Berichten

De goede community builder – Blog deel 6

Meer community building, minder zorg? Vergeet het!

Blogreeks voor actieve bewoners en professionals in het sociaal domein over community building in een ouder wordende samenleving

Kees Penninx | ActivAge

In de blogreeks De goede community builder heb ik een pleidooi gehouden voor community building. Zorg ervoor dat ouderen zich zo lang mogelijk opgenomen weten in een kleine of grotere sociale gemeenschap, waarin zij niet alleen contacten kunnen onderhouden en steun ontvangen, maar ook naar vermogen kunnen bijdragen aan het geluk van anderen. Met een frisse, positieve en vooral brede kijk op ouder worden staat de professionele community builder de oudere en de gemeenschap bij door te werken aan de drie V’s: vertrouwen, versterken en verbinden. Ik noemde community building, mits goed doordacht en uitgevoerd, een belangrijk medicijn tegen eenzaamheid, ongezondheid en andere ongemakken die ons allen kunnen overkomen bij het ouder worden. Is community building daarmee het panacee tegen alle kwalen? Een goedkoop substituut voor dure zorg? Nee. Er moet meer gebeuren.

 

Randvoorwaarden

In deze laatste blog zet ik enkele randvoorwaarden op een rij die vervuld moeten worden, als we echt willen inzetten op community building. Wat moet er – naast community building – nog meer gebeuren? Ik noem vier dingen.

 

In de eerste plaats moeten ook professionele thuiszorg en verpleging in voldoende mate beschikbaar zijn voor kwetsbare ouderen in de wijk. Dat is lang niet altijd het geval, zoals we hebben gezien. Nu al kunnen veel organisaties niet voldoende gekwalificeerde zorgverleners vinden. Nieuwe technologie kan dit voor een deel opvangen, maar we zullen ook jongeren moeten stimuleren om te kiezen voor werk in de zorg, met goede opleidingen en degelijke arbeidsvoorwaarden.

 

Het tweede is dat we nog eens goed moeten nadenken of het sluiten van de verzorgingshuizen wel zo hard moet gaan. Ik zou niet zo ver willen gaan als de Amsterdamse wethouder van den Burg, die oude verzorgingshuizen wil heropenen. Maar het tempo waarin de ontwikkeling gaat is veel te hoog. Er verdwijnen teveel kwetsbare ouderen van de radar, ouderen voor wie zelfstandig thuis wonen een brug te ver is. Ze zitten thuis te verpieteren, krijgen geen beweging, eten ongezond, zien niemand of zitten te vervuilen. Die mensen moeten actief worden opgespoord en volledig worden ontzorg met 24-uurs opvang in een professioneel gerunde instelling.

 

Ten derde: beter nadenken over de behoeften van mantelzorgers. Laten we respijtzorg zien als aardige aanvulling, maar niet als oplossing. Zeker, ontzorgen is goed voor mantelzorgers. Het kabinet wil meer voorlichting bieden over mantelzorgondersteuning en respijtzorg stimuleren. Dan kan de mantelzorger er ook eens een uurtje tussenuit. Ik vind dit volstrekt onvoldoende, bijna cynisch. Ook hier is het echte probleem het tekort aan kwalitatief goede, professionele thuiszorg.

 

Ten vierde: meer aandacht voor tijdelijke opvang in de wijk (bijvoorbeeld na een ziekenhuisopname) en voor nieuwe geclusterde woonzorgvormen, zoals hofjes, woongroepen en meergeneratiewonen. Ook dementerenden moeten daar terecht kunnen. De komende jaren zal de vraag naar opvang van mensen met dementie verdrievoudigen. Hoogste tijd dus, om alle creatieve registers open te zetten.

 

Versterken van eigen kracht middels community building is mooi, maar het is geen vervanger van professionele zorg. Community building en zorg zijn geen communicerende vaten, waarbij toename aan de ene kant (meer community) vanzelf leidt tot afname aan de andere kant (minder zorg). Het is niet of-of, maar en-en. Als we het zo aanpakken, kan inzetten op community building meer zijn dan een schaamlap voor bezuinigingen. Dan kan community building zijn wat het beoogt: een fundament van een daadwerkelijk leeftijdsvriendelijke en dementievriendelijke samenleving. Een samenleving die kwetsbare ouderen niet aan hun lot overlaat, maar die hen insluit en de plek geeft die ze nodig hebben. Niet in de marge, maar in ons midden, zo lang het kan.