Berichten

De goede community builder – Deel 5

Blogreeks voor actieve bewoners en professionals in het sociaal domein over community building in een ouder wordende samenleving

Kees Penninx | ActivAge

Community building: een werkzaam medicijn

In de eerste blogpost in deze reeks schreef ik dat community building misschien wel het beste medicijn is tegen eenzaamheid, problemen met de gezondheid en andere ongemakken die ons kunnen overkomen als we ouder worden. Het is een antiserum tegen de vele, nogal giftige boodschappen die ouderen in het huidige maatschappelijk klimaat zowat dagelijks worden opgedrongen: wees autonoom! Woon zo lang mogelijk zelfstandig! Red jezelf! Dank je de koekoek. Wat moet je daarmee als je niemand kent? Als je aan huis gekluisterd bent vanwege een zware lichamelijke beperking? Als je tot over je oren in de mantelzorg zit en niet meer weet hoe het verder moet? Naast gemakkelijke toegang tot goede hulp en zorg hebben ouderen iets anders nodig: een zorgzame, beschermende, uitnodigende en verbindende sociale gemeenschap om hen heen, heel tastbaar, in hun directe woon- en leefomgeving. Sociale professionals kunnen daaraan bijdragen door te investeren in de drie V’s van community building: vertrouwen, versterken en verbinden. Eerder zagen we hoe dit er in de praktijk uitziet. In het vijfde deel van deze reeks gaan we zien waarom dit werkt. Waarom draagt de goede community builder bij aan waardig oud worden, aan meedoen en erbij horen van mensen in de laatste fasen van hun leven?

Het Huis van de Identiteit

Om dat te onderzoeken heb ik gekeken naar de praktijk van het sociaal werk met ouderen in een aantal wijken van Rotterdam, Medemblik en Utrecht. Het viel mij op dat sociaal herstel en verbindingswerk vooral tot stand komen als sociale professionals en hulpverleners niet wegschieten in individuele problematiek, maar breed kijken naar processen van ouder worden en van daaruit breed zoeken naar ‘haakjes’ voor verandering. Een korte rondleiding door het Huis van de identiteit kan dit verduidelijken.

Dit is het Huis van de Identiteit. Een huis met vijf kamers. In elke kamer bevindt zich een van de levensdomeinen waarin ons leven – en dus ook ons ouder worden – zich voltrekt. De kunst van het ouder worden is om zo lang mogelijk balans te ervaren op al die levensdomeinen. Dan zitten we lekker in ons vel. Dan kunnen we zingeving, plezier en waardigheid ervaren tot op hoge leeftijd. We nemen even een kijkje in die vijf kamers. Wat zien we?

1.     Lichaam en geest gaat over dingen als gezondheid, energie, ontspanning, nachtrust, lichaamsbeweging.

2.     Sociale contacten gaat over de mensen om ons heen: onze partner, familie, vrienden, clubs of verenigingen waar we lid van zijn, eventueel collega’s.

3.     In de derde kamer bevindt zich onze materiële situatie. Denk hierbij aan hoeveel geld we te besteden hebben, maar ook ons huis, onze tuin, de woonomgeving, mobiliteit.

4.     Kamer vier huisvest onze dagdagelijkse activiteiten: hoe brengen wij de dag door? Als we nog werken: hoe is onze werksituatie? Zijn we druk met mantelzorg, vrijwilligerswerk, hobby’s? Als we oud zijn, bezoeken we wellicht een voorziening voor dagbesteding.

5.     In de laatste kamer zijn we op het terrein van waarden en inspiratie. Voor sommigen is levensbeschouwing belangrijk. Anderen zijn geïnteresseerd in politiek. Of doen aan spirituele activiteiten, bijvoorbeeld yoga of meditatie. Ook genieten van kunst of wandelen in de natuur kunnen fantastische inspiratiebronnen zijn.

Op al die terreinen, in al die kamers, kunnen we onszelf vragen stellen als we ouder worden:

  • In welke kamer voel ik me sterk?
  • In welke kamer heb ik iets nodig?
  • In welke kamer voel ik ruimte om te investeren?
  • In welke kamer wil ik gas terugnemen?

Naarmate we ouder worden, nemen de verschillen tussen mensen eerder toe dan af. Dus ook in de antwoorden op deze vragen wordt de diversiteit steeds groter. Vandaar het belang van breed kijken. Ook is het belangrijk om te beseffen dat compensatiemogelijkheden voor een ervaren tekort in heel andere domeinen kunnen zitten dan in het bedreigde domein. Blijf niet eindeloos zoeken binnen die ene kamer, in dat ene domein, maar zoek ook naar compensatiemogelijkheden in de andere domeinen. Niet iedere professional of instantie doet dat als vanzelfsprekend. De dokter, de woningcorporatie, de zorgaanbieder en allerlei andere functionarissen bewegen zich overwegend in één van de vijf kamers. Dat is het institutionele domein waarin ze zijn opgeleid en zich thuis voelen. Daar zit hun expertise; van daaruit doen ze hun aanbod. De professioneel geschoolde community builder houdt het hele plaatje voor ogen. Schematisch:

 

Institutioneel werkende professional          Professionele community builder

Biedt aan                                                                  Sluit aan

Heeft pasklare antwoorden                                  Stelt vragen

Wil de oplossing brengen                                     Wil de oplossing zoeken

Werkt voor de oudere                                           Werkt met de oudere

Werkt functiegericht                                             Werkt relatie- en gebiedsgericht

Vertrekt vanuit de systeemwereld                     Vertrekt vanuit de leefwereld

 

Op slot

Als voorbeeld nog even terug naar de familie de Geus. Ken je familie de Geus nog niet? Lees dan eerst deel drie in deze blogreeks.

In het Huis van de Identiteit gaat het om balans. In het huis van Agaath de Geus is de balans ver te zoeken. Vooral in kamer vier (Activiteiten) is het mis: haar hele leven wordt opgeslokt door maar één activiteit: mantelzorg. Agaath slaapt slecht en komt nergens meer aan toe. Ze móet het volhouden, aan iets anders wil ze niet denken. De huisarts schrijft na enig aandringen een slaaptablet voor. Dat werkt even, maar het is geen duurzame oplossing. Ook dochter Sonja sluit zich op, in haar geval in kamer drie, de materiële situatie van de buurvrouw. Sonja hoopt dat de buurvrouw snel kan verhuizen naar een verpleeghuis. Daarop kan Sonja alleen maar wachten. Maar mevrouw komt voorlopig niet door de aangescherpte indicatiestelling. Om gek van te worden! Dan valt er een folder in de bus met leuke activiteiten in het wijkcentrum. Hans zou best weer eens willen biljarten (kamer vier: Activiteiten), maar hij durft Agaath niet alleen te laten. Stel dat er opeens iets is met de buurvrouw? Hans zit opgesloten in Kamer twee (sociale contacten).

Omdat niemand naar het grotere geheel kijkt, komt er geen beweging in de situatie. De boel zit op slot. Dat ligt niet alleen aan de dokter, het verpleeghuis en de biljartvereniging, maar ook aan Hans en Agaath zelf. Ook hun eigen denken, hun eigen ideeën over wat ze willen, over wat er mogelijk is, zijn in de loop der jaren opgesloten geraakt.

Haakjes voor verandering

De community builder probeert daarover het gesprek aan te gaan. Wat speelt er in al die kamers? Waar zit de pijn, maar ook: waar zitten haakjes voor verandering? De brede blik van de community builder is een frisse blik. Hoe zou het leven van Hans en Agaath eruit zien als er ook weer wat leuke dingen zouden gebeuren? Die oude hobby? Die volkstuin van Hans? Dat contact met de lievelingsbroer van Agaath die naar Australië is geëmigreerd? Eerst werpen Hans en Agaath dit alles van zich af. Maar wat blijkt? Het is Agaaths diepste wens om die broer nog eens te bezoeken. Daar wordt ze warm van.

Verrassenderwijs ligt daar het eerste haakje voor verandering. Gevonden op onverwacht terrein, dankzij het brede kijken van de community builder, de  welgemeende interesse, het echt aanwezig zijn, het vele luisteren en vragen stellen. Uiteindelijk kunnen Agaath en Hans loslaten en weer eens voor zichzelf kiezen. De community builder vindt een vrijwilligster die af en toe inspringt. Agaath en Hans zijn er dolblij mee. Ze hoeven de zorg voor hun buurvrouw niet op te geven, dat zouden ze beslist niet willen! Maar ze genieten nu ook weer van andere dingen van het leven. En vinden weer aansluiting bij de gemeenschap.

In de laatste aflevering van deze reeks stellen we nog één vraag: is community building een substituut voor dure, gespecialiseerde gezondheidszorg? Ofwel: bespaart het geld? Wat denk jij? Ik zie je graag de volgende keer.

UVH evalueerde Studio BRUIS: methode werkt!

In het experiment ‘Vitale woongemeenschappen’ werkten Platform31 en Aedes-Actiz Kennis-centrum Wonen-Zorg samen met bewoners aan het ‘bruisend maken’ van hun gemeenschap. Zij deden dit in tien woongemeenschappen voor ouderen volgens de methode van ‘Studio BRUIS – Samen Buurten’, ontwikkeld door ActivAge. In een bruisende gemeenschap kennen mensen elkaar, voelen ze zich verbonden met elkaar, doen ze mee aan activiteiten en organiseren die ook en beheren en benutten ze de gedeelde ruimtes. De BRUIS-aanpak bestaat uit twee delen:

  1. de organisatie van gezellige, laagdrempelige activiteiten en
  2. de organisatie van gespreksgroepen waardoor bewoners elkaar beter leren kennen en elkaar vinden in kleine groepjes gebaseerd op gedeelde interesses en voorkeuren.

ActivAge ontwikkelde een handboek en een draaiboek (en bijbehorende PowerPoint presentatie), waarmee professionals deze aanpak direct in de praktijk kunnen brengen. De Universiteit van Humanistiek evalueerde het experiment en kwam tot de conclusie dat de methode werkt. Het onderzoek laat zien wat de mogelijkheden en grenzen van het zelforganiserend vermogen van bewoners in wooncomplexen voor ouderen zijn, wanneer en welke professionele ondersteuning nodig is, en onder welke voorwaarden een bruisende woongemeenschap kan ontstaan waarin gemakkelijk contacten worden gelegd. Download de onderzoeksrapportage.

De goede community builder – Deel 4

Blogreeks voor actieve bewoners en professionals in het sociaal domein over community building in een ouder wordende samenleving

Kees Penninx | ActivAge

Deel 4 – Een giftige mix van maatschappelijke veranderingen

Je leest blogpost nummer vier in de reeks ‘De goede community builder’, over gemeenschapsvorming in een ouder wordende samenleving. In de vorige afleveringen heb je kunnen zien hoe goede community builders de drie V’s – vertrouwen, versterken en verbinden inzetten in de strijd tegen eenzaamheid en andere problemen van kwetsbare ouderen. We zagen hoe het zwaar overbelaste mantelzorgend echtpaar de Geus uit zijn isolement komt en verlichting vindt door de inzet van een aardige buurtbewoonster, gevonden via het sociaal werk in de wijk. We zagen ook dat Hendrik Groen, je kent hem nog, het vertrouwen in de buurt heeft verloren. Hij vindt zichzelf nog relatief goed af omdat hij in een zorgcentrum woont en daar plezier maakt met enkele medebewoners.

Leefplezier

Eigenlijk maakt het niet zo veel uit waar kwetsbare ouderen hun community vinden. Als ze zich maar ergens opgenomen voelen en een beetje menselijkheid om zich heen ervaren. Als ze maar af en toe tussen de vier muren van hun appartement uit zijn en zich een beetje gewaardeerd voelen. Dat leefplezier is belangrijk voor ieder mens, maar voor steeds meer ouderen niet vanzelfsprekend. Van de mensen die 85 jaar of ouder zijn, zegt bijna 63 procent zich eenzaam te voelen, waarvan 15 procent zeer eenzaam. Hoe heeft dat zo ver kunnen komen? Daarover gaat dit deel van de blogreeks, waarin we stuiten op een giftige mix van twee tegenstrijdige maatschappelijke veranderingen: we hebben enerzijds steeds hogere verwachtingen van de zelfredzaamheid van mensen en maken het hen anderzijds steeds moeilijker zelfredzaam te zijn.

Hoge verwachtingen

Met de komst van de participatiesamenleving zijn we hoge verwachtingen gaan koesteren van de zelfredzaamheid van burgers. Wees autonoom! Red jezelf! Maak iets van je leven! Deze moderne volksnormen zijn er na decennia van neoliberale politiek stevig ingeperst. De overheid heeft de mond vol van burgerkracht. Zelfredzame burgers en nieuwe burgerinitiatieven, zoals stadsdorpen en zorgcoöperaties, zijn de helden van de transities in het sociaal domein. Maar willen ze die rol eigenlijk wel vervullen? En kunnen ze dat? In zijn rapport ‘Weten is nog geen doen’ constateert de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) dat de overheid het zogenoemde ‘doen-vermogen’ van burgers, het vermogen om zichzelf en ook nog anderen te redden, overschat. Als we de burger nou maar goed informeren, dan komt die zelfredzaamheid vanzelf, lijkt de overheid te willen geloven. Maar weten is nog geen doen, zegt de WRR. Je moet het ook nog kunnen. Kan iedereen dat wel: zelfredzaamheid? En staan georganiseerde burgercollectieven ook open voor mensen die anders zijn dan zijzelf? De meest geïsoleerde ouderen zijn vaak mensen die minder gezellig zijn. Niet zo leuk om mee om te gaan. Mensen die hun tuintje niet verzorgen en niet teruggroeten. Zijn zij ook welkom bij het burgerinitiatief? Zijn ze ook welkom, als ze niet meteen inzetbaar zijn als vrijwilliger? Als ze niet kunnen voldoen aan de wet van de wederkerigheid? Een wet die zegt: wie haalt moet ook iets brengen.

Zorgelijke ontwikkelingen

Aan de ene kant dus die hoge verwachtingen, ook van kwetsbare burgers. De overheid streeft naar ‘zo lang mogelijk thuis’ en wil dat we zelfredzaam oud worden in onze eigen omgeving. Maar de praktijk is weerbarstig. Tegenover de hoge verwachtingen van de overheid staan zorgelijke ontwikkelingen, die het ouderen juist moeilijker maken om aan de verwachtingen te kunnen voldoen. Zo blijkt uit diverse onderzoeken, dat de voor zelfredzaamheid zo belangrijke verbindingen steeds vaker worden verbroken.

1.     Het demografisch instituut NIDI komt met alarmerende cijfers. De helft van de ouderen met gezondheidsklachten kent niemand die mantelzorg kan geven. Familiebanden zijn vaak slecht, reisafstanden te groot, banen slokken te veel tijd op. Verbinding verbroken.

2.     Dan was er eigen onderzoek van de NOS. Voor een groeiend aantal ouderen is de spoedeisende hulp het nieuwe toevluchtsoord. Deze peperdure vorm van zorg barst uit zijn voegen omdat steeds meer ouderen er gebruik van maken zonder dat het medisch gezien noodzakelijk is. Ook verblijven veel ouderen na een behandeling veel langer in het ziekenhuis dan nodig is. Thuis herstellen kan niet, bij gebrek aan opvang in de wijk. Verbindingen verbroken.

3.     Ook het SCP slaat alarm. Het tekort aan informele zorg zien we vooral in de stad, dachten we. Op het platteland is de situatie veel rooskleuriger, dachten we. Niet dus. Ook in de dorpen hapert hulp aan de meest kwetsbare ouderen. De oudste, armste en lager opgeleide ouderen blijven ook hier vaak verstoken van hulp van dorpsgenoten. En dat geldt ook voor dorpen waar burgerinitiatieven zoals zorgcoöperaties zijn. Verbindingen verbroken.

4.     In zijn Jaarrapport 2016 laat het SCP zien, dat het aantal 75-plussers dat begeleiding, verpleging of hulp bij huishouding en verzorging krijgt, de afgelopen drie jaar met 13 procent is afgenomen. Ook deze professionals droegen bij aan vertrouwen, versterken en verbinden, ook al was het misschien niet hun hoofdtaak. Verbindingen verbroken.

5.     In het rapport Kwetsbaar en eenzaam? constateert het SCP dat de individuele kans op eenzaamheid van 55-plussers weliswaar iets afneemt, maar dat het aantal eenzame ouderen toch toeneemt als gevolg van de vergrijzing. Van de mensen die zich melden voor de Wmo voelt ruim de helft zich eenzaam; een vijfde voelt zich sterk eenzaam. Naast gezondheidsproblemen blijkt ook alléén wonen een risicofactor. Nu al is 40% van de totale bevolking alleenstaand. Met de vergijzing zal dat aantal drastisch toenemen. Verbindingen verbroken.

Zelfredzaamheid kan niet zonder verbindingen. Dan is het des temeer navrant dat ouderen zo vaak worden geconfronteerd met verbroken verbindingen.

Sociaal herstelwerk

Het is mooi dat Hugo Borst en Carin Gaemers zo veel hebben bereikt voor ouderen in het verpleeghuis. Maar er moet daarnaast ook veel meer worden gedaan voor kwetsbare ouderen die zelfstandig wonen in de wijk. Al die verbroken verbindingen vragen om sociaal herstelwerk. Met herstel van verbindingen kunnen we een heel eind komen, mits we onze nek durven uitsteken, gaan samenwerken en het pad opgaan van vertrouwen, versterken, verbinden. Mits we niet alleen inzetten op individuele hulpverlening, maar ook community building gaan zien als prioriteit van de eerste orde. Dit vraagt om ieders inzet, gefaciliteerd door hiervoor opgeleide professionals, die aanwezig zijn in de wijk, die eropaf gaan, zoals publicist Jos van der Lans het noemt. En die ‘aanklampbaar’ zijn, zoals hoogleraar Andries Baart het zo mooi zegt.

Tot zover blogpost 4, over maatschappelijke ontwikkelingen die het voor kwetsbare, zelfstandig wonende ouderen steeds moeilijker maken om zelfredzaam en verbonden te blijven. Een wat treurige aflevering over de giftige mix van hoge verwachtingen enerzijds en opduikende barrières anderzijds. Maar ga niet bij de pakken neerzitten. Lees in het vijfde deel waarom community building een werkzaam tegengif kan zijn.

De goede community builder – Deel 3

Blogreeks voor actieve bewoners en professionals in het sociaal domein over community building in een ouder wordende samenleving

Kees Penninx | ActivAge

Dit is blogpost nummer drie in de reeks ‘De goede community builder’. Een reeks over gemeenschapsvorming in een ouder wordende samenleving. In de vorige aflevering hebben we gezien hoe de drie V’s van community building de essentie vormen: Vertrouwen, Versterken en Verbinden. Deze drie V’s vormen de kern van het bouwen aan sociale gemeenschappen waarin ouderen zich opgenomen en gewaardeerd voelen en waarin leefplezier tot op hoge leeftijd mogelijk is. Waarom is dat juist in deze tijd zo belangrijk? Je leest het in deze aflevering, nummer drie in de reeks, aan de hand van twee verhalen. Eerst het verhaal van familie de Geus, daarna dat van Hendrik Groen…

 

De goede community builder – Deel 3

 

Familie de Geus en Hendrik Groen

 

Familie de Geus

Je herinnert je misschien de Familie de Geus uit Waddinxveen? Begin 2018 schreef Charlotte Huisman hun verhaal op in de Volkskrant. Hans en Agathe de Geus zijn beide dik in de 70. Ze hebben een dementerende buurvrouw. Ruim 47 jaar wonen ze al naast elkaar. Ze hebben altijd lief en leed gedeeld. Maar de mantelzorg voor deze 81-jarige dame groeit Hans en Agathe nu boven het hoofd. Sinds de man van de buurvrouw is overleden, zo’n twaalf jaar geleden, zorgt het echtpaar de Geus steeds intensiever voor mevrouw. Het water staat hen aan de lippen. Meerdere keren per dag staat buurvrouw voor de deur; bijna iedere avond schuift ze aan voor het avondeten. “Geleidelijk is ze een steeds groter beroep op ons gaan doen” zegt Hans. Agathe beaamt: “Soms dacht ik: o nee, gaat daar nu al weer de bel?” Hans en Agathe hebben geen eigen leven meer; ze komen nergens meer aan toe.

 

De situatie is zo uit de hand gelopen dat dochter Sonja (40) het niet langer kan aanzien. “Mijn ouders gaan hieraan kapot” zegt Sonja. Ook de huisarts maakt zich grote zorgen over Hans en Agathe. Ze zijn uitgeput. Hij vindt dat de maatschappij deze zware zorg niet op de buren kan afwentelen. “Maar ja, wat kan ik doen als eenvoudige dokter?”

Nou, eigenlijk best veel.

 

Ik vind het mooi dat Familie de Geus met hun verhaal naar buiten komt. Want het taboe is groot. Er is veel schaamte: “Ik kan het niet meer aan” is een zin die de oudere generaties niet graag uitspreken. Je hangt de vuile was niet graag buiten. Vaak is er ook boosheid: je hebt het gevoel dat iedereen zijn handen van je af trekt. Niemand grijpt in. Je voelt je in de steek gelaten. In dit soort situaties is er behoefte aan community building. Gelukkig voor familie de Geus had de huisarts hier oog voor. Hij signaleerde het probleem en verwees door naar de welzijnsorganisatie. In sommige gemeenten noemen ze dat ‘Welzijn op recept.’ Ik weet niet of dat de meest aansprekende titel is – het doet me toch weer een beetje aan een diagnose denken – maar het werkte wel. Een sociaal professional ging het gesprek aan met de drie V’s in het achterhoofd. Uit haar netwerk werd een vrijwilliger gevonden, een buurtbewoonster die af en toe inspringt. Nu kunnen Hans en Agaath weer wat vaker iets voor zichzelf gaan doen. Ze hebben weer iemand bij wie ze hun verhaal kwijt kunnen. Waardoor de situatie weer werkbaar is, in elk geval voor een tijdje.

 

Hendrik Groen

Er is nog een getuige met een duidelijke visie op de urgentie van de zaak. Hij is een van mijn helden: Hendrik Groen. De 85-jarige bewoner van een verzorgingshuis in Amsterdam Noord, die twee geheime dagboeken schreef – beide bestsellers – over zijn belevenissen in het bejaardenhuis. Ik citeer uit zijn tweede geheime dagboek: ‘Zolang er leven is’.

 

Zo lang er leven is

 “Ik prijs me bijna gelukkig dat ik in een zorgcentrum woon. Er wordt in ons zorgcentrum veel geneuzeld en betutteld maar per saldo is hier toch meer te beleven dan wanneer je in je eigen huis de hele maand in je uppie zit uit te kijken naar de PlusBus. Als je een beetje je best doet en je hebt wat geluk met je lotgenoten, dan is het leven in een bejaardenhuis een stuk aangenamer dan zelfstandig moederziel alleen wonen.”

 

U leest het goed. Een pleidooi voor terugkeer naar het bejaardenhuis, om de meest kwetsbare ouderen nog een beetje geluk te bezorgen. Ik ben daar niet zo voor, maar Groen heeft ergens wel een punt. Te veel oude mensen, die nog zelfstandig wonen in de wijk, verdwijnen momenteel van de radar. Ik noem ze wel eens ‘de verdwenen ouderen.’ Teruggetrokken achter de voordeur. Door niemand meer gezien, door niemand meer uitgenodigd, door niemand meer gewaardeerd. ‘De verdwenen ouderen’: het zou de titel kunnen zijn van een spannende thriller, als het niet zo schrijnend was. Langer thuis… voor de een een zegen, voor de ander een hel.

 

De verhalen van Familie de Geus en Hendrik Groen laten zien dat er behoefte is aan gemeenschapsvorming. In het geval van familie de Geus werd uiteindelijk de buurt ingeschakeld om verlichting te bieden, met succes. Hendrik Groen vond nog wat saamhorigheid om zich heen binnen de muren van het zorgcentrum en prees zichzelf daarmee gelukkig. Het zijn indringende verhalen, die min of meer goed afliepen, in elk geval voor een tijdje. Verhalen als deze – en schrijnender – komen niet zomaar uit de lucht vallen. Ze spelen zich af tegen maatschappelijke achtergronden en vormen van overheidsbeleid. In dat maatschappelijk decor voltrekken zich heftige veranderingen. Ze maken het er voor veel ouderen niet gemakkelijker op om nog een beetje leefplezier te ervaren. Ik vind het een giftige mix van veranderingen! Wil je weten welke mix ik bedoel en waarom ik die giftig vind? Lees het over drie weken in deel vier van deze reeks.

De goede community builder – Deel 2

Blogreeks voor actieve bewoners en professionals in het sociaal domein over community building in een ouder wordende samenleving

Kees Penninx | ActivAge

Zo lang mogelijk zelfstandig leven en gelukkig oud worden. Wie wil dat nou niet?  In deze blogreeks betoog ik dat dit vraagt om nieuwe vormen van gebiedsgerichte community building en geef ik aan wat sociale professionals daarbij kunnen betekenen. Ik noem dat de drie V’s: vertrouwen, versterken en verbinden. Klinkt mooi, denk je nu, maar wat betekent dat concreet? Lees er alles over in deze blogreeks over de goede community builder. Vandaag deel 2. 

 

De goede community builder – Deel 2

 

De drie V’s van community building

In de vorige blogpost zagen we dat community building misschien wel het beste medicijn is tegen eenzaamheid, problemen met de gezondheid en andere ongemakken die ons kunnen overkomen als we ouder worden. Iedereen kan community builder zijn: it takes a village to grow old. Maar niet iedereen kan (nieuwe) sociale gemeenschappen stimuleren en faciliteren. Inspiratiebron zijn voor bewoners. Er op het juiste moment zijn voor mensen die een steuntje in de rug kunnen gebruiken. Impact maken en toch bescheiden blijven. Kortom: helpen bij community building is een vak. In dat vak gaat het in essentie om drie dingen. Ik noem ze de drie V’s van community building: vertrouwen, versterken en verbinden.

Vertrouwen

Dit betekent contact leggen, bewoners die dreigen af te haken of overmand zijn door problemen opzoeken. Aanbellen en oprechte belangstelling tonen. Welgemeend vragen ‘Hoe gaat het met u?’ Soms word je met open armen ontvangen, soms moet je veel geduld hebben en vasthoudend zijn. Blijven vragen: redt u het in uw eentje? Wat heeft u nodig? Waar geniet u van? Wat kunt u bijdragen? De goede community builder gaat het gesprek niet aan om te helpen, maar om te leren. Om te onderzoeken: zijn er dingen waar we samen de schouders onder kunnen zetten? Trek niet de zevenmijlslaarzen aan, maar zet kleine stapjes, soms letterlijk: een wandelingetje in het park. Heb geduld. Er zijn geen quick wins. Laat de stopwatch thuis. Het gaat om mensen die soms jaren niemand meer gesproken hebben of hooguit nog contact hebben met een professional die steunkousen aantrekt of een vrijwilliger die maaltijden bezorgt. Mensen die op niemand meer durven te vertrouwen. Ook humor en relativeren helpen. Zo ontstaat langzaam maar zeker een band. Stapje voor stapje. Niet problematiserend maar kansen zoekend. Werk met veel geduld aan herstel van vertrouwen. Laat mensen voelen dat ze er mogen zijn. Door vertrouwen te geven, help je de ander weer een beetje te vertrouwen, op zichzelf en op anderen.

Versterken

Het is niet de diagnose van problemen of tekorten die vertrouwen opwekt of ouderen in beweging brengt. Het is het appèl op de passie, het plezier, de kracht of de ambitie van de oudere zelf. Onder noemers als gelukgerichte zorg en positieve gezondheid krijgt deze benadering steeds meer steun. Ik noem het krachtgericht werken en schreef er een boek over.[1] Laat de oudere zijn of haar verhaal vertellen. Zoek daarin naar haakjes voor levenslust. Hé, dat breien was zo gek nog niet. Laat ik die pennen weer eens tevoorschijn halen. Sjonge, nu vragen ze mij op mijn 75e nog of ik mijn horeca-ervaring wil inzetten in een huiskamer van de wijk. Het zijn enkele reacties van ouderen die gesproken hebben met een goede community builder. Die kent het sociale weefsel van de wijk en zijn bewoners. Die weet wat er speelt en wie iets voor elkaar kunnen betekenen. Het geeft de oudere een goed gevoel als hij of zij zichzelf op die manier (opnieuw) ontdekt en zich opgenomen weet in het weefsel. Het is fijn als je merkt dat een ander iets aan jou heeft. Als er mensen op je zitten te wachten. Voor sommige ouderen is dat een poos geleden. De ervaring dat je kunt bijdragen aan iets dat groter is dan jijzelf, ook dat is een hulpbron. En niet zo’n kleintje ook. Kunnen bijdragen aan iets dat groter is dan jij zelf is de kern van een zinvol leven. Gezien en gewaardeerd worden draagt bij aan ‘leefplezier’, zoals hoogleraar ouderenzorg Joris Slaets het noemt. Daarover met ouderen in gesprek gaan, daarop verder bouwen, is wat goede community builders doen.

Verbinden

Maar het gaat verder: het gaat ook over verbinden. Ik ken maar weinig ouderen die niet verbonden willen blijven. Ouderen willen verbonden blijven met leeftijdgenoten, maar ook met andere generaties. Vaak gaat het bij community building om het verbinden van werelden die tot dan toe nogal gescheiden waren, die elkaar niet vanzelfsprekend (meer) opzoeken, maar wel iets voor elkaar kunnen betekenen. Zoals verschillende generaties. Die kun je met elkaar verbinden. Met als resultaat dat ieders wereld wordt vergroot en nieuwe inzichten en vaardigheden ontstaan. Nieuwe verbindingen brengen ook nieuwe hulpbronnen binnen handbereik. Hulpbronnen die je voorheen niet eens kende of waar je niet om durfde te vragen. Hulpbronnen die je misschien een poosje niet meer gevoeld hebt: aandacht, een luisterend oor. Een goed gesprek, een arm om je heen, misschien wel een ‘high five!’

Doorgaande beweging

Vertrouwen, versterken en verbinden dus. Als je even naar de afbeelding hiernaast kijkt, dan zie je dat er pijltjes tussen staan. Dat is de doorgaande beweging. Hersteld vertrouwen, herwonnen kracht en nieuwe verbindingen leiden tot nog meer vertrouwen, meer herwonnen kracht, enzovoort. Die beweging in gang zetten, dat is wat de goede community builder doet. Ervoor zorgen dat het wiel weer gaat draaien en dat de beweging wordt vastgehouden. Veerkracht bewaken als het tegen zit. Zo voorkomt de goede community builder dat het bergafwaarts gaat en dat de oudere terecht komt in het domein van de dure, gespecialiseerde zorg. Niet het primaire doel van het vak, wel mooi meegenomen, zou ik zeggen.

Tot zover de drie V’s van de goede community builder. Het is een praktijkmodel dat beschrijft wat community building in essentie is. Waarom is dit zo belangrijk in de huidige tijd? Lees het over drie weken in deel drie van deze reeks, waarin enkele bekende Nederlanders hun verhaal doen. ik zie je dan!

[1] Penninx, K. (Red.). Kiezen en verbonden blijven – Krachtgericht werken met ouderen in de wijk. Uitgeverij Coutinho, Bussum 2015
Dit boek geeft zicht op hoe professionals de zelfredzaamheid en participatie van senioren in de wijk kunnen versterken, hoe sociaal isolement van ouderen voorkomen kan worden en hoe we beter gebruik kunnen maken van de eigen kracht van ouderen. Met bijragen van Anja Machielse, Ard Sprinkhuizen, Thijs Tromp, Yvonne witter e.a.

 

De goede community builder – Deel 1

Blogreeks voor actieve bewoners en professionals in het sociaal domein over community building in een ouder wordende samenleving

Kees Penninx | ActivAge

Zo lang mogelijk zelfstandig leven en gelukkig oud worden. Wie wil dat nou niet? Vanuit mijn bedrijf ActivAge werk ik aan innovatieve concepten voor een leeftijdsvriendelijke samenleving. Dat is een samenleving die ouderen insluit en stimuleert dat zij meedoen en van betekenis zijn. In deze blogreeks betoog ik dat dit vraagt om nieuwe vormen van gebiedsgerichte community building en geef ik aan wat sociale professionals daarbij kunnen betekenen. Ik noem dat de drie V’s: vertrouwen, versterken en verbinden. Klinkt mooi, denk je nu, maar wat betekent dat concreet? Lees er alles over in deze blogreeks over de goede community builder.

 

De goede community builder – deel 1

Ben jij een community builder?

In onze ouder wordende samenleving kan iedereen community builder zijn. De wijkverpleegkundige, de maatschappelijk werker, de wijkagent, de vrijwilliger, de ambtenaar en – last but not least – de wijkbewoner. Immers: wat oudere mensen nodig hebben, is een zorgzame, beschermende, maar ook uitnodigende en verbindende sociale gemeenschap om hen heen, heel tastbaar, in hun directe woon- en leefomgeving. Bouw jij daaraan mee? Dan ben je een community builder. Je doet het goede. Volgende vraag: doe je het goed? Ben je een goede community builder? Die vraag is iets lastiger te beantwoorden. Een aanzet.

Mensen om je heen

Om te weten of je een goede community builder bent, moet je natuurlijk eerst weten wat een community is en welke betekenis die heeft voor bewoners. Voor de een volstaan een paar lieve mensen in de directe omgeving. Een ander heeft misschien wel een complete zorgzame buurt nodig, een caring community. Hoe oud we ook zijn, we hebben mensen om ons heen nodig. Mensen waar we plezier mee kunnen beleven, waar we op terug kunnen vallen én waar we iets voor kunnen betekenen. Community building is gericht op het aanblazen van positieve, zingevende en betekenisvolle sociale relaties. Er komt steeds meer wetenschappelijk bewijs dat zulke relaties, waarin verbondenheid kan groeien, het beste medicijn vormen tegen eenzaamheid, ongezondheid en andere ongemakken die ons kunnen overkomen bij het ouder worden.

Community building als beroep

Community building is geen exclusieve taak van een bepaalde beroepsgroep. Toch is het mooi dat er sociale professionals zijn die als hulptroepen voor community building zijn opgeleid. Helpen bij community building is een vak. Het vak van de sociale professional die present is in de woonomgeving en die het proces van gemeenschapsvorming aanjaagt en faciliteert. Dat is vaak nodig. Want het gaat niet altijd vanzelf. Ga jezelf maar na. Ben jij wel eens bezig met de vraag of er oude mensen in jouw buurt wonen die wellicht een goed gesprek of een steuntje in de rug kunnen gebruiken? Voor mij is het eerlijk gezegd geen dagelijkse kost. Toen ik het eens probeerde (Dag mijnheer van Dun, u verzorgt uw zieke vrouw iedere dag, kan ik ook eens wat voor u doen, een boodschap of zo?), was de reactie afhoudend (Nee hoor, het gaat prima). Ik ben met meneer van Dun nooit verder gekomen dan de jaarlijkse overhandiging van mijn zelf gebakken oliebollen op 1 januari. Soms zijn de verbindingen zo ver te zoeken, of al zo lang verbroken, dat je er niet zomaar meer doorheen komt. Professionele helpers bij community building komen dan van pas.

Wil je weten hoe dat werkt? En wat professionele community builders doen? Lees in mijn volgende blogpost verder over de drie V’s van community building.

Longread: De community coach

Reflecties op gemeenschappelijk wonen van ouderen als opmaat tot een pleidooi voor een nieuw type sociale professional

ActivAge deed onderzoek naar het leven van oudere migranten die wonen in een eigen woongemeenschap. We wilden weten wie deze ouderen zijn, hoe zij het gemeenschappelijk wonen ervaren en wat het hen brengt (Penninx en Witter, 2013). We spraken met ouderen met een Surinaamse, Indische, Turkse of Chinese achtergrond. We hoorden veel blije verhalen: “Hier kom je steeds weer terug bij het veilige.” “Het is hier net een grote familie.” “Van gezellig word je gezond.”

Conclusies

Het onderzoek bracht vier conclusies:

  • Woongemeenschappen zijn een cadeautje voor de samenleving.
  • Woongemeenschappen zijn burgerinitiatieven en geen voorzieningen.
  • Ook kwetsbare burgers kunnen een woongemeenschap oprichten (met hulp).
  • Een nieuw type sociale professional kan daarbij helpen. We noemen deze de community coach.

Veel goeds

De opdrachtgever van dit onderzoek, Stichting het Maagdenhuis te Amsterdam, wil het gemeenschappelijk wonen van oudere migranten een impuls geven. Daar zijn goede redenen voor. Het aantal niet-westerse oudere migranten (55+) zal de komende decennia met een vijfvoud toenemen naar zo’n 900.000 personen. Een groot deel van deze mensen heeft een zwakke maatschappelijke positie. Veel oudere migranten koesterden lange tijd een droom: terugkeer naar het land van herkomst. Deze droom maakt steeds meer plaats voor een nieuwe droom: samen oud worden in Nederland. Gemeenschappelijk wonen is de woonvorm die daar bij uitstek geschikt voor is. Er zijn inmiddels zo’n 60 woongemeenschappen van oudere migranten in Nederland, het merendeel zit in de grote steden. Ze brengen de ouderen veel goeds: gezelligheid, veiligheid en geborgenheid, ontmoeting, maatschappelijke participatie, informele steun en zelfredzaamheid.

Ergernis en verbazing

Het onderzoek startte voor een deel uit ergernis en verbazing. Ergernis en verbazing over het feit dat het soms wel tien jaar kan duren voordat een startende groep zijn droom gerealiseerd ziet in de nieuwe woonomgeving. Dat trekken maar weinig mensen. Woonsaem vroeg ons om na te gaan of het mogelijk is om dit proces te versnellen en wat daarvoor nodig is.

  • We deden literatuurstudie naar succes- en faalfactoren in het ontwikkelingsproces;
  • We zochten naar werkzame principes door te praten met bewoners van drie succesvolle woongemeenschappen;
  • We hielden aanvullend diepte-interviews met 8 bewoners en hun kinderen;
  • We spraken met ervaren bewonersadviseurs en externe partijen;
  • In vijf pilots ontwikkelden we begeleidingsvormen voor vraagverheldering en activering;
  • En we schreven een routemap voor 55-plussers die een eigen initiatief tot gemeenschappelijk wonen willen nemen: Woondromen 55+. Klik hier  voor meer informatie en bestellen.

Wat is een woongemeenschap?

Bewoners en andere betrokkenen bij gemeenschappelijk wonen geven aan dat er geen eenduidige definitie bestaat van een woongemeenschap. Zelfs overkoepelende organisaties als de Nederlandse Federatie Gemeenschappelijk Wonen en zijn Vlaamse evenknie Samenhuizen hanteren verschillende definities. Wij Nederlanders leggen meer nadruk op de rechten van bewoners, bijvoorbeeld het recht om zelf nieuwe bewoners te mogen toelaten. De Vlamingen noemen vooral het realiseren van sociale meerwaarde.

Wij hanteren een definitie die aan de ene kant heel open is, maar toch ook enkele minimale kenmerken bevat:

 Gemeenschappelijk wonen is wonen in een gemeenschappelijk gebouw of een aangrenzende reeks woningen, op grond van de wens van de bewoners om met gelijkgestemden te wonen, op basis van zelfsturing, groepsvorming en een zekere mate van nabuurzorg.

Over dat laatste, nabuurzorg, is veel te doen. Nabuurzorg duidt op burenhulp, maar ook op mantelzorg. De groep gaat zelf over de mate waarin bewoners voor elkaar zorgen, maar zorg voor elkaar hoort erbij. Gemeenschappelijk wonen is niet het stapelen van rechten; het gaat ook om verantwoordelijkheid nemen. Voor jezelf en voor de gemeenschap. Een woongemeenschap is geen eiland in de samenleving. Ik kom hier nog op terug.

Vakmanschap bewonersadviseur

Deze visie en deze definitie hebben gevolgen voor het vakmanschap van de bewonersadviseur. Drie typen competenties zijn nodig:

  1. Kennis van en affiniteit met de doelgroep. De adviseur moet kunnen aansluiten bij de leefwereld van de doelgroep. Kunnen inspelen op hun vraag. Gebruik maken van hun kracht. Het ‘er zijn voor elkaar’ (en de grenzen daarvan) bespreekbaar kunnen maken. Om dat te kunnen moet je het nodige weten van de culturele achtergronden, de waarden en normen van de groep.
  2. Vaardigheden in het begeleiden van groepen bij gemeenschapsvorming. Het gaat hier vooral om hulp bij het proces van groepsontwikkeling en identiteitsvorming. Ook helpt de adviseur de groep bij het mobiliseren van alle interne en externe hulpbronnen. Kennis, vaardigheden, netwerken en een beetje geld. Daar draait de motor op.
  3. Woontechnische begeleiding. Het gaat om kennis van bouwkundige aspecten, huisvestingsbeleid, financiën en juridische aspecten. De adviseur is zelf specialist of schakelt specialisten in. De adviseur zorgt ervoor dat deze kennis goed gedoseerd wordt overdragen en helpt de groep bij het leggen van contacten met instanties.

Community coach

Moet de adviseur die dit allemaal kan nog geboren worden? Deels wel, deels niet. Gelukkig zie ik overal in het sociaal domein een zoektocht naar een nieuw soort sociale professional, die past bij dit profiel. Laten we zeggen: ergens tussen het klassieke maatschappelijk werk en het opbouwwerk in. Ik zou die nieuwe sociale professional een ‘community coach’ willen noemen. De community coach helpt mensen bij het realiseren van maatschappelijke dromen.

De community coach helpt mensen bij het realiseren van maatschappelijke dromen

Niet alleen woongemeenschappen, ook andere burgerinitiatieven, zoals bewonersondernemingen en zorgcoöperaties, helpt hij of zij vooruit. De community coach legt verbindingen tussen kwetsbare en sterke burgers. Tussen burgers en instituties. De community coach hanteert met gemak een breed rolrepertoire, net wat de groep op dat moment nodig heeft. Een vraagbaak, een netwerker, een mobilisator, een pleitbezorger, een bruggenbouwer, een activist, een onderzoeker. De community coach die een woongemeenschap op weg helpt, moet ongelooflijk goed thuis zijn in het lokale krachtenveld van wonen, zorg en welzijn; dus liever geen ingevlogen consultant van buiten de lokale gemeenschap.

Legitimatie

Professionele community coaching moet worden betaald. De meeste oudere migranten hebben dat geld niet. Maar geld is meestal niet het probleem. Wat woongroepen vooral nodig hebben is hulp bij het positioneren van hun initiatief bij andere buurtbewoners, overheid en instanties. Dat heeft te maken met beeldvorming. Dat eiland waar ik het net over had.
Het beeld van woongemeenschappen is vaak dat daar mensen wonen die het goed voor elkaar hebben: voor zichzelf. Samen voor ons eigen, een beetje lullig gezegd. Alleen maar bezig met eigen rechten en gewin. Dit beeld zadelt onze oudere migranten – bij sommigen toch al niet zo hoog in de peilingen – op met een legitimatieprobleem. Waarom zou er gemeenschapsgeld gaan naar hun woongroepen?

Rode loper

Welnu, mijn eerste stelling was dat woongemeenschappen, zeker als zij kwetsbare mensen herbergen, cadeautjes zijn voor de samenleving. Startende groepen hebben dat vaak totaal niet door. Ze denken dat ze om een gunst vragen bij de gemeente of een woningcorporatie die ze nodig hebben bij hun project.

Startende woongroepen denken vaak dat ze om een gunst vragen bij de gemeente of een woningcorporatie

Maar het is ook andersom. Woongemeenschappen brengen overheden en maatschappelijke instituties dichter bij hun doel. Ze zouden met de rode loper ontvangen moeten worden. Een van de belangrijkste taken van de community coach is de groep hiervan bewust maken.

Cadeautjes

Ik noem een paar cadeautjes aan de gemeenschap:

  • Voorzorg. Door te gaan samenwonen nemen ouderen op tijd maatregelen, waardoor zij (toekomstige) zorgbehoeften uitstellen of verminderen; welzijn voorkomt zorg.
  • Informele zorg. Oudere migranten doen hier heel luchtig over, het is iets vanzelfsprekends. Er wordt op grote schaal burenhulp gegeven en ook in de mantelzorg ontstaat een nieuwe zorgmix, waarbij (naast de kinderen) de ouderen elkaar ook onderling helpen. Bij het invullen van formulieren, eten brengen bij een zieke, elkaar naar het ziekenhuis brengen.
  • Bonding en bridging. De groep ontwikkelt een eigen identiteit en een zekere organisatiegraad. Dat noemen we bonding. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht leidt dat niet tot naar binnen gerichtheid. Integendeel! Nieuw levensplezier en zelfvertrouwen versterken de neiging van bewoners om een brug naar de buitenwereld te slaan. Bridging dus. “Vroeger kwam ik nooit buiten” zei een Marokkaanse vrouw, “Nu maak ik iedere week een uitstapje met mijn nieuwe vriendinnen.”
  • Waardecreatie voor de wijk. In het verlengde hiervan ligt het volgende cadeautje: waardecreatie voor de wijk: de woongemeenschap kan het sociale weefsel in de wijk versterken. De Turkse groep die wij spraken ontwikkelt een soort buurtkamer waar ook andere ouderen uit de buurt welkom zijn. De Surinaamse ouderen van Wi Makandra doen vrijwilligerswerk in het tegenoverliggende dienstencentrum de Hudsonhof. Ze worden ouder, maar ze slepen elkaar er nog dagelijks naar toe.
  • Efficiency. Een laatste cadeautje: efficiency. De ruimtelijke concentratie van (deels) kwetsbare ouderen is efficiënt voor zorgverleners. De wijkzuster maakt minder kilometers, ze bereikt in één klap 30 huishoudens voor het bloedprikken en ze geeft geen individuele voorlichting maar groepsvoorlichting, waarbij de ouderen tolk spelen voor elkaar. Dat is het nieuwe samenspel in wonen, zorg en welzijn.

De vraag die zich opdringt: Zoveel voordelen. Waarom duurt het dan toch zo lang voordat een beginnende groep lekker kan wonen? Een paar problemen hebben we al genoemd. De onduidelijkheid over wat een woongemeenschap nu eigenlijk is. De moeizame maatschappelijke legitimatie die daarmee samenhangt. De community coach kan groepen hierin helpen. Helpen bij zelfonderzoek: wie zijn we? Wat willen we met elkaar? De community coach kan ook helpen om de brug te slaan naar de overheid en maatschappelijke instituties zoals woningcorporaties, bouwers en investeerders.

Stakeholders verder helpen

Hoe kan de community coach deze stakeholders helpen en verbinden? Uit ons onderzoek blijkt dat zowel bewoners als gemeenten en corporaties last kunnen hebben van een flinke portie handelingsverlegenheid als het gaat om gemeenschappelijk wonen van ouderen. Hen daar overheen helpen is de taak van de community coach.

Bewoners

Bij de bewoners die wij spraken merkten wij vooral een gebrek aan kennis, maar ook een zekere aangeleerde hulpeloosheid: het is zo ingewikkeld, de adviseur moet het maar voor ons uitzoeken. We zien groepen onhandig manoeuvreren bij het lobbyen. Ze willen dan weer dit, dan weer dat. De mooiste bouw, de beste materialen op de meest gewilde locatie. “Het is nooit genoeg” verzuchtte een corporatiedirecteur.

“Een beetje minder feng shui vonden wij ook best hoor, maar dat durfden we niet te zeggen”

Soms worden woongroepen vertegenwoordigd door bestuurders van een zelforganisatie, die zelf niet in de groep wonen. Ze onderhandelen hard en principieel. De vraag is, of de bewoners zelf de soep ook zo heet zouden opdienen, als zij zelf aan tafel zaten. Zou het dan allemaal niet veel sneller gaan? “Een beetje minder feng shui vonden wij ook best hoor, maar dat durfden we niet te zeggen” zei een bewoonster van de Chinese woongemeenschap Foe Ooi Leeuw in Amsterdam.”

Gemeenten

Ook zien we handelingsverlegenheid bij gemeenten. Veel gemeenten zeggen dat zij niet doen aan doelgroepenbeleid. Dit nieuwe beleidstaboe werkt behoorlijk verlammend. Ik snáp het ook niet. Je kunt toch moeilijk beleid maken voor iedere inwoner afzonderlijk?
Ook de ambtelijke routine van “gelijke-monniken-gelijke-kappen” is een proces-vertrager: als we nú iets doen voor die ene groep, staan er morgen tien andere groepen voor de deur. Bij sommige gemeenten is er nog behoorlijk veel wantrouwen tegenover burgerinitiatieven. Regels zijn regels, als ze grond of subsidie willen. Anderen zien best wel de verstikkende werking van doorgeschoten prestatiemeting, rekening en verantwoording, maar durf je dat ook echt los te laten? En hoe ga je om met al die ondernemende, maar ook eigenwijze burgers?

Corporaties

Woningcorporaties worstelen nogal eens met wat ik zou willen noemen “het investeringstrauma.” Zeker in de huidige tijd is dat een issue, zij het dat er nog steeds grote verschillen tussen corporaties zijn. Ik snap het wèl. De corporaties bouwen, renoveren en passen gebouwen aan vóór de doelgroep en mét de doelgroep. Dat is niet niks. Vaak hebben zij ook een gemeenschappelijke ruimte gefinancierd. Maar op een gegeven moment moeten andere partijen ook een duit in het zakje doen, in plaats van alleen cadeautjes ontvangen, vinden zij. Als zij dan niet thuis geven, houdt het een keer op.

Bewonersadviseurs

Bij bewonersadviseurs zagen we soms de neiging om meer hulpverlener te zijn dan adviseur. Zij voelen zich loyaal, identificeren zich met het groepsbelang en stellen zich in dienst van de groep. Die subsidie moet nú worden binnengehaald. Dus weet je wat, ik doe het zelf wel even. De arme adviseur die alles uit handen neemt, krijgt het drukker en drukker. Daar gaat hij, in volle vaart met de gehuurde boedelbak naar de kringloopwinkel, even een paar lekkere fauteuils scoren voor de groep. Ondertussen is de vaart uit het ontwikkelingsproces. Krijgt deze adviseur een andere baan (of een burnout), dan kan de groep van voren af aan beginnen.

Gordiaanse knoop

Zo belanden de partijen nogal eens met elkaar in een Gordiaanse knoop, die je niet snel uiteenrafelt. Het onderling vertrouwen brokkelt steeds verder af. Met als gevolg dat het proces eindeloos kan vertragen. En menige woondroom in duigen valt. In het voorgaande heb ik een aantal pijnpunten behandeld.

Partijen belanden nogal eens met elkaar in een gordiaanse knoop die je niet snel uiteen rafelt

Het benoemen van pijnpunten is vaak de eerste stap op weg naar verbetering. Om toch nog een klein beetje vrolijk te eindigen, hierbij dan nog een paar gedachten tot slot. Want er is hoop, geloof me, ik ben hier heel optimistisch over.

De doe-democratie

Er zijn talloze goede voorbeelden en experimenten, waar stappen in de goede richting zijn gezet. De rode draad is, dat ze de kracht van burgers, de betekenis die burgers voor elkaar kunnen hebben, mobiliseren. Dat ze erin slagen het vertrouwen te herstellen, dat ze visie en lef tonen en dat ze samenwerking voorop stellen. De doe-democratie komt op stoom! Actieve burgers steken de handen uit de mouwen op gebieden als duurzaamheid, wonen en zorg. Het internet helpt hen om elkaar te vinden. Kijkt u maar eens op websites als NederlandZorgtVoorElkaar, WeHelpen en TijdvoorSamen. Steeds meer gemeenten en corporaties zijn blij met die eigen initiatieven van burgers, die willen bijdragen aan sociale kwaliteit en veiligheid in de buurt. Het wenkend perspectief voor woongemeenschappen is om zich te verbinden met deze nieuwe golf van actief burgerschap. De community coach kan hen daarbij helpen.

Buurgemeenschappen

Woongemeenschappen kunnen zich met de opkomende doe- en deeleconomie verbinden door zich verder ontwikkelen tot “buurgemeenschappen”. Dat zijn projecten gemeenschappelijk wonen die naast de interne woondoelstelling ook een tweede, extern gerichte doelstelling hebben, zoals ontmoeting, dagopvang, burenhulp, sociaal wijkbeheer en duurzaamheid. Dat zijn de nieuwe bewegingen waar ons land op zit te wachten. De overheid kan het niet meer alleen, de verzorgingsstaat kraakt in zijn voegen. Ook de markt bracht onvoldoende verlichting, overal bereikt de marktwerking zijn grenzen. Nu zijn burgers aan zet, waar nodig ondersteund door een betrokken en deskundige community coach.

De tijd is rijp

Woongemeenschappen van ouderen worden een handje geholpen door het maatschappelijk tij.

  • Schaarste op de woningmarkt? Ouderen die verhuizen naar een groepswoning laten vaak een eengezinswoning achter.
  • Sluiting verzorgingshuizen en langer thuis wonen? Nodig is een veel grotere diversiteit aan woonvormen tussen zelfstandig en verzorgd wonen. Burgers bedenken ze zelf!
  • Transities sociaal domein? Burgers die elkaar kennen, weten elkaar gemakkelijker te vinden in goed nabuurschap en informele zorg.
  • Leegstaande kantoren? Studies wijzen uit dat hergebruik voor bewoning na vijf jaar rendabel kan zijn.

Misschien moeten we wel concluderen dat burgers, die zich verenigen in kleinschalige woon- en werkgemeenschappen, in coöperaties en andere lokale communities, op dit moment de sleutel in handen hebben naar een nieuwe toekomst voor ons mooie land. Er breken gouden tijden aan voor de community coaches, die de expertise hebben om bewonersinitiatieven daarbij te helpen.

Reageren?

Graag! Doe dat onder dit bericht.


Literatuur

Penninx, K. en Y. Witter (2013). Verhalen van veerkracht. Oudere migranten aan het woord over gemeenschappelijk wonen, gezelligheid en gezondheid. Amsterdam: Stichting Maagdenhuis.

Vitale Wooncomplexen – Deel 1. OMANIDO

Woningcorporaties merken al geruime tijd dat veel wooncomplexen van senioren na van verloop van tijd hun kracht verliezen. Bewoners worden ouder, hebben meer zorg nodig en ontmoeten elkaar minder vaak. Met het Experiment Vitale Wooncomplexen onderzoekt kennisinstituut Platform 31 samen met bewoners van tien wooncomplexen hoe zij van hun woongebouw een bruisende sociale gemeenschap kunnen maken. ActivAge ontwikkelde hiervoor de methode Studio BRUIS – Samen buurten. We trainden bewoners en corporatiemedewerkers en coachen hen nu op locatie. In deze blog hou ik je graag op de hoogte van de bevindingen rond dit prachtige experiment.

Sociale BRUIS in 55-plus complexen

Er staan in Nederland al gauw enkele duizenden van zulke wooncomplexen. Kenmerken: veertig tot soms meer dan 350 appartementen, sociale woningbouw, niet altijd in de sterkste wijken, officieel 55+ maar meestal 75+. Waar willen we naar toe? In het Experiment hebben we ‘bruisend’ zo omschreven:

  • bewoners kennen elkaar;
  • voelen zich verbonden met elkaar;
  • doen actief mee met activiteiten;
  • organiseren zelf activiteiten;
  • beheren en benutten zelf de algemene ruimten.

Dat is het ideaal. Wat kunnen bewoners hier zelf aan doen? En hoe kan de corporatie hun zelfwerkzaamheid ondersteunen? Om daar achter te komen heb ik de tien deelnemende complexen bezocht en heel veel bewoners gesproken. Ik snapte hun zorgen best. Het is gewoon niet leuk als je merkt dat die ooit druk bezochte activiteiten keihard teruglopen. Als de gemeenschappelijke ruimte steeds vaker leeg staat. Als mensen zich terugtrekken in hun woning en je om je heen steeds meer eenzaamheid voelt. Tijdens werkbezoeken vraag ik: wie kan daar wat aan doen? Ik voel hun aarzeling. Daar hadden we de activiteitenbegeleiding en de bewonerscommissie toch voor? Op zo’n moment is het tijd voor OMANIDO.

OMANIDO

OMANIDO staat voor ‘Oud maar niet dood’. Het is de naam van de rebellenclub van Hendrik Groen, 83 ¼ jaar, bewoner van een seniorencomplex in Amsterdam Noord. Over zijn ervaringen schreef Groen twee verrukkelijke dagboeken. In het eerste, Pogingen om iets van het leven te maken, leren we Groen kennen als ‘technisch bejaard’: stramme benen en veelvuldig doktersbezoek. Maar hij weigert te geloven dat het leven dan alleen nog maar moet bestaan uit achter de geraniums zitten met een bakje koffie en wachten op het einde. OMANIDO neemt het heft in handen. Aan de clubtafel is praten over ziektes en kwalen voortaan taboe. De clubgenoten passeren de verzuurde instellingskok met zelf bereide maaltijden. Ze gruwen van het jaarlijkse – en we gaan nog niet naar huis! – busreisje naar de Keukenhof. Om de beurt organiseert een van de rebellen een exclusief rollatorvriendelijk uitstapje of een etentje in een exotisch restaurant. Het leven krijgt weer glans.

Verborgen wensen

Bij studio BRUIS spreken we niet over OMANIDO maar van BRUIS-kringen. Of voor wie wil: micro-activiteiten. Het idee is hetzelfde. Organiseer niet meer alles centraal maar stimuleer ontmoeting rond eigen wensen en interesses. En faciliteer indien nodig de daaruit voortkomende zelf gekozen en zelf geregisseerde activiteiten: eet- en breiclubjes, een wandelgroepje, samen naar een concert, verhalen vertelgroepjes en natuurlijk klassiekers als de klaverjasclub en de bingo. Dat lijkt simpel, maar vraagt van iedereen een behoorlijke omslag: bewoners, bewonerscommissie, professionals. Een mooi voorbeeld is woon-zorgcomplex Elisabeth in Zutphen. Tachtig appartementen, nu nog domicilie van een grote zorgaanbieder, over enige tijd een woongebouw voor zelfstandig wonende senioren in handen van een woningcorporatie. De heer Lustenhouwer woont er nu voor het derde jaar en volgde de training Studio BRUIS, samen met een medewerker van corporatie Ons Huis. Geïnspireerd door de training vroeg Lustenhouwer medebewoners naar hun wensen, ideeën en vragen over samenleven in het gebouw. Oef! Dat was nog nooit gebeurd. Sommigen moesten even van de schrik bekomen. Anderen vonden deze vraag een verademing. Onder de oppervlakte barstte het van de wensen. Waarom is er geen kerstdiner meer? Kan er niet af en toe een tentoonstelling georganiseerd worden? Graag een winkeltje voor eerste benodigdheden in huis. Het barstte ook van de energie. Ik wil een bridgeclub starten. Kunnen we een high tea doen af en toe? Kunnen we een klusjesgroep starten voor en door bewoners? Kunnen we de tuin gedeeltelijk zelf gaan onderhouden? De laatste vraag kwam van een bewoonster van 87 jaar.

Fijn om het zelf te regelen

Ik schuif aan bij een bijeenkomst van de bewonerscommissie. Onderwerp: hoe gaan we Studio BRUIS in dit wooncomplex op de kaart zetten? Aan tafel zit ook een activiteitenbegeleider en enkele vrijwilligers uit het dorp die zich inzetten voor het welzijn van de bewoners. Die hebben in eerste instantie zo hun bedenkingen. Een klusjesgroep voor en door bewoners? Niet nodig toch? De vrijwilligers doen dit al jaren met liefde en plezier. Een aanvraag is zo ingediend en echt, de vrijwilligers zijn heel flexibel inzetbaar op doordeweekse dagen tussen 09:00 en 16:00 uur. Ontzettend lief, vinden anderen aan tafel. Maar zij zien een andere toekomst voor het wooncomplex. Er is een groeiende groep bewoners – onder hen veel nieuwkomers – die het fijn vindt om zelf dingen te regelen. Om er zelf over te gaan. Onder elkaar, 24/7. Zij zien een woongemeenschap voor zich, geen instituut. Niet alles hoeft aangedragen te worden door professionals en vrijwilligers van buiten.

Eerste lessen

Er is veel verbogen talent in huis. Lustenhouwer noemt het voorbeeld van een alleenstaande Italiaanse man die hier al jaren woont. Hij spreekt vrijwel niemand. ‘De taal hè?’ Lustenhouwer vroeg hem of hij het leuk zou vinden om aan een paar mensen Italiaanse les te geven. Daar had de man nog nooit aan gedacht. Hij fleurt ter plekke helemaal op. Een andere bewoner, eveneens weinig contacten, blijkt erg van klassieke muziek te houden. ‘Een keer per week samen met enkele andere bewoners een uurtje naar Radio 4 luisteren, zou dat iets zijn voor u?’ Weer een blij gezicht. Sterker nog, dat wil de muziekliefhebber best zelf organiseren. Hoe simpel kan het zijn. Lustenhouwer: ‘Mensen vinden het fijn als ze iets kunnen betekenen voor een ander. Daar zit geen leeftijdsgrens aan. Je moet het alleen soms even vragen. We moeten niet zo bang zijn om elkaar iets te vragen.’

Zo leren we werkende weg de eerste lessen in Studio BRUIS. Zet in op ontmoeting. Spreek mensen persoonlijk aan. Zoek de energie, het talent. Geef aan wat allemaal wel kan. Stimuleer dat mensen zelf dingen oppakken en stop met alles centraal willen organiseren. Durf elkaar iets te vragen.

Meer lessen in mijn volgende blog. Heb jij ook ervaring of ideeen? Hoe maak je van een wooncomplex een bruisende gemeenschap?
Wil je reageren? info@activage.nl

POWER – Veerkracht op leeftijd

Het nieuwe sterproject van Gilde Nederland heet POWER – Veerkracht op leeftijd. POWER is ontwikkeld door Kees Penninx van ActivAge.

Het beste uit je leven halen
POWER is een nieuw concept voor gemeenschapsvorming voor en door senioren. Deelnemers (60+) krijgen een reeks inspirerende workshops aangeboden, waarin zij aan de hand van vijf levensdomeinen een nieuw ontwerp maken voor hun eigen toekomst. De deelnemende ouderen maken voor zichzelf de balans op: hoe sta ik ervoor en wat wil ik aanpakken op het gebied van lichaam en geest, sociale relaties, materiële situatie, dagelijkse activiteiten en waarden en inspiratie. Om elkaar na de bijeenkomsten te blijven inspireren, gaan groepjes deelnemers vervolgens aan de slag in eigen themakringen, aanpakkringen, stagekringen of gezelligheidskringen. De kringen bepalen zelf hoe het netwerk zich verder ontwikkelt. Cees de Boer van POWER Zutphen: “Mensen zijn hier bezig om het beste uit hun leven te halen.”

Broedkamers van nieuwe initiatieven
ActivAge ontwikkelde en testte POWER in pilots in Zutphen, Zeist en Borne, waar ActivAge de vrijwillige organisatoren en begeleiders heeft getraind. Inmiddels is POWER in zo’n twintig gemeenten beschikbaar. Gebleken is dat dit inspirerende project in een grote behoefte voorziet en dat het zijn doelstellingen waarmaakt. Het geheel drijft op het enthousiasme van vrijwilligers, en vraagt alleen lichte professionele facilitering. Zo is POWER Zutphen inmiddels een van de lokale broedkamers van diverse nieuwe initiatieven voor en door ouderen, zoals een seniorencafé, een kookgroep voor mannen, een leeskring, een theaterkring en enkele zorgcirkels. Ga naar het on line Magazine Toekomst voor een impressie van de ervaringen in Zutphen. Wilt u meer informatie over POWER? Kijk op www.powernederland.nl.

Portfolio Items