geleidelijk is ze een steeds groter beroep op ons gaan doen” zegt Hans. Agathe beaamt: “Soms dacht ik: o nee, gaat daar nu al weer de bel?” Hans en Agathe hebben geen eigen leven meer; ze komen nergens meer aan toe.

 

De situatie is zo uit de hand gelopen dat dochter Sonja (40) het niet langer kan aanzien. “Mijn ouders gaan hieraan kapot” zegt Sonja. Ook de huisarts maakt zich grote zorgen over Hans en Agathe. Ze zijn uitgeput. Hij vindt dat de maatschappij deze zware zorg niet op de buren kan afwentelen. “Maar ja, wat kan ik doen als eenvoudige dokter?”

Nou, eigenlijk best veel.

 

Ik vind het mooi dat Familie de Geus met hun verhaal naar buiten komt. Want het taboe is groot. Er is veel schaamte: “Ik kan het niet meer aan” is een zin die de oudere generaties niet graag uitspreken. Je hangt de vuile was niet graag buiten. Vaak is er ook boosheid: je hebt het gevoel dat iedereen zijn handen van je af trekt. Niemand grijpt in. Je voelt je in de steek gelaten. In dit soort situaties is er behoefte aan community building. Gelukkig voor familie de Geus had de huisarts hier oog voor. Hij signaleerde het probleem en verwees door naar de welzijnsorganisatie. In sommige gemeenten noemen ze dat ‘Welzijn op recept.’ Ik weet niet of dat de meest aansprekende titel is – het doet me toch weer een beetje aan een diagnose denken – maar het werkte wel. Een sociaal professional ging het gesprek aan met de drie V’s in het achterhoofd. Uit haar netwerk werd een vrijwilliger gevonden, een buurtbewoonster die af en toe inspringt. Nu kunnen Hans en Agaath weer wat vaker iets voor zichzelf gaan doen. Ze hebben weer iemand bij wie ze hun verhaal kwijt kunnen. Waardoor de situatie weer werkbaar is, in elk geval voor een tijdje.

 

Hendrik Groen

Er is nog een getuige met een duidelijke visie op de urgentie van de zaak. Hij is een van mijn helden: Hendrik Groen. De 85-jarige bewoner van een verzorgingshuis in Amsterdam Noord, die twee geheime dagboeken schreef – beide bestsellers – over zijn belevenissen in het bejaardenhuis. Ik citeer uit zijn tweede geheime dagboek: ‘Zolang er leven is’.

 

Zo lang er leven is

 “Ik prijs me bijna gelukkig dat ik in een zorgcentrum woon. Er wordt in ons zorgcentrum veel geneuzeld en betutteld maar per saldo is hier toch meer te beleven dan wanneer je in je eigen huis de hele maand in je uppie zit uit te kijken naar de PlusBus. Als je een beetje je best doet en je hebt wat geluk met je lotgenoten, dan is het leven in een bejaardenhuis een stuk aangenamer dan zelfstandig moederziel alleen wonen.”

 

U leest het goed. Een pleidooi voor terugkeer naar het bejaardenhuis, om de meest kwetsbare ouderen nog een beetje geluk te bezorgen. Ik ben daar niet zo voor, maar Groen heeft ergens wel een punt. Te veel oude mensen, die nog zelfstandig wonen in de wijk, verdwijnen momenteel van de radar. Ik noem ze wel eens ‘de verdwenen ouderen.’ Teruggetrokken achter de voordeur. Door niemand meer gezien, door niemand meer uitgenodigd, door niemand meer gewaardeerd. ‘De verdwenen ouderen’: het zou de titel kunnen zijn van een spannende thriller, als het niet zo schrijnend was. Langer thuis… voor de een een zegen, voor de ander een hel.

 

De verhalen van Familie de Geus en Hendrik Groen laten zien dat er behoefte is aan gemeenschapsvorming. In het geval van familie de Geus werd uiteindelijk de buurt ingeschakeld om verlichting te bieden, met succes. Hendrik Groen vond nog wat saamhorigheid om zich heen binnen de muren van het zorgcentrum en prees zichzelf daarmee gelukkig. Het zijn indringende verhalen, die min of meer goed afliepen, in elk geval voor een tijdje. Verhalen als deze – en schrijnender – komen niet zomaar uit de lucht vallen. Ze spelen zich af tegen maatschappelijke achtergronden en vormen van overheidsbeleid. In dat maatschappelijk decor voltrekken zich heftige veranderingen. Ze maken het er voor veel ouderen niet gemakkelijker op om nog een beetje leefplezier te ervaren. Ik vind het een giftige mix van veranderingen! Wil je weten welke mix ik bedoel en waarom ik die giftig vind? Lees het over drie weken in deel vier van deze reeks.

De goede community builder – Deel 2

Blogreeks voor actieve bewoners en professionals in het sociaal domein over community building in een ouder wordende samenleving

Kees Penninx | ActivAge

Zo lang mogelijk zelfstandig leven en gelukkig oud worden. Wie wil dat nou niet?  In deze blogreeks betoog ik dat dit vraagt om nieuwe vormen van gebiedsgerichte community building en geef ik aan wat sociale professionals daarbij kunnen betekenen. Ik noem dat de drie V’s: vertrouwen, versterken en verbinden. Klinkt mooi, denk je nu, maar wat betekent dat concreet? Lees er alles over in deze blogreeks over de goede community builder. Vandaag deel 2. 

 

De goede community builder – Deel 2

 

De drie V’s van community building

In de vorige blogpost zagen we dat community building misschien wel het beste medicijn is tegen eenzaamheid, problemen met de gezondheid en andere ongemakken die ons kunnen overkomen als we ouder worden. Iedereen kan community builder zijn: it takes a village to grow old. Maar niet iedereen kan (nieuwe) sociale gemeenschappen stimuleren en faciliteren. Inspiratiebron zijn voor bewoners. Er op het juiste moment zijn voor mensen die een steuntje in de rug kunnen gebruiken. Impact maken en toch bescheiden blijven. Kortom: helpen bij community building is een vak. In dat vak gaat het in essentie om drie dingen. Ik noem ze de drie V’s van community building: vertrouwen, versterken en verbinden.

Vertrouwen

Dit betekent contact leggen, bewoners die dreigen af te haken of overmand zijn door problemen opzoeken. Aanbellen en oprechte belangstelling tonen. Welgemeend vragen ‘Hoe gaat het met u?’ Soms word je met open armen ontvangen, soms moet je veel geduld hebben en vasthoudend zijn. Blijven vragen: redt u het in uw eentje? Wat heeft u nodig? Waar geniet u van? Wat kunt u bijdragen? De goede community builder gaat het gesprek niet aan om te helpen, maar om te leren. Om te onderzoeken: zijn er dingen waar we samen de schouders onder kunnen zetten? Trek niet de zevenmijlslaarzen aan, maar zet kleine stapjes, soms letterlijk: een wandelingetje in het park. Heb geduld. Er zijn geen quick wins. Laat de stopwatch thuis. Het gaat om mensen die soms jaren niemand meer gesproken hebben of hooguit nog contact hebben met een professional die steunkousen aantrekt of een vrijwilliger die maaltijden bezorgt. Mensen die op niemand meer durven te vertrouwen. Ook humor en relativeren helpen. Zo ontstaat langzaam maar zeker een band. Stapje voor stapje. Niet problematiserend maar kansen zoekend. Werk met veel geduld aan herstel van vertrouwen. Laat mensen voelen dat ze er mogen zijn. Door vertrouwen te geven, help je de ander weer een beetje te vertrouwen, op zichzelf en op anderen.

Versterken

Het is niet de diagnose van problemen of tekorten die vertrouwen opwekt of ouderen in beweging brengt. Het is het appèl op de passie, het plezier, de kracht of de ambitie van de oudere zelf. Onder noemers als gelukgerichte zorg en positieve gezondheid krijgt deze benadering steeds meer steun. Ik noem het krachtgericht werken en schreef er een boek over.[1] Laat de oudere zijn of haar verhaal vertellen. Zoek daarin naar haakjes voor levenslust. Hé, dat breien was zo gek nog niet. Laat ik die pennen weer eens tevoorschijn halen. Sjonge, nu vragen ze mij op mijn 75e nog of ik mijn horeca-ervaring wil inzetten in een huiskamer van de wijk. Het zijn enkele reacties van ouderen die gesproken hebben met een goede community builder. Die kent het sociale weefsel van de wijk en zijn bewoners. Die weet wat er speelt en wie iets voor elkaar kunnen betekenen. Het geeft de oudere een goed gevoel als hij of zij zichzelf op die manier (opnieuw) ontdekt en zich opgenomen weet in het weefsel. Het is fijn als je merkt dat een ander iets aan jou heeft. Als er mensen op je zitten te wachten. Voor sommige ouderen is dat een poos geleden. De ervaring dat je kunt bijdragen aan iets dat groter is dan jijzelf, ook dat is een hulpbron. En niet zo’n kleintje ook. Kunnen bijdragen aan iets dat groter is dan jij zelf is de kern van een zinvol leven. Gezien en gewaardeerd worden draagt bij aan ‘leefplezier’, zoals hoogleraar ouderenzorg Joris Slaets het noemt. Daarover met ouderen in gesprek gaan, daarop verder bouwen, is wat goede community builders doen.

Verbinden

Maar het gaat verder: het gaat ook over verbinden. Ik ken maar weinig ouderen die niet verbonden willen blijven. Ouderen willen verbonden blijven met leeftijdgenoten, maar ook met andere generaties. Vaak gaat het bij community building om het verbinden van werelden die tot dan toe nogal gescheiden waren, die elkaar niet vanzelfsprekend (meer) opzoeken, maar wel iets voor elkaar kunnen betekenen. Zoals verschillende generaties. Die kun je met elkaar verbinden. Met als resultaat dat ieders wereld wordt vergroot en nieuwe inzichten en vaardigheden ontstaan. Nieuwe verbindingen brengen ook nieuwe hulpbronnen binnen handbereik. Hulpbronnen die je voorheen niet eens kende of waar je niet om durfde te vragen. Hulpbronnen die je misschien een poosje niet meer gevoeld hebt: aandacht, een luisterend oor. Een goed gesprek, een arm om je heen, misschien wel een ‘high five!’

Doorgaande beweging

Vertrouwen, versterken en verbinden dus. Als je even naar de afbeelding hiernaast kijkt, dan zie je dat er pijltjes tussen staan. Dat is de doorgaande beweging. Hersteld vertrouwen, herwonnen kracht en nieuwe verbindingen leiden tot nog meer vertrouwen, meer herwonnen kracht, enzovoort. Die beweging in gang zetten, dat is wat de goede community builder doet. Ervoor zorgen dat het wiel weer gaat draaien en dat de beweging wordt vastgehouden. Veerkracht bewaken als het tegen zit. Zo voorkomt de goede community builder dat het bergafwaarts gaat en dat de oudere terecht komt in het domein van de dure, gespecialiseerde zorg. Niet het primaire doel van het vak, wel mooi meegenomen, zou ik zeggen.

Tot zover de drie V’s van de goede community builder. Het is een praktijkmodel dat beschrijft wat community building in essentie is. Waarom is dit zo belangrijk in de huidige tijd? Lees het over drie weken in deel drie van deze reeks, waarin enkele bekende Nederlanders hun verhaal doen. ik zie je dan!

[1] Penninx, K. (Red.). Kiezen en verbonden blijven – Krachtgericht werken met ouderen in de wijk. Uitgeverij Coutinho, Bussum 2015
Dit boek geeft zicht op hoe professionals de zelfredzaamheid en participatie van senioren in de wijk kunnen versterken, hoe sociaal isolement van ouderen voorkomen kan worden en hoe we beter gebruik kunnen maken van de eigen kracht van ouderen. Met bijragen van Anja Machielse, Ard Sprinkhuizen, Thijs Tromp, Yvonne witter e.a.

 

De goede community builder – Deel 1

Blogreeks voor actieve bewoners en professionals in het sociaal domein over community building in een ouder wordende samenleving

Kees Penninx | ActivAge

Zo lang mogelijk zelfstandig leven en gelukkig oud worden. Wie wil dat nou niet? Vanuit mijn bedrijf ActivAge werk ik aan innovatieve concepten voor een leeftijdsvriendelijke samenleving. Dat is een samenleving die ouderen insluit en stimuleert dat zij meedoen en van betekenis zijn. In deze blogreeks betoog ik dat dit vraagt om nieuwe vormen van gebiedsgerichte community building en geef ik aan wat sociale professionals daarbij kunnen betekenen. Ik noem dat de drie V’s: vertrouwen, versterken en verbinden. Klinkt mooi, denk je nu, maar wat betekent dat concreet? Lees er alles over in deze blogreeks over de goede community builder.

 

De goede community builder – deel 1

Ben jij een community builder?

In onze ouder wordende samenleving kan iedereen community builder zijn. De wijkverpleegkundige, de maatschappelijk werker, de wijkagent, de vrijwilliger, de ambtenaar en – last but not least – de wijkbewoner. Immers: wat oudere mensen nodig hebben, is een zorgzame, beschermende, maar ook uitnodigende en verbindende sociale gemeenschap om hen heen, heel tastbaar, in hun directe woon- en leefomgeving. Bouw jij daaraan mee? Dan ben je een community builder. Je doet het goede. Volgende vraag: doe je het goed? Ben je een goede community builder? Die vraag is iets lastiger te beantwoorden. Een aanzet.

Mensen om je heen

Om te weten of je een goede community builder bent, moet je natuurlijk eerst weten wat een community is en welke betekenis die heeft voor bewoners. Voor de een volstaan een paar lieve mensen in de directe omgeving. Een ander heeft misschien wel een complete zorgzame buurt nodig, een caring community. Hoe oud we ook zijn, we hebben mensen om ons heen nodig. Mensen waar we plezier mee kunnen beleven, waar we op terug kunnen vallen én waar we iets voor kunnen betekenen. Community building is gericht op het aanblazen van positieve, zingevende en betekenisvolle sociale relaties. Er komt steeds meer wetenschappelijk bewijs dat zulke relaties, waarin verbondenheid kan groeien, het beste medicijn vormen tegen eenzaamheid, ongezondheid en andere ongemakken die ons kunnen overkomen bij het ouder worden.

Community building als beroep

Community building is geen exclusieve taak van een bepaalde beroepsgroep. Toch is het mooi dat er sociale professionals zijn die als hulptroepen voor community building zijn opgeleid. Helpen bij community building is een vak. Het vak van de sociale professional die present is in de woonomgeving en die het proces van gemeenschapsvorming aanjaagt en faciliteert. Dat is vaak nodig. Want het gaat niet altijd vanzelf. Ga jezelf maar na. Ben jij wel eens bezig met de vraag of er oude mensen in jouw buurt wonen die wellicht een goed gesprek of een steuntje in de rug kunnen gebruiken? Voor mij is het eerlijk gezegd geen dagelijkse kost. Toen ik het eens probeerde (Dag mijnheer van Dun, u verzorgt uw zieke vrouw iedere dag, kan ik ook eens wat voor u doen, een boodschap of zo?), was de reactie afhoudend (Nee hoor, het gaat prima). Ik ben met meneer van Dun nooit verder gekomen dan de jaarlijkse overhandiging van mijn zelf gebakken oliebollen op 1 januari. Soms zijn de verbindingen zo ver te zoeken, of al zo lang verbroken, dat je er niet zomaar meer doorheen komt. Professionele helpers bij community building komen dan van pas.

Wil je weten hoe dat werkt? En wat professionele community builders doen? Lees in mijn volgende blogpost verder over de drie V’s van community building.