Berichten

Mevrouw Hanson komt niet meer ‘beneden’

We bevinden ons in een 55+ wooncomplex van 275 appartementen in Rotterdam. De voorzitter van de bewonerscommissie maakt zich zorgen. Mevrouw Hanson (79) komt al enige tijd niet meer naar het borreluurtje Beneden. ‘Beneden’ is het woord dat bewoners van dit wooncomplex gebruiken voor de gemeenschappelijke ruimte. De ruimte bevindt zich in de plint van het gebouw op de begane grond. Vandaar: Beneden.

Woningcorporaties bezitten tezamen enkele tienduizenden van deze appartementencomplexen voor senioren. Met een deel van deze wooncomplexen gaat het de laatste jaren niet zo goed. Toenemende eenzaamheid, anonimiteit en sociale onveiligheid baren bewoners en corporaties zorgen. In een poging om (à la Hendik Groen) samen met bewoners ‘iets van het leven te maken,’ helpt ActivAge deze wooncomplexen bij gemeenschapsopbouw, gebruik makend van de beproefde methodiek Studio BRUIS – Samen Buurten.

Doorgaans lukt dat heel aardig. Maar een prangende vraag dringt zich op: bruist het nou dankzij, of ondanks de gemeenschappelijke ruimte? Terug naar Mevrouw Hanson. Zou ze ziek zijn, vraagt de bewonerscommissie zich af. Navraag leert iets anders. Mevrouw Hanson is niet ziek. Ze schaamt zich. Diep van binnen voelt ze zich ongelukkig tijdens het borreluurtje. Wat blijkt? Mevrouw Hanson kan niet voldoen aan de onderlinge verwachting van de borrelaars om elkaar om de haverklap een rondje te geven. Ze heeft er het geld niet voor. Als ze voor de zoveelste keer een aangeboden drankje weigert, barst opeens iemand uit: mens, doe toch niet zo flauw! Het huilen staat mevrouw Hanson nader dan het lachen. Dan neemt ze een besluit. Dit was de laatste keer dat ze bij het borreluurtje was. Bekijken jullie het maar, denkt ze. En weg is ze.

‘Beneden’. Bewoners zeggen die ruimte enorm belangrijk te vinden. Corporaties steken er veel geld in. Ontmoeting, gezelligheid, positief imago, woonplezier. Allemaal dankzij ‘Beneden.’ Maar achter de roze wolk van sociale cohesie zie ik soms lelijke dingen. Zoals parochialisering: toe-eigening van de ruimte door een zelf-beherende kliek die bepaalt welke activiteiten mogen en welke niet. Zoals sociale uitsluiting van nieuwe bewoners: “Hallo, u kunt daar niet zitten hoor, daar zit mevrouw Damen.” Zoals alcoholmisbruik, mogelijk gemaakt door de vaak aanwezige tapvergunning. Stevige drinkers hangen luidruchtig aan de bar en doen iets te jolig naar medebewoners. Buurtbewoners van buiten komen er al helemaal niet meer want dan wordt het een café en dat mag niet van de Horecawet.

‘Beneden’ dus. Wat is het daar gezellig zeg. Van wie is die ruimte eigenlijk? En wat willen corporaties ermee?

 

Deze tekst verscheen eerder als column in het tijdschrift Stedebouw en architectuur, jaargang 37, nr.1, april 2020

De derde levensfase

Het geschenk van de eeuw

Kees Penninx (ActivAge) adviseerde de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving en schreef mee aan het rapport ‘De derde levensfase: het geschenk van de eeuw.’ Klik hier voor meer informatie en om het rapport te downloaden.

De sociale herovering van een appartementencomplex

Woningcorporaties merken al geruime tijd dat veel wooncomplexen van senioren na verloop van tijd hun kracht verliezen. Bewoners worden ouder, hebben meer zorg nodig en ontmoeten elkaar minder vaak. Met het Experiment Vitale Wooncomplexen onderzochten kennisinstituut Platform 31 en Aedes koepel van woningcorporaties hoe bewoners van tien kwakkelende wooncomplexen van hun woongebouw een bruisende sociale gemeenschap kunnen maken. ActivAge ontwikkelde hiervoor de methodiek Studio BRUIS – Samen buurten. Impact onderzoek van de Universiteit voor Humanistiek wees uit dat de methode werkt. Waarom en hoe? Daarover verhaal ik in deze blog.

Laurens Bruist weer!

Crime scene

We schrijven juli 2019, als dit verhaal begint. Laurens I en II is de weinig poëtische naam van een Rotterdams wooncomplex in de wijk Ommoord. Een groot flatgebouw met 237 zelfstandige seniorenappartementen en een grote gemeenschappelijke ruimte op de begane grond. Niets bijzonders eigenlijk; er zijn duizenden van zulke woongebouwen in Nederland. Maar niet al deze gebouwen maken de spectaculaire ontwikkeling mee, waarover ik hier schrijf. Dit verhaal gaat over niets meer of minder dan de sociale herovering van een wooncomplex. Wat was het geval? Argeloze bewoners werden bij de ingang uitgescholden, bespot en zelfs bespuugd. “Leuke jas mevrouw. Zeker van de kringloop.” Tegen dat soort ongein zijn maar weinig bewoners opgewassen. “Je kookt van binnen, maar oh wee als je er iets van zegt”, geeft een bewoonster aan. Ook de huismeester en de bewonersconsulent zitten met de handen in het haar. Huismeester Goran: “Ze hangen soms de hele zomer rond bij de hoofdingang. Maar ja, dat is niet verboden. Ik spreek ze erop aan, dan helpt het even, maar de volgende dag is het al weer mis.” Volgens sommige bewoners is dit maar het puntje van de ijsberg. Als ik hen mag geloven betreed ik met mijn koffer van BRUIS geen wooncomplex, maar een crime scene.

Vijf maanden later

  • “Dat groepje onruststokers? Eerst liep ik er met een grote boog omheen. Nu stap ik er gewoon op af. Ik maak een praatje. Dan laat je niet zien dat je bang bent. Want je wilt toch niet dat de kloof nog groter wordt?”
  • “Ik vond geen aansluiting op mijn gang, wat ik ook probeerde. Die deuren bleven dicht. Maar ik heb iets geleerd: gaat het niet linksom dan maar rechtsom. Ik heb nu andere mensen in het gebouw gevonden waarmee ik iets aan gymnastiek wil gaan doen.”
  • “Ik wilde al heel lang op iemand afstappen die het moeilijk heeft. Die kwam gewoon niet meer de deur uit. Dat voelde helemaal niet goed. Maar ik durfde niet. Je voelt zo’n drempel hè? Nu heb ik het gedaan! Ik heb de stoute schoenen aangetrokken. Je wilt niet weten hoe blij dat mens was. Ik krijg er nog kippenvel van.”
  • “Ik vertrouwde hier niemand meer. Echt geen mens. Dat voelde zo verschrikkelijk eenzaam. In de BRUIS-groep heb ik ervaren dat er hier nog steeds mensen wonen die ik kan vertrouwen. Hier heb ik vrienden gemaakt.”
  • “Ik heb hier jaren gewoond met een man die niet goed voor mij was. Ik voelde me steeds kleiner worden. Ik stelde gewoon niets meer voor, ik was niemand. En kijk nu eens. Nu ben ik hoofd van Club Creatief!”
  • “Dus het gaat erom dat we meer clubjes oprichten? Nou ik weet er wel een. Ik ga een zangkoor oprichten. Wie doet er mee?”

Revolte tegen de negativiteit

Deze uitspraken tekende ik op uit de monden van bewoners die deelnamen aan de gespreksbijeenkomsten van het project Studio BRUIS – Samen buurten. Hier verder kortweg ‘BRUIS’ genoemd. BRUIS brengt mensen op de been die het onhebbelijk gedrag van een kleine minderheid, het geroddel en de negatieve sfeer in het gebouw beu zijn. Ze willen respect, tolerantie en een positieve, prettige woonsfeer die geborgenheid biedt en ontmoeting mogelijk maakt. BRUIS brengt deze bewoners bij elkaar, steekt hen een hart onder de riem en moedigt hen aan hun eigen plan te trekken.

Al tijdens de eerste bijeenkomst bedenkt de initiatiefgroep een motto voor het project: ‘Alles wat aandacht krijgt groeit’. Richt je daarom niet op de negatieve dingen. Negeer het geroddel. Trek liever samen een plan waar je blij van wordt. De afbeelding hiernaast bevat de woorden waarmee de leden van de initiatiefgroep – drie bewoners, de woonconsulent en de huismeester – uiting geven aan hun verlangen. Daarvoor hoefde ik maar één vraag te stellen: wat wilt u? Van de antwoorden maak ik een woordenwolk. “Met dit plaatje hebben we meteen een mooi logo voor ons project” zegt een bewoonster. Zo gezegd, zo gedaan.

Wat biedt BRUIS?

BRUIS stelt bewoners van 55+ wooncomplexen in staat tot het werken aan een vitaal en bruisend woonklimaat. Een bruisend woonklimaat biedt bewoners gunstige voorwaarden voor het ontwikkelen en onderhouden van een ondersteunend sociaal netwerk in de eigen woonomgeving. Zowel binnen het wooncomplex als daarbuiten. Een goed sociaal netwerk biedt praktische, sociale en emotionele steun, is een belangrijke bron van zingeving en vormt het fundament voor zelfredzaamheid en eigen regie.

Wanneer is sprake van een bruisend woonklimaat? BRUIS hanteert hiervoor vijf indicatoren en helpt bewoners vooruitkomen op alle vijf de indicatoren:

  • bewoners kennen elkaar;
  • voelen zich verbonden met elkaar;
  • doen actief mee met activiteiten;
  • organiseren zelf activiteiten;
  • beheren en benutten zelf de algemene ruimten.

Hoe werkt het?

BRUIS is ontwikkeld aan de hand van ervaringen in tien Nederlandse wooncomplexen. Kenmerken: 40 tot soms meer dan 350 appartementen, sociale woningbouw, niet altijd in de sterkste wijken, vaak aangeduid als 55+ wooncomplex of seniorenwooncomplex, gemiddelde leeftijd 77 jaar. Centraal staat een doorgaande beweging, het vliegwiel van BRUIS, dat zich kenmerkt door een opwaartse cyclus. Daarin zien we een zich herhalend patroon van Actie -> Animatie -> Ontmoeting -> Gesprek -> Verbinding -> Actie, enzovoort.

Het vliegwiel wordt aangedreven door twee motorblokken:

Motorblok 1: Elkaar ontmoeten. Reuring maken met laagdrempelige, vrolijke, animerende collectieve activiteiten op complexniveau, aangeboden aan alle bewoners; doorgaans vanuit een bewoners- of activiteitencommissie. De methodiek bouwt voort op klassieke bewonersactiviteiten zoals de jaarlijkse barbecue, maar voegt daar – gezien de toenemende diversiteit van bewoners – een grotere variatie aan inspirerende en creatieve mogelijkheden aan toe. Zoals de wensenboom, de klaag- en draagmuur, het mobiel terras en allerlei vormen van community art. De ontwikkeling van dit motorblok is geïnspireerd op de praktijk van animation socio-culturelle, een van oorsprong Franse activeringsmethode in het kader van samenlevingsopbouw, volwasseneneducatie en sociaal cultureel werk in wijken met een lage sociaaleconomische status (Wadhwa, 2000).

Motorblok 2: Elkaar vinden. Bewoners vormen groepjes van twee of meer personen – hier Bruiskringen genoemd – waarin zij micro-activiteiten oppakken die aansluiten bij gedeelde interesses, behoeften en talenten. Bruiskringen worden gevormd tijdens gespreksbijeenkomsten van tien à vijftien bewoners. In deze bijeenkomsten wisselen bewoners aan de hand van levensthema’s uit wat zij belangrijk vinden in het leven; ze ontdekken gedeelde interesses en onderzoeken hoe ze daar samen actief vorm aan kunnen geven. Zo ontstaan diverse informele, grass roots groepjes, zoals een leesclub, een wandelclub en een breiclub. De ontwikkeling van dit motorblok is geïnspireerd op het concept life politics (Giddens, 1991).

Rebellenclub

Terug naar Laurens I en II. BRUIS startte met een kleine initiatiefgroep, los van – maar wel gesteund door – de zittende bewonerscommissie. De initiatiefgroep organiseerde enkele druk bezochte en feestelijke bewonersbijeenkomsten rond de vraag ‘hoe kunnen wij van ons wooncomplex een bruisende woongemeenschap maken?’ Daarnaast faciliteerde de initiatiefgroep zes gespreksbijeenkomsten voor zestien bewoners. Op 237 huishoudens is dat een diepte-investering. Deze verdient zichzelf terug. De gespreksbijeenkomsten zijn zo opgezet, dat mensen elkaar vinden als lotgenoten én interessegenoten. Uit deze groep staan nieuwe BRUIS-ambassadeurs op die de weg effenen naar een compleet nieuwe praktijk van bewonersparticipatie. Een praktijk die even simpel is als doeltreffend: doe je eigen ding en doe het samen. Het blijkt een schot in de roos. Mensen willen geen ‘one size fits all’ meer. Niet meer jaar in, jaar uit met het hele wooncomplex naar de Keukenhof. En ook niet meer het gedoe in allerlei commissies en moeilijke vergaderingen. BRUIS laat duizend bloemen bloeien. De aanpak is gericht op het versterken van een clubjescultuur, waarin je doet waar je zelf zin in hebt, met de mensen die je zelf hebt gekozen, op een tijdstip dat jou zelf goed uitkomt.

Bonte stoet bondgenoten

Daarmee krijgt de formele bewonerscommissie of de traditionele activiteitencommissie er een bonte stoet bondgenoten bij, van brave, maar trotse want zelf georganiseerde theekransjes tot dwarse rebellenclubs à la Hendrik Groen. Spannende combi natuurlijk, formeel én losjes (tot losbandig), maar het kan. En het werkt! Want de nood is hoog en uiteindelijk wil iedereen hetzelfde: een fijne plek om te wonen, waar je elkaar respecteert en interessegenoten kunt vinden. Bruisend Laurens levert acht nieuwe clubs op, waaronder Club Creatief, een zangkoor, een beweeggroep, een computerclub, een tuinclub en een reeks workshops ‘Snacks maken uit de wereldkeuken’. Allemaal voor en door bewoners. Vijf andere activiteiten zitten in de ideefase, zoals de scootmobielclub en de telefooncirkel. Daar worden nu kartrekkers voor gezocht. Tijdens de laatste bijeenkomst van de gespreksgroep zegt iemand: “Ik weet niet of jullie het ook zien, maar ik heb echt het gevoel dat de overlast verminderd is.” Waarop een andere deelnemer reageert: “Is de overlast verminderd of de sfeer verbeterd?”

Help bewoners het zelf te doen

Gaat dat allemaal vanzelf? Nee. Activerende bewonersondersteuning is een vak apart. BRUIS berust op een waar mogelijk terughoudende en waar nodig (tijdelijk) activistische inzet van een professionele community builder. Hiermee plaatst de methodiek zich in de traditie van het methodisch werken aan activering van burgers. De dominante denkrichting in deze traditie is: help bewoners het zelf te doen. Dat is natuurlijk een paradoxale uitdrukking, maar zij vat wel de essentie van de aanpak samen. Professionele ondersteuning is hier gericht op empowerment: het versterken van de eigen ambities en vermogens van burgers en hun gemeenschappen. Een van de uitgangspunten is ABCD: Asset Based Community Development (Kretzman en McNight, 1993, Engbersen en Rensen,2014). ABCD bouw voort op wat bewoners zelf willen en kunnen. ‘Zelf doen’ draagt bij aan het gevoel van eigendom: het is ónze activiteit, het is ónze buurt, het is verdorie óns wooncomplex. Dit draagt bij aan een gevoel van eigenaarschap (sense of ownership). Een cruciale factor voor succes en verduurzaming.

Een reeks van kleine dingen bij elkaar gebracht

Gebleken is dat gemeenschapsvorming in deze wooncomplexen mogelijk is, maar ook een kwestie van kleine stappen en een lange adem. “Grote dingen worden gedaan door een reeks van kleine dingen bij elkaar gebracht,” zei Vincent van Gogh. Het gaat langzaam, soms haast als een processie van Echternach: drie stappen vooruit, twee achteruit. Maar zolang het oplevert dat mensen elkaar vinden in kleine, zelfwerkzame groepjes rond gedeelde interesses, of gewoon zomaar, omdat het klikt, is het de moeite waard. Toon waardering voor de eigen clubjes en groepjes van bewoners en zet ze in het zonnetje. Breng ze twee keer per jaar bij elkaar om uit te wisselen en het is feest. Meer hoef je niet te doen. De kwaliteit van het sociaal leven in een senioren wooncomplex zit niet in grootse en meeslepende collectieve activiteiten, maar in de optelsom van al die zelf gekozen kleine verbanden en micro-activiteiten, waarin mensen er zelf over gaan, verbondenheid voelen en iets voor elkaar kunnen betekenen.

De goede community builder – Blog deel 6

Meer community building, minder zorg? Vergeet het!

Blogreeks voor actieve bewoners en professionals in het sociaal domein over community building in een ouder wordende samenleving

Kees Penninx | ActivAge

In de blogreeks De goede community builder heb ik een pleidooi gehouden voor community building. Zorg ervoor dat ouderen zich zo lang mogelijk opgenomen weten in een kleine of grotere sociale gemeenschap, waarin zij niet alleen contacten kunnen onderhouden en steun ontvangen, maar ook naar vermogen kunnen bijdragen aan het geluk van anderen. Met een frisse, positieve en vooral brede kijk op ouder worden staat de professionele community builder de oudere en de gemeenschap bij door te werken aan de drie V’s: vertrouwen, versterken en verbinden. Ik noemde community building, mits goed doordacht en uitgevoerd, een belangrijk medicijn tegen eenzaamheid, ongezondheid en andere ongemakken die ons allen kunnen overkomen bij het ouder worden. Is community building daarmee het panacee tegen alle kwalen? Een goedkoop substituut voor dure zorg? Nee. Er moet meer gebeuren.

 

Randvoorwaarden

In deze laatste blog zet ik enkele randvoorwaarden op een rij die vervuld moeten worden, als we echt willen inzetten op community building. Wat moet er – naast community building – nog meer gebeuren? Ik noem vier dingen.

 

In de eerste plaats moeten ook professionele thuiszorg en verpleging in voldoende mate beschikbaar zijn voor kwetsbare ouderen in de wijk. Dat is lang niet altijd het geval, zoals we hebben gezien. Nu al kunnen veel organisaties niet voldoende gekwalificeerde zorgverleners vinden. Nieuwe technologie kan dit voor een deel opvangen, maar we zullen ook jongeren moeten stimuleren om te kiezen voor werk in de zorg, met goede opleidingen en degelijke arbeidsvoorwaarden.

 

Het tweede is dat we nog eens goed moeten nadenken of het sluiten van de verzorgingshuizen wel zo hard moet gaan. Ik zou niet zo ver willen gaan als de Amsterdamse wethouder van den Burg, die oude verzorgingshuizen wil heropenen. Maar het tempo waarin de ontwikkeling gaat is veel te hoog. Er verdwijnen teveel kwetsbare ouderen van de radar, ouderen voor wie zelfstandig thuis wonen een brug te ver is. Ze zitten thuis te verpieteren, krijgen geen beweging, eten ongezond, zien niemand of zitten te vervuilen. Die mensen moeten actief worden opgespoord en volledig worden ontzorg met 24-uurs opvang in een professioneel gerunde instelling.

 

Ten derde: beter nadenken over de behoeften van mantelzorgers. Laten we respijtzorg zien als aardige aanvulling, maar niet als oplossing. Zeker, ontzorgen is goed voor mantelzorgers. Het kabinet wil meer voorlichting bieden over mantelzorgondersteuning en respijtzorg stimuleren. Dan kan de mantelzorger er ook eens een uurtje tussenuit. Ik vind dit volstrekt onvoldoende, bijna cynisch. Ook hier is het echte probleem het tekort aan kwalitatief goede, professionele thuiszorg.

 

Ten vierde: meer aandacht voor tijdelijke opvang in de wijk (bijvoorbeeld na een ziekenhuisopname) en voor nieuwe geclusterde woonzorgvormen, zoals hofjes, woongroepen en meergeneratiewonen. Ook dementerenden moeten daar terecht kunnen. De komende jaren zal de vraag naar opvang van mensen met dementie verdrievoudigen. Hoogste tijd dus, om alle creatieve registers open te zetten.

 

Versterken van eigen kracht middels community building is mooi, maar het is geen vervanger van professionele zorg. Community building en zorg zijn geen communicerende vaten, waarbij toename aan de ene kant (meer community) vanzelf leidt tot afname aan de andere kant (minder zorg). Het is niet of-of, maar en-en. Als we het zo aanpakken, kan inzetten op community building meer zijn dan een schaamlap voor bezuinigingen. Dan kan community building zijn wat het beoogt: een fundament van een daadwerkelijk leeftijdsvriendelijke en dementievriendelijke samenleving. Een samenleving die kwetsbare ouderen niet aan hun lot overlaat, maar die hen insluit en de plek geeft die ze nodig hebben. Niet in de marge, maar in ons midden, zo lang het kan.

De goede community builder – Blog deel 5

Community building: een werkzaam medicijn

Blogreeks voor actieve bewoners en professionals in het sociaal domein over community building in een ouder wordende samenleving

Kees Penninx | ActivAge

 

In de eerste blogpost in deze reeks schreef ik dat community building misschien wel het beste medicijn is tegen eenzaamheid, problemen met de gezondheid en andere ongemakken die ons kunnen overkomen als we ouder worden. Het is een antiserum tegen de vele, nogal giftige boodschappen die ouderen in het huidige maatschappelijk klimaat zowat dagelijks worden opgedrongen: wees autonoom! Woon zo lang mogelijk zelfstandig! Red jezelf! Dank je de koekoek. Wat moet je daarmee als je niemand kent? Als je aan huis gekluisterd bent vanwege een zware lichamelijke beperking? Als je tot over je oren in de mantelzorg zit en niet meer weet hoe het verder moet? Naast gemakkelijke toegang tot goede hulp en zorg hebben ouderen iets anders nodig: een zorgzame, beschermende, uitnodigende en verbindende sociale gemeenschap om hen heen, heel tastbaar, in hun directe woon- en leefomgeving. Sociale professionals kunnen daaraan bijdragen door te investeren in de drie V’s van community building: vertrouwen, versterken en verbinden. Eerder zagen we hoe dit er in de praktijk uitziet. In het vijfde deel van deze reeks gaan we zien waarom dit werkt. Waarom draagt de goede community builder bij aan waardig oud worden, aan meedoen en erbij horen van mensen in de laatste fasen van hun leven?

Het Huis van de Identiteit

Om dat te onderzoeken heb ik gekeken naar de praktijk van het sociaal werk met ouderen in een aantal wijken van Rotterdam, Medemblik en Utrecht. Het viel mij op dat sociaal herstel en verbindingswerk vooral tot stand komen als sociale professionals en hulpverleners niet wegschieten in individuele problematiek, maar breed kijken naar processen van ouder worden en van daaruit breed zoeken naar ‘haakjes’ voor verandering. Een korte rondleiding door het Huis van de identiteit kan dit verduidelijken.

Dit is het Huis van de Identiteit. Een huis met vijf kamers. In elke kamer bevindt zich een van de levensdomeinen waarin ons leven – en dus ook ons ouder worden – zich voltrekt. De kunst van het ouder worden is om zo lang mogelijk balans te ervaren op al die levensdomeinen. Dan zitten we lekker in ons vel. Dan kunnen we zingeving, plezier en waardigheid ervaren tot op hoge leeftijd. We nemen even een kijkje in die vijf kamers. Wat zien we?

1.     Lichaam en geest gaat over dingen als gezondheid, energie, ontspanning, nachtrust, lichaamsbeweging.

2.     Sociale contacten gaat over de mensen om ons heen: onze partner, familie, vrienden, clubs of verenigingen waar we lid van zijn, eventueel collega’s.

3.     In de derde kamer bevindt zich onze materiële situatie. Denk hierbij aan hoeveel geld we te besteden hebben, maar ook ons huis, onze tuin, de woonomgeving, mobiliteit.

4.     Kamer vier huisvest onze dagdagelijkse activiteiten: hoe brengen wij de dag door? Als we nog werken: hoe is onze werksituatie? Zijn we druk met mantelzorg, vrijwilligerswerk, hobby’s? Bezoeken we wellicht een voorziening voor dagbesteding?

5.     In de laatste kamer zijn we op het terrein van waarden en inspiratie. Voor sommigen is levensbeschouwing belangrijk. Anderen zijn geïnteresseerd in politiek. Of doen aan spirituele activiteiten, bijvoorbeeld yoga of meditatie. Ook genieten van kunst of wandelen in de natuur kunnen fantastische inspiratiebronnen zijn.

Op al die terreinen, in al die kamers, kunnen we onszelf vragen stellen als we ouder worden:

  • In welke kamer voel ik me sterk?
  • In welke kamer heb ik iets nodig?
  • In welke kamer voel ik ruimte om te investeren?
  • In welke kamer wil ik gas terugnemen?

Naarmate we ouder worden, nemen de verschillen tussen mensen eerder toe dan af. Dus ook in de antwoorden op deze vragen wordt de diversiteit steeds groter. Vandaar het belang van breed kijken: blijf niet in die ene kamer hangen. Ook is het belangrijk om te beseffen dat compensatiemogelijkheden voor een ervaren tekort in heel andere domeinen kunnen zitten dan in het bedreigde domein. Blijf niet eindeloos zoeken binnen die ene kamer, in dat ene domein, maar zoek ook naar compensatiemogelijkheden in de andere domeinen. Niet iedere professional of instantie doet dat als vanzelfsprekend. De dokter, de woningcorporatie, de zorgaanbieder en allerlei andere functionarissen bewegen zich overwegend in één van de vijf kamers. Dat is het institutionele domein waarin ze zijn opgeleid en zich thuis voelen. Daar zit hun expertise; van daaruit doen ze hun aanbod. De professioneel geschoolde community builder houdt het hele plaatje voor ogen. Schematisch:

 

Institutioneel werkende professional          Professionele community builder

Biedt aan                                                                   Sluit aan

Kijkt naar de problemen (diagnose)                   Kijkt naar talenten, zoekt kansen (verhaal)

Heeft pasklare antwoorden                                  Stelt vragen

Wil de oplossing brengen                                     Wil de oplossing zoeken

Werkt voor de oudere                                           Werkt met de oudere

Werkt functiegericht                                             Werkt relatie- en gebiedsgericht

Vertrekt vanuit de systeemwereld                     Vertrekt vanuit de leefwereld

 

Op slot

Als voorbeeld nog even terug naar de familie de Geus. Ken je familie de Geus nog niet? Lees dan eerst deel drie in deze blogreeks.

In het Huis van de Identiteit gaat het om balans. In het huis van Agaath de Geus is de balans ver te zoeken. Vooral in kamer vier (Activiteiten) is het mis: haar hele leven wordt opgeslokt door maar één activiteit: mantelzorg. Agaath slaapt slecht en komt nergens meer aan toe. Ze móet het volhouden, aan iets anders wil ze niet denken. De huisarts schrijft na enig aandringen een slaaptablet voor. Dat werkt even, maar het is geen duurzame oplossing. Ook dochter Sonja sluit zich op, in haar geval in kamer drie, de materiële (woon)situatie van de buurvrouw. Sonja hoopt dat de buurvrouw snel kan verhuizen naar een verpleeghuis. Daarop kan Sonja alleen maar wachten. Maar mevrouw komt voorlopig niet door de aangescherpte indicatiestelling. Om gek van te worden! Dan valt er een folder in de bus met leuke activiteiten in het wijkcentrum. Hans zou best weer eens willen biljarten (kamer vier: Activiteiten), maar hij durft Agaath niet alleen te laten. Stel dat er opeens iets is met de buurvrouw? Hans zit opgesloten in Kamer twee (sociale contacten).

Omdat niemand naar het grotere geheel kijkt, komt er geen beweging in de situatie. De boel zit op slot. Dat ligt niet alleen aan de dokter, het verpleeghuis en de biljartvereniging, maar ook aan Hans en Agaath zelf. Ook hun eigen denken, hun eigen ideeën over wat ze willen, over wat er mogelijk is, zijn in de loop der jaren opgesloten geraakt.

Haakjes voor verandering

De community builder probeert daarover het gesprek aan te gaan. Wat speelt er in al die kamers? Waar zit de pijn, maar ook: waar zitten haakjes voor verandering? De brede blik van de community builder is een frisse blik. Hoe zou het leven van Hans en Agaath eruit zien als er ook weer wat leuke dingen zouden gebeuren? Die oude hobby? Die volkstuin van Hans? Dat contact met de lievelingsbroer van Agaath die naar Australië is geëmigreerd? Eerst werpen Hans en Agaath dit alles van zich af. Maar wat blijkt? Het is Agaaths diepste wens om die broer nog eens te bezoeken. Daar wordt ze warm van.

Verrassenderwijs ligt daar het eerste haakje voor verandering. Gevonden op onverwacht terrein, dankzij het brede kijken van de community builder, de  welgemeende interesse, het echt aanwezig zijn, het vele luisteren en vragen stellen. Uiteindelijk kunnen Agaath en Hans loslaten en weer eens voor zichzelf kiezen. De community builder vindt een vrijwilligster die af en toe inspringt. Agaath en Hans zijn er dolblij mee. Ze hoeven de zorg voor hun buurvrouw niet op te geven, dat zouden ze beslist niet willen! Maar ze genieten nu ook weer van andere dingen van het leven. En vinden weer aansluiting bij de gemeenschap.

In de laatste aflevering van deze reeks stellen we nog één vraag: is community building een substituut voor dure, gespecialiseerde gezondheidszorg? Ofwel: bespaart het geld? Wat denk jij? Ik zie je graag de volgende keer.

UVH evalueerde Studio BRUIS: methode werkt!

In het experiment ‘Vitale woongemeenschappen’ werkten Platform31 en Aedes-Actiz Kennis-centrum Wonen-Zorg samen met bewoners aan het ‘bruisend maken’ van hun gemeenschap. Zij deden dit in tien woongemeenschappen voor ouderen volgens de methode van ‘Studio BRUIS – Samen Buurten’, ontwikkeld door ActivAge. In een bruisende gemeenschap kennen mensen elkaar, voelen ze zich verbonden met elkaar, doen ze mee aan activiteiten en organiseren die ook en beheren en benutten ze de gedeelde ruimtes. De BRUIS-aanpak bestaat uit twee delen:

  1. de organisatie van gezellige, laagdrempelige activiteiten en
  2. de organisatie van gespreksgroepen waardoor bewoners elkaar beter leren kennen en elkaar vinden in kleine groepjes gebaseerd op gedeelde interesses en voorkeuren.

ActivAge ontwikkelde een handboek en een draaiboek (en bijbehorende PowerPoint presentatie), waarmee professionals deze aanpak direct in de praktijk kunnen brengen. De Universiteit van Humanistiek evalueerde het experiment en kwam tot de conclusie dat de methode werkt. Het onderzoek laat zien wat de mogelijkheden en grenzen van het zelforganiserend vermogen van bewoners in wooncomplexen voor ouderen zijn, wanneer en welke professionele ondersteuning nodig is, en onder welke voorwaarden een bruisende woongemeenschap kan ontstaan waarin gemakkelijk contacten worden gelegd. Download de onderzoeksrapportage.

De goede community builder – Blog deel 4

Een giftige mix van maatschappelijke veranderingen

Blogreeks voor actieve bewoners en professionals in het sociaal domein over community building in een ouder wordende samenleving

Kees Penninx | ActivAge

Je leest blogpost nummer vier in de reeks ‘De goede community builder’, over gemeenschapsvorming in een ouder wordende samenleving. In de vorige afleveringen heb je kunnen zien hoe goede community builders de drie V’s – vertrouwen, versterken en verbinden inzetten in de strijd tegen eenzaamheid en andere problemen van kwetsbare ouderen. We zagen hoe het zwaar overbelaste mantelzorgend echtpaar de Geus uit zijn isolement komt en verlichting vindt door de inzet van een aardige buurtbewoonster, gevonden via het sociaal werk in de wijk. We zagen ook dat Hendrik Groen, je kent hem nog, het vertrouwen in de buurt heeft verloren. Hij vindt zichzelf nog relatief goed af omdat hij in een zorgcentrum woont en daar plezier maakt met enkele medebewoners.

Leefplezier

Eigenlijk maakt het niet zo veel uit waar kwetsbare ouderen hun community vinden. Als ze zich maar ergens opgenomen voelen en een beetje menselijkheid om zich heen ervaren. Als ze maar af en toe tussen de vier muren van hun appartement uit zijn en zich een beetje gewaardeerd voelen. Dat leefplezier is belangrijk voor ieder mens, maar voor steeds meer ouderen niet vanzelfsprekend. Van de mensen die 85 jaar of ouder zijn, zegt bijna 63 procent zich eenzaam te voelen, waarvan 15 procent zeer eenzaam. Hoe heeft dat zo ver kunnen komen? Daarover gaat dit deel van de blogreeks, waarin we stuiten op een giftige mix van twee tegenstrijdige maatschappelijke veranderingen: we hebben enerzijds steeds hogere verwachtingen van de zelfredzaamheid van mensen en maken het hen anderzijds steeds moeilijker zelfredzaam te zijn.

Hoge verwachtingen

Met de komst van de participatiesamenleving zijn we hoge verwachtingen gaan koesteren van de zelfredzaamheid van burgers. Wees autonoom! Red jezelf! Maak iets van je leven! Deze moderne volksnormen zijn er na decennia van neoliberale politiek stevig ingeperst. De overheid heeft de mond vol van burgerkracht. Zelfredzame burgers en nieuwe burgerinitiatieven, zoals stadsdorpen en zorgcoöperaties, zijn de helden van de transities in het sociaal domein. Maar willen ze die rol eigenlijk wel vervullen? En kunnen ze dat? In zijn rapport ‘Weten is nog geen doen’ constateert de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) dat de overheid het zogenoemde ‘doen-vermogen’ van burgers, het vermogen om zichzelf en ook nog anderen te redden, overschat. Als we de burger nou maar goed informeren, dan komt die zelfredzaamheid vanzelf, lijkt de overheid te willen geloven. Maar weten is nog geen doen, zegt de WRR. Je moet het ook nog kunnen. Kan iedereen dat wel: zelfredzaamheid? En staan georganiseerde burgercollectieven ook open voor mensen die anders zijn dan zijzelf? De meest geïsoleerde ouderen zijn vaak mensen die minder gezellig zijn. Niet zo leuk om mee om te gaan. Mensen die hun tuintje niet verzorgen en niet teruggroeten. Zijn zij ook welkom bij het burgerinitiatief? Zijn ze ook welkom, als ze niet meteen inzetbaar zijn als vrijwilliger? Als ze niet kunnen voldoen aan de wet van de wederkerigheid? Een wet die zegt: wie haalt moet ook iets brengen.

Zorgelijke ontwikkelingen

Aan de ene kant dus die hoge verwachtingen, ook van kwetsbare burgers. De overheid streeft naar ‘zo lang mogelijk thuis’ en wil dat we zelfredzaam oud worden in onze eigen omgeving. Maar de praktijk is weerbarstig. Tegenover de hoge verwachtingen van de overheid staan zorgelijke ontwikkelingen, die het ouderen juist moeilijker maken om aan de verwachtingen te kunnen voldoen. Zo blijkt uit diverse onderzoeken, dat de voor zelfredzaamheid zo belangrijke verbindingen steeds vaker worden verbroken.

1.     Het demografisch instituut NIDI komt met alarmerende cijfers. De helft van de ouderen met gezondheidsklachten kent niemand die mantelzorg kan geven. Familiebanden zijn vaak slecht, reisafstanden te groot, banen slokken te veel tijd op. Verbinding verbroken.

2.     Dan was er eigen onderzoek van de NOS. Voor een groeiend aantal ouderen is de spoedeisende hulp het nieuwe toevluchtsoord. Deze peperdure vorm van zorg barst uit zijn voegen omdat steeds meer ouderen er gebruik van maken zonder dat het medisch gezien noodzakelijk is. Ook verblijven veel ouderen na een behandeling veel langer in het ziekenhuis dan nodig is. Thuis herstellen kan niet, bij gebrek aan opvang in de wijk. Verbindingen verbroken.

3.     Ook het SCP slaat alarm. Het tekort aan informele zorg zien we vooral in de stad, dachten we. Op het platteland is de situatie veel rooskleuriger, dachten we. Niet dus. Ook in de dorpen hapert hulp aan de meest kwetsbare ouderen. De oudste, armste en lager opgeleide ouderen blijven ook hier vaak verstoken van hulp van dorpsgenoten. En dat geldt ook voor dorpen waar burgerinitiatieven zoals zorgcoöperaties zijn. Verbindingen verbroken.

4.     In zijn Jaarrapport 2016 laat het SCP zien, dat het aantal 75-plussers dat begeleiding, verpleging of hulp bij huishouding en verzorging krijgt, de afgelopen drie jaar met 13 procent is afgenomen. Ook deze professionals droegen bij aan vertrouwen, versterken en verbinden, ook al was het misschien niet hun hoofdtaak. Verbindingen verbroken.

5.     In het rapport Kwetsbaar en eenzaam? constateert het SCP dat de individuele kans op eenzaamheid van 55-plussers weliswaar iets afneemt, maar dat het aantal eenzame ouderen toch toeneemt als gevolg van de vergrijzing. Van de mensen die zich melden voor de Wmo voelt ruim de helft zich eenzaam; een vijfde voelt zich sterk eenzaam. Naast gezondheidsproblemen blijkt ook alléén wonen een risicofactor. Nu al is 40% van de totale bevolking alleenstaand. Met de vergijzing zal dat aantal drastisch toenemen. Verbindingen verbroken.

Zelfredzaamheid kan niet zonder verbindingen. Dan is het des temeer navrant dat ouderen zo vaak worden geconfronteerd met verbroken verbindingen.

Sociaal herstelwerk

Het is mooi dat Hugo Borst en Carin Gaemers zo veel hebben bereikt voor ouderen in het verpleeghuis. Maar er moet daarnaast ook veel meer worden gedaan voor kwetsbare ouderen die zelfstandig wonen in de wijk. Al die verbroken verbindingen vragen om sociaal herstelwerk. Met herstel van verbindingen kunnen we een heel eind komen, mits we onze nek durven uitsteken, gaan samenwerken en het pad opgaan van vertrouwen, versterken, verbinden. Mits we niet alleen inzetten op individuele hulpverlening, maar ook community building gaan zien als prioriteit van de eerste orde. Dit vraagt om ieders inzet, gefaciliteerd door hiervoor opgeleide professionals, die aanwezig zijn in de wijk, die eropaf gaan, zoals publicist Jos van der Lans het noemt. En die ‘aanklampbaar’ zijn, zoals hoogleraar Andries Baart het zo mooi zegt.

Tot zover blogpost 4, over maatschappelijke ontwikkelingen die het voor kwetsbare, zelfstandig wonende ouderen steeds moeilijker maken om zelfredzaam en verbonden te blijven. Een wat treurige aflevering over de giftige mix van hoge verwachtingen enerzijds en opduikende barrières anderzijds. Maar ga niet bij de pakken neerzitten. Lees in het vijfde deel waarom community building een werkzaam tegengif kan zijn.

De goede community builder – Blog deel 3

Familie de Geus en Hendrik Groen

Blogreeks voor actieve bewoners en professionals in het sociaal domein over community building in een ouder wordende samenleving

Kees Penninx | ActivAge

Dit is blogpost nummer drie in de reeks ‘De goede community builder’. Een reeks over gemeenschapsvorming in een ouder wordende samenleving. In de vorige aflevering hebben we gezien hoe de drie V’s van community building de essentie vormen: Vertrouwen, Versterken en Verbinden. Deze drie V’s vormen de kern van het bouwen aan sociale gemeenschappen waarin ouderen zich opgenomen en gewaardeerd voelen en waarin leefplezier tot op hoge leeftijd mogelijk is. Waarom is dat juist in deze tijd zo belangrijk? Je leest het in deze aflevering, nummer drie in de reeks, aan de hand van twee verhalen. Eerst het verhaal van familie de Geus, daarna dat van Hendrik Groen…

 

Familie de Geus

Je herinnert je misschien de Familie de Geus uit Waddinxveen? Begin 2018 schreef Charlotte Huisman hun verhaal op in de Volkskrant. Hans en Agathe de Geus zijn beide dik in de 70. Ze hebben een dementerende buurvrouw. Ruim 47 jaar wonen ze al naast elkaar. Ze hebben altijd lief en leed gedeeld. Maar de mantelzorg voor deze 81-jarige dame groeit Hans en Agathe nu boven het hoofd. Sinds de man van de buurvrouw is overleden, zo’n twaalf jaar geleden, zorgt het echtpaar de Geus steeds intensiever voor mevrouw. Het water staat hen aan de lippen. Meerdere keren per dag staat buurvrouw voor de deur; bijna iedere avond schuift ze aan voor het avondeten. “Geleidelijk is ze een steeds groter beroep op ons gaan doen” zegt Hans. Agathe beaamt: “Soms dacht ik: o nee, gaat daar nu al weer de bel?” Hans en Agathe hebben geen eigen leven meer; ze komen nergens meer aan toe.

 

De situatie is zo uit de hand gelopen dat dochter Sonja (40) het niet langer kan aanzien. “Mijn ouders gaan hieraan kapot” zegt Sonja. Ook de huisarts maakt zich grote zorgen over Hans en Agathe. Ze zijn uitgeput. Hij vindt dat de maatschappij deze zware zorg niet op de buren kan afwentelen. “Maar ja, wat kan ik doen als eenvoudige dokter?”

Nou, eigenlijk best veel.

 

Ik vind het mooi dat Familie de Geus met hun verhaal naar buiten komt. Want het taboe is groot. Er is veel schaamte: “Ik kan het niet meer aan” is een zin die de oudere generaties niet graag uitspreken. Je hangt de vuile was niet graag buiten. Vaak is er ook boosheid: je hebt het gevoel dat iedereen zijn handen van je af trekt. Niemand grijpt in. Je voelt je in de steek gelaten. In dit soort situaties is er behoefte aan community building. Gelukkig voor familie de Geus had de huisarts hier oog voor. Hij signaleerde het probleem en verwees door naar de welzijnsorganisatie. In sommige gemeenten noemen ze dat ‘Welzijn op recept.’ Ik weet niet of dat de meest aansprekende titel is – het doet me toch weer een beetje aan een diagnose denken – maar het werkte wel. Een sociaal professional ging het gesprek aan met de drie V’s in het achterhoofd. Uit haar netwerk werd een vrijwilliger gevonden, een buurtbewoonster die af en toe inspringt. Nu kunnen Hans en Agaath weer wat vaker iets voor zichzelf gaan doen. Ze hebben weer iemand bij wie ze hun verhaal kwijt kunnen. Waardoor de situatie weer werkbaar is, in elk geval voor een tijdje.

 

Hendrik Groen

Er is nog een getuige met een duidelijke visie op de urgentie van de zaak. Hij is een van mijn helden: Hendrik Groen. De 85-jarige bewoner van een verzorgingshuis in Amsterdam Noord, die twee geheime dagboeken schreef – beide bestsellers – over zijn belevenissen in het bejaardenhuis. Ik citeer uit zijn tweede geheime dagboek: ‘Zolang er leven is’.

 

Zo lang er leven is

 “Ik prijs me bijna gelukkig dat ik in een zorgcentrum woon. Er wordt in ons zorgcentrum veel geneuzeld en betutteld maar per saldo is hier toch meer te beleven dan wanneer je in je eigen huis de hele maand in je uppie zit uit te kijken naar de PlusBus. Als je een beetje je best doet en je hebt wat geluk met je lotgenoten, dan is het leven in een bejaardenhuis een stuk aangenamer dan zelfstandig moederziel alleen wonen.”

 

U leest het goed. Een pleidooi voor terugkeer naar het bejaardenhuis, om de meest kwetsbare ouderen nog een beetje geluk te bezorgen. Ik ben daar niet zo voor, maar Groen heeft ergens wel een punt. Te veel oude mensen, die nog zelfstandig wonen in de wijk, verdwijnen momenteel van de radar. Ik noem ze wel eens ‘de verdwenen ouderen.’ Teruggetrokken achter de voordeur. Door niemand meer gezien, door niemand meer uitgenodigd, door niemand meer gewaardeerd. ‘De verdwenen ouderen’: het zou de titel kunnen zijn van een spannende thriller, als het niet zo schrijnend was. Langer thuis… voor de een een zegen, voor de ander een hel.

 

De verhalen van Familie de Geus en Hendrik Groen laten zien dat er behoefte is aan gemeenschapsvorming. In het geval van familie de Geus werd uiteindelijk de buurt ingeschakeld om verlichting te bieden, met succes. Hendrik Groen vond nog wat saamhorigheid om zich heen binnen de muren van het zorgcentrum en prees zichzelf daarmee gelukkig. Het zijn indringende verhalen, die min of meer goed afliepen, in elk geval voor een tijdje. Verhalen als deze – en schrijnender – komen niet zomaar uit de lucht vallen. Ze spelen zich af tegen maatschappelijke achtergronden en vormen van overheidsbeleid. In dat maatschappelijk decor voltrekken zich heftige veranderingen. Ze maken het er voor veel ouderen niet gemakkelijker op om nog een beetje leefplezier te ervaren. Ik vind het een giftige mix van veranderingen! Wil je weten welke mix ik bedoel en waarom ik die giftig vind? Lees het over drie weken in deel vier van deze reeks.