Berichten

De goede community builder – Blog deel 4

Een giftige mix van maatschappelijke veranderingen

Blogreeks voor actieve bewoners en professionals in het sociaal domein over community building in een ouder wordende samenleving

Kees Penninx | ActivAge

Je leest blogpost nummer vier in de reeks ‘De goede community builder’, over gemeenschapsvorming in een ouder wordende samenleving. In de vorige afleveringen heb je kunnen zien hoe goede community builders de drie V’s – vertrouwen, versterken en verbinden inzetten in de strijd tegen eenzaamheid en andere problemen van kwetsbare ouderen. We zagen hoe het zwaar overbelaste mantelzorgend echtpaar de Geus uit zijn isolement komt en verlichting vindt door de inzet van een aardige buurtbewoonster, gevonden via het sociaal werk in de wijk. We zagen ook dat Hendrik Groen, je kent hem nog, het vertrouwen in de buurt heeft verloren. Hij vindt zichzelf nog relatief goed af omdat hij in een zorgcentrum woont en daar plezier maakt met enkele medebewoners.

Leefplezier

Eigenlijk maakt het niet zo veel uit waar kwetsbare ouderen hun community vinden. Als ze zich maar ergens opgenomen voelen en een beetje menselijkheid om zich heen ervaren. Als ze maar af en toe tussen de vier muren van hun appartement uit zijn en zich een beetje gewaardeerd voelen. Dat leefplezier is belangrijk voor ieder mens, maar voor steeds meer ouderen niet vanzelfsprekend. Van de mensen die 85 jaar of ouder zijn, zegt bijna 63 procent zich eenzaam te voelen, waarvan 15 procent zeer eenzaam. Hoe heeft dat zo ver kunnen komen? Daarover gaat dit deel van de blogreeks, waarin we stuiten op een giftige mix van twee tegenstrijdige maatschappelijke veranderingen: we hebben enerzijds steeds hogere verwachtingen van de zelfredzaamheid van mensen en maken het hen anderzijds steeds moeilijker zelfredzaam te zijn.

Hoge verwachtingen

Met de komst van de participatiesamenleving zijn we hoge verwachtingen gaan koesteren van de zelfredzaamheid van burgers. Wees autonoom! Red jezelf! Maak iets van je leven! Deze moderne volksnormen zijn er na decennia van neoliberale politiek stevig ingeperst. De overheid heeft de mond vol van burgerkracht. Zelfredzame burgers en nieuwe burgerinitiatieven, zoals stadsdorpen en zorgcoöperaties, zijn de helden van de transities in het sociaal domein. Maar willen ze die rol eigenlijk wel vervullen? En kunnen ze dat? In zijn rapport ‘Weten is nog geen doen’ constateert de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) dat de overheid het zogenoemde ‘doen-vermogen’ van burgers, het vermogen om zichzelf en ook nog anderen te redden, overschat. Als we de burger nou maar goed informeren, dan komt die zelfredzaamheid vanzelf, lijkt de overheid te willen geloven. Maar weten is nog geen doen, zegt de WRR. Je moet het ook nog kunnen. Kan iedereen dat wel: zelfredzaamheid? En staan georganiseerde burgercollectieven ook open voor mensen die anders zijn dan zijzelf? De meest geïsoleerde ouderen zijn vaak mensen die minder gezellig zijn. Niet zo leuk om mee om te gaan. Mensen die hun tuintje niet verzorgen en niet teruggroeten. Zijn zij ook welkom bij het burgerinitiatief? Zijn ze ook welkom, als ze niet meteen inzetbaar zijn als vrijwilliger? Als ze niet kunnen voldoen aan de wet van de wederkerigheid? Een wet die zegt: wie haalt moet ook iets brengen.

Zorgelijke ontwikkelingen

Aan de ene kant dus die hoge verwachtingen, ook van kwetsbare burgers. De overheid streeft naar ‘zo lang mogelijk thuis’ en wil dat we zelfredzaam oud worden in onze eigen omgeving. Maar de praktijk is weerbarstig. Tegenover de hoge verwachtingen van de overheid staan zorgelijke ontwikkelingen, die het ouderen juist moeilijker maken om aan de verwachtingen te kunnen voldoen. Zo blijkt uit diverse onderzoeken, dat de voor zelfredzaamheid zo belangrijke verbindingen steeds vaker worden verbroken.

1.     Het demografisch instituut NIDI komt met alarmerende cijfers. De helft van de ouderen met gezondheidsklachten kent niemand die mantelzorg kan geven. Familiebanden zijn vaak slecht, reisafstanden te groot, banen slokken te veel tijd op. Verbinding verbroken.

2.     Dan was er eigen onderzoek van de NOS. Voor een groeiend aantal ouderen is de spoedeisende hulp het nieuwe toevluchtsoord. Deze peperdure vorm van zorg barst uit zijn voegen omdat steeds meer ouderen er gebruik van maken zonder dat het medisch gezien noodzakelijk is. Ook verblijven veel ouderen na een behandeling veel langer in het ziekenhuis dan nodig is. Thuis herstellen kan niet, bij gebrek aan opvang in de wijk. Verbindingen verbroken.

3.     Ook het SCP slaat alarm. Het tekort aan informele zorg zien we vooral in de stad, dachten we. Op het platteland is de situatie veel rooskleuriger, dachten we. Niet dus. Ook in de dorpen hapert hulp aan de meest kwetsbare ouderen. De oudste, armste en lager opgeleide ouderen blijven ook hier vaak verstoken van hulp van dorpsgenoten. En dat geldt ook voor dorpen waar burgerinitiatieven zoals zorgcoöperaties zijn. Verbindingen verbroken.

4.     In zijn Jaarrapport 2016 laat het SCP zien, dat het aantal 75-plussers dat begeleiding, verpleging of hulp bij huishouding en verzorging krijgt, de afgelopen drie jaar met 13 procent is afgenomen. Ook deze professionals droegen bij aan vertrouwen, versterken en verbinden, ook al was het misschien niet hun hoofdtaak. Verbindingen verbroken.

5.     In het rapport Kwetsbaar en eenzaam? constateert het SCP dat de individuele kans op eenzaamheid van 55-plussers weliswaar iets afneemt, maar dat het aantal eenzame ouderen toch toeneemt als gevolg van de vergrijzing. Van de mensen die zich melden voor de Wmo voelt ruim de helft zich eenzaam; een vijfde voelt zich sterk eenzaam. Naast gezondheidsproblemen blijkt ook alléén wonen een risicofactor. Nu al is 40% van de totale bevolking alleenstaand. Met de vergijzing zal dat aantal drastisch toenemen. Verbindingen verbroken.

Zelfredzaamheid kan niet zonder verbindingen. Dan is het des temeer navrant dat ouderen zo vaak worden geconfronteerd met verbroken verbindingen.

Sociaal herstelwerk

Het is mooi dat Hugo Borst en Carin Gaemers zo veel hebben bereikt voor ouderen in het verpleeghuis. Maar er moet daarnaast ook veel meer worden gedaan voor kwetsbare ouderen die zelfstandig wonen in de wijk. Al die verbroken verbindingen vragen om sociaal herstelwerk. Met herstel van verbindingen kunnen we een heel eind komen, mits we onze nek durven uitsteken, gaan samenwerken en het pad opgaan van vertrouwen, versterken, verbinden. Mits we niet alleen inzetten op individuele hulpverlening, maar ook community building gaan zien als prioriteit van de eerste orde. Dit vraagt om ieders inzet, gefaciliteerd door hiervoor opgeleide professionals, die aanwezig zijn in de wijk, die eropaf gaan, zoals publicist Jos van der Lans het noemt. En die ‘aanklampbaar’ zijn, zoals hoogleraar Andries Baart het zo mooi zegt.

Tot zover blogpost 4, over maatschappelijke ontwikkelingen die het voor kwetsbare, zelfstandig wonende ouderen steeds moeilijker maken om zelfredzaam en verbonden te blijven. Een wat treurige aflevering over de giftige mix van hoge verwachtingen enerzijds en opduikende barrières anderzijds. Maar ga niet bij de pakken neerzitten. Lees in het vijfde deel waarom community building een werkzaam tegengif kan zijn.

De goede community builder – Blog deel 2

De drie V’s van community building

Blogreeks voor actieve bewoners en professionals in het sociaal domein over community building in een ouder wordende samenleving

Kees Penninx | ActivAge

Zo lang mogelijk zelfstandig leven en gelukkig oud worden. Wie wil dat nou niet?  In deze blogreeks betoog ik dat dit vraagt om nieuwe vormen van gebiedsgerichte community building en geef ik aan wat sociale professionals daarbij kunnen betekenen. Ik noem dat de drie V’s: vertrouwen, versterken en verbinden. Klinkt mooi, denk je nu, maar wat betekent dat concreet? Lees er alles over in deze blogreeks over de goede community builder. Vandaag deel 2. 

 

De goede community builder – Deel 2

In de vorige blogpost zagen we dat community building misschien wel het beste medicijn is tegen eenzaamheid, problemen met de gezondheid en andere ongemakken die ons kunnen overkomen als we ouder worden. Iedereen kan community builder zijn: it takes a village to grow old. Maar niet iedereen kan (nieuwe) sociale gemeenschappen stimuleren en faciliteren. Inspiratiebron zijn voor bewoners. Er op het juiste moment zijn voor mensen die een steuntje in de rug kunnen gebruiken. Impact maken en toch bescheiden blijven. Kortom: helpen bij community building is een vak. In dat vak gaat het in essentie om drie dingen. Ik noem ze de drie V’s van community building: vertrouwen, versterken en verbinden.

Vertrouwen

Dit betekent contact leggen, bewoners die dreigen af te haken of overmand zijn door problemen opzoeken. Aanbellen en oprechte belangstelling tonen. Welgemeend vragen ‘Hoe gaat het met u?’ Soms word je met open armen ontvangen, soms moet je veel geduld hebben en vasthoudend zijn. Blijven vragen: redt u het in uw eentje? Wat heeft u nodig? Waar geniet u van? Wat kunt u bijdragen? De goede community builder gaat het gesprek niet aan om te helpen, maar om te leren. Om te onderzoeken: zijn er dingen waar we samen de schouders onder kunnen zetten? Trek niet de zevenmijlslaarzen aan, maar zet kleine stapjes, soms letterlijk: een wandelingetje in het park. Heb geduld. Er zijn geen quick wins. Laat de stopwatch thuis. Het gaat om mensen die soms jaren niemand meer gesproken hebben of hooguit nog contact hebben met een professional die steunkousen aantrekt of een vrijwilliger die maaltijden bezorgt. Mensen die op niemand meer durven te vertrouwen. Ook humor en relativeren helpen. Zo ontstaat langzaam maar zeker een band. Stapje voor stapje. Niet problematiserend maar kansen zoekend. Werk met veel geduld aan herstel van vertrouwen. Laat mensen voelen dat ze er mogen zijn. Door vertrouwen te geven, help je de ander weer een beetje te vertrouwen, op zichzelf en op anderen.

Versterken

Het is niet de diagnose van problemen of tekorten die vertrouwen opwekt of ouderen in beweging brengt. Het is het appèl op de passie, het plezier, de kracht of de ambitie van de oudere zelf. Onder noemers als gelukgerichte zorg en positieve gezondheid krijgt deze benadering steeds meer steun. Ik noem het krachtgericht werken en schreef er een boek over.[1] Laat de oudere zijn of haar verhaal vertellen. Zoek daarin naar haakjes voor levenslust. Hé, dat breien was zo gek nog niet. Laat ik die pennen weer eens tevoorschijn halen. Sjonge, nu vragen ze mij op mijn 75e nog of ik mijn horeca-ervaring wil inzetten in een huiskamer van de wijk. Het zijn enkele reacties van ouderen die gesproken hebben met een goede community builder. Die kent het sociale weefsel van de wijk en zijn bewoners. Die weet wat er speelt en wie iets voor elkaar kunnen betekenen. Het geeft de oudere een goed gevoel als hij of zij zichzelf op die manier (opnieuw) ontdekt en zich opgenomen weet in het weefsel. Het is fijn als je merkt dat een ander iets aan jou heeft. Als er mensen op je zitten te wachten. Voor sommige ouderen is dat een poos geleden. De ervaring dat je kunt bijdragen aan iets dat groter is dan jijzelf, ook dat is een hulpbron. En niet zo’n kleintje ook. Kunnen bijdragen aan iets dat groter is dan jij zelf is de kern van een zinvol leven. Gezien en gewaardeerd worden draagt bij aan ‘leefplezier’, zoals hoogleraar ouderenzorg Joris Slaets het noemt. Daarover met ouderen in gesprek gaan, daarop verder bouwen, is wat goede community builders doen.

Verbinden

Maar het gaat verder: het gaat ook over verbinden. Ik ken maar weinig ouderen die niet verbonden willen blijven. Ouderen willen verbonden blijven met leeftijdgenoten, maar ook met andere generaties. Vaak gaat het bij community building om het verbinden van werelden die tot dan toe nogal gescheiden waren, die elkaar niet vanzelfsprekend (meer) opzoeken, maar wel iets voor elkaar kunnen betekenen. Zoals verschillende generaties. Die kun je met elkaar verbinden. Met als resultaat dat ieders wereld wordt vergroot en nieuwe inzichten en vaardigheden ontstaan. Nieuwe verbindingen brengen ook nieuwe hulpbronnen binnen handbereik. Hulpbronnen die je voorheen niet eens kende of waar je niet om durfde te vragen. Hulpbronnen die je misschien een poosje niet meer gevoeld hebt: aandacht, een luisterend oor. Een goed gesprek, een arm om je heen, misschien wel een ‘high five!’

Doorgaande beweging

Vertrouwen, versterken en verbinden dus. Als je even naar de afbeelding hiernaast kijkt, dan zie je dat er pijltjes tussen staan. Dat is de doorgaande beweging. Hersteld vertrouwen, herwonnen kracht en nieuwe verbindingen leiden tot nog meer vertrouwen, meer herwonnen kracht, enzovoort. Die beweging in gang zetten, dat is wat de goede community builder doet. Ervoor zorgen dat het wiel weer gaat draaien en dat de beweging wordt vastgehouden. Veerkracht bewaken als het tegen zit. Zo voorkomt de goede community builder dat het bergafwaarts gaat en dat de oudere terecht komt in het domein van de dure, gespecialiseerde zorg. Niet het primaire doel van het vak, wel mooi meegenomen, zou ik zeggen.

Tot zover de drie V’s van de goede community builder. Het is een praktijkmodel dat beschrijft wat community building in essentie is. Waarom is dit zo belangrijk in de huidige tijd? Lees het over drie weken in deel drie van deze reeks, waarin enkele bekende Nederlanders hun verhaal doen. ik zie je dan!

[1] Penninx, K. (Red.). Kiezen en verbonden blijven – Krachtgericht werken met ouderen in de wijk. Uitgeverij Coutinho, Bussum 2015
Dit boek geeft zicht op hoe professionals de zelfredzaamheid en participatie van senioren in de wijk kunnen versterken, hoe sociaal isolement van ouderen voorkomen kan worden en hoe we beter gebruik kunnen maken van de eigen kracht van ouderen. Met bijragen van Anja Machielse, Ard Sprinkhuizen, Thijs Tromp, Yvonne witter e.a.

 

De goede community builder – Blog deel 1

Ben jij een community builder?

 

 

Blogreeks voor actieve bewoners en professionals in het sociaal domein over community building in een ouder wordende samenleving

Kees Penninx | ActivAge

Zo lang mogelijk zelfstandig leven en gelukkig oud worden. Wie wil dat nou niet? Vanuit mijn bedrijf ActivAge werk ik aan innovatieve concepten voor een leeftijdsvriendelijke samenleving. Dat is een samenleving die ouderen insluit en stimuleert dat zij meedoen en van betekenis zijn. In deze blogreeks betoog ik dat dit vraagt om nieuwe vormen van gebiedsgerichte community building en geef ik aan wat sociale professionals daarbij kunnen betekenen. Ik noem dat de drie V’s: vertrouwen, versterken en verbinden. Klinkt mooi, denk je nu, maar wat betekent dat concreet? Lees er alles over in deze blogreeks over de goede community builder.

 

In onze ouder wordende samenleving kan iedereen community builder zijn. De wijkverpleegkundige, de maatschappelijk werker, de wijkagent, de vrijwilliger, de ambtenaar en – last but not least – de wijkbewoner. Immers: wat oudere mensen nodig hebben, is een zorgzame, beschermende, maar ook uitnodigende en verbindende sociale gemeenschap om hen heen, heel tastbaar, in hun directe woon- en leefomgeving. Bouw jij daaraan mee? Dan ben je een community builder. Je doet het goede. Volgende vraag: doe je het goed? Ben je een goede community builder? Die vraag is iets lastiger te beantwoorden. Een aanzet.

Mensen om je heen

Om te weten of je een goede community builder bent, moet je natuurlijk eerst weten wat een community is en welke betekenis die heeft voor bewoners. Voor de een volstaan een paar lieve mensen in de directe omgeving. Een ander heeft misschien wel een complete zorgzame buurt nodig, een caring community. Hoe oud we ook zijn, we hebben mensen om ons heen nodig. Mensen waar we plezier mee kunnen beleven, waar we op terug kunnen vallen én waar we iets voor kunnen betekenen. Community building is gericht op het aanblazen van positieve, zingevende en betekenisvolle sociale relaties. Er komt steeds meer wetenschappelijk bewijs dat zulke relaties, waarin verbondenheid kan groeien, het beste medicijn vormen tegen eenzaamheid, ongezondheid en andere ongemakken die ons kunnen overkomen bij het ouder worden.

Community building als beroep

Community building is geen exclusieve taak van een bepaalde beroepsgroep. Toch is het mooi dat er sociale professionals zijn die als hulptroepen voor community building zijn opgeleid. Helpen bij community building is een vak. Het vak van de sociale professional die present is in de woonomgeving en die het proces van gemeenschapsvorming aanjaagt en faciliteert. Dat is vaak nodig. Want het gaat niet altijd vanzelf. Ga jezelf maar na. Ben jij wel eens bezig met de vraag of er oude mensen in jouw buurt wonen die wellicht een goed gesprek of een steuntje in de rug kunnen gebruiken? Voor mij is het eerlijk gezegd geen dagelijkse kost. Toen ik het eens probeerde (Dag mijnheer van Dun, u verzorgt uw zieke vrouw iedere dag, kan ik ook eens wat voor u doen, een boodschap of zo?), was de reactie afhoudend (Nee hoor, het gaat prima). Ik ben met meneer van Dun nooit verder gekomen dan de jaarlijkse overhandiging van mijn zelf gebakken oliebollen op 1 januari. Soms zijn de verbindingen zo ver te zoeken, of al zo lang verbroken, dat je er niet zomaar meer doorheen komt. Professionele helpers bij community building komen dan van pas.

Wil je weten hoe dat werkt? En wat professionele community builders doen? Lees in mijn volgende blogpost verder over de drie V’s van community building.