Berichten

Mevrouw Hanson komt niet meer ‘beneden’

We bevinden ons in een 55+ wooncomplex van 275 appartementen in Rotterdam. De voorzitter van de bewonerscommissie maakt zich zorgen. Mevrouw Hanson (79) komt al enige tijd niet meer naar het borreluurtje Beneden. ‘Beneden’ is het woord dat bewoners van dit wooncomplex gebruiken voor de gemeenschappelijke ruimte. De ruimte bevindt zich in de plint van het gebouw op de begane grond. Vandaar: Beneden.

Woningcorporaties bezitten tezamen enkele tienduizenden van deze appartementencomplexen voor senioren. Met een deel van deze wooncomplexen gaat het de laatste jaren niet zo goed. Toenemende eenzaamheid, anonimiteit en sociale onveiligheid baren bewoners en corporaties zorgen. In een poging om (à la Hendik Groen) samen met bewoners ‘iets van het leven te maken,’ helpt ActivAge deze wooncomplexen bij gemeenschapsopbouw, gebruik makend van de beproefde methodiek Studio BRUIS – Samen Buurten.

Doorgaans lukt dat heel aardig. Maar een prangende vraag dringt zich op: bruist het nou dankzij, of ondanks de gemeenschappelijke ruimte? Terug naar Mevrouw Hanson. Zou ze ziek zijn, vraagt de bewonerscommissie zich af. Navraag leert iets anders. Mevrouw Hanson is niet ziek. Ze schaamt zich. Diep van binnen voelt ze zich ongelukkig tijdens het borreluurtje. Wat blijkt? Mevrouw Hanson kan niet voldoen aan de onderlinge verwachting van de borrelaars om elkaar om de haverklap een rondje te geven. Ze heeft er het geld niet voor. Als ze voor de zoveelste keer een aangeboden drankje weigert, barst opeens iemand uit: mens, doe toch niet zo flauw! Het huilen staat mevrouw Hanson nader dan het lachen. Dan neemt ze een besluit. Dit was de laatste keer dat ze bij het borreluurtje was. Bekijken jullie het maar, denkt ze. En weg is ze.

‘Beneden’. Bewoners zeggen die ruimte enorm belangrijk te vinden. Corporaties steken er veel geld in. Ontmoeting, gezelligheid, positief imago, woonplezier. Allemaal dankzij ‘Beneden.’ Maar achter de roze wolk van sociale cohesie zie ik soms lelijke dingen. Zoals parochialisering: toe-eigening van de ruimte door een zelf-beherende kliek die bepaalt welke activiteiten mogen en welke niet. Zoals sociale uitsluiting van nieuwe bewoners: “Hallo, u kunt daar niet zitten hoor, daar zit mevrouw Damen.” Zoals alcoholmisbruik, mogelijk gemaakt door de vaak aanwezige tapvergunning. Stevige drinkers hangen luidruchtig aan de bar en doen iets te jolig naar medebewoners. Buurtbewoners van buiten komen er al helemaal niet meer want dan wordt het een café en dat mag niet van de Horecawet.

‘Beneden’ dus. Wat is het daar gezellig zeg. Van wie is die ruimte eigenlijk? En wat willen corporaties ermee?

 

Deze tekst verscheen eerder als column in het tijdschrift Stedebouw en architectuur, jaargang 37, nr.1, april 2020

Vitale Wooncomplexen – Deel 1. OMANIDO

Woningcorporaties merken al geruime tijd dat veel wooncomplexen van senioren na van verloop van tijd hun kracht verliezen. Bewoners worden ouder, hebben meer zorg nodig en ontmoeten elkaar minder vaak. Met het Experiment Vitale Wooncomplexen onderzoekt kennisinstituut Platform 31 samen met bewoners van tien wooncomplexen hoe zij van hun woongebouw een bruisende sociale gemeenschap kunnen maken. ActivAge ontwikkelde hiervoor de methode Studio BRUIS – Samen buurten. We trainden bewoners en corporatiemedewerkers en coachen hen nu op locatie. In deze blog hou ik je graag op de hoogte van de bevindingen rond dit prachtige experiment.

Sociale BRUIS in 55-plus complexen

Er staan in Nederland al gauw enkele duizenden van zulke wooncomplexen. Kenmerken: veertig tot soms meer dan 350 appartementen, sociale woningbouw, niet altijd in de sterkste wijken, officieel 55+ maar meestal 75+. Waar willen we naar toe? In het Experiment hebben we ‘bruisend’ zo omschreven:

  • bewoners kennen elkaar;
  • voelen zich verbonden met elkaar;
  • doen actief mee met activiteiten;
  • organiseren zelf activiteiten;
  • beheren en benutten zelf de algemene ruimten.

Dat is het ideaal. Wat kunnen bewoners hier zelf aan doen? En hoe kan de corporatie hun zelfwerkzaamheid ondersteunen? Om daar achter te komen heb ik de tien deelnemende complexen bezocht en heel veel bewoners gesproken. Ik snapte hun zorgen best. Het is gewoon niet leuk als je merkt dat die ooit druk bezochte activiteiten keihard teruglopen. Als de gemeenschappelijke ruimte steeds vaker leeg staat. Als mensen zich terugtrekken in hun woning en je om je heen steeds meer eenzaamheid voelt. Tijdens werkbezoeken vraag ik: wie kan daar wat aan doen? Ik voel hun aarzeling. Daar hadden we de activiteitenbegeleiding en de bewonerscommissie toch voor? Op zo’n moment is het tijd voor OMANIDO.

OMANIDO

OMANIDO staat voor ‘Oud maar niet dood’. Het is de naam van de rebellenclub van Hendrik Groen, 83 ¼ jaar, bewoner van een seniorencomplex in Amsterdam Noord. Over zijn ervaringen schreef Groen twee verrukkelijke dagboeken. In het eerste, Pogingen om iets van het leven te maken, leren we Groen kennen als ‘technisch bejaard’: stramme benen en veelvuldig doktersbezoek. Maar hij weigert te geloven dat het leven dan alleen nog maar moet bestaan uit achter de geraniums zitten met een bakje koffie en wachten op het einde. OMANIDO neemt het heft in handen. Aan de clubtafel is praten over ziektes en kwalen voortaan taboe. De clubgenoten passeren de verzuurde instellingskok met zelf bereide maaltijden. Ze gruwen van het jaarlijkse – en we gaan nog niet naar huis! – busreisje naar de Keukenhof. Om de beurt organiseert een van de rebellen een exclusief rollatorvriendelijk uitstapje of een etentje in een exotisch restaurant. Het leven krijgt weer glans.

Verborgen wensen

Bij studio BRUIS spreken we niet over OMANIDO maar van BRUIS-kringen. Of voor wie wil: micro-activiteiten. Het idee is hetzelfde. Organiseer niet meer alles centraal maar stimuleer ontmoeting rond eigen wensen en interesses. En faciliteer indien nodig de daaruit voortkomende zelf gekozen en zelf geregisseerde activiteiten: eet- en breiclubjes, een wandelgroepje, samen naar een concert, verhalen vertelgroepjes en natuurlijk klassiekers als de klaverjasclub en de bingo. Dat lijkt simpel, maar vraagt van iedereen een behoorlijke omslag: bewoners, bewonerscommissie, professionals. Een mooi voorbeeld is woon-zorgcomplex Elisabeth in Zutphen. Tachtig appartementen, nu nog domicilie van een grote zorgaanbieder, over enige tijd een woongebouw voor zelfstandig wonende senioren in handen van een woningcorporatie. De heer Lustenhouwer woont er nu voor het derde jaar en volgde de training Studio BRUIS, samen met een medewerker van corporatie Ons Huis. Geïnspireerd door de training vroeg Lustenhouwer medebewoners naar hun wensen, ideeën en vragen over samenleven in het gebouw. Oef! Dat was nog nooit gebeurd. Sommigen moesten even van de schrik bekomen. Anderen vonden deze vraag een verademing. Onder de oppervlakte barstte het van de wensen. Waarom is er geen kerstdiner meer? Kan er niet af en toe een tentoonstelling georganiseerd worden? Graag een winkeltje voor eerste benodigdheden in huis. Het barstte ook van de energie. Ik wil een bridgeclub starten. Kunnen we een high tea doen af en toe? Kunnen we een klusjesgroep starten voor en door bewoners? Kunnen we de tuin gedeeltelijk zelf gaan onderhouden? De laatste vraag kwam van een bewoonster van 87 jaar.

Fijn om het zelf te regelen

Ik schuif aan bij een bijeenkomst van de bewonerscommissie. Onderwerp: hoe gaan we Studio BRUIS in dit wooncomplex op de kaart zetten? Aan tafel zit ook een activiteitenbegeleider en enkele vrijwilligers uit het dorp die zich inzetten voor het welzijn van de bewoners. Die hebben in eerste instantie zo hun bedenkingen. Een klusjesgroep voor en door bewoners? Niet nodig toch? De vrijwilligers doen dit al jaren met liefde en plezier. Een aanvraag is zo ingediend en echt, de vrijwilligers zijn heel flexibel inzetbaar op doordeweekse dagen tussen 09:00 en 16:00 uur. Ontzettend lief, vinden anderen aan tafel. Maar zij zien een andere toekomst voor het wooncomplex. Er is een groeiende groep bewoners – onder hen veel nieuwkomers – die het fijn vindt om zelf dingen te regelen. Om er zelf over te gaan. Onder elkaar, 24/7. Zij zien een woongemeenschap voor zich, geen instituut. Niet alles hoeft aangedragen te worden door professionals en vrijwilligers van buiten.

Eerste lessen

Er is veel verbogen talent in huis. Lustenhouwer noemt het voorbeeld van een alleenstaande Italiaanse man die hier al jaren woont. Hij spreekt vrijwel niemand. ‘De taal hè?’ Lustenhouwer vroeg hem of hij het leuk zou vinden om aan een paar mensen Italiaanse les te geven. Daar had de man nog nooit aan gedacht. Hij fleurt ter plekke helemaal op. Een andere bewoner, eveneens weinig contacten, blijkt erg van klassieke muziek te houden. ‘Een keer per week samen met enkele andere bewoners een uurtje naar Radio 4 luisteren, zou dat iets zijn voor u?’ Weer een blij gezicht. Sterker nog, dat wil de muziekliefhebber best zelf organiseren. Hoe simpel kan het zijn. Lustenhouwer: ‘Mensen vinden het fijn als ze iets kunnen betekenen voor een ander. Daar zit geen leeftijdsgrens aan. Je moet het alleen soms even vragen. We moeten niet zo bang zijn om elkaar iets te vragen.’

Zo leren we werkende weg de eerste lessen in Studio BRUIS. Zet in op ontmoeting. Spreek mensen persoonlijk aan. Zoek de energie, het talent. Geef aan wat allemaal wel kan. Stimuleer dat mensen zelf dingen oppakken en stop met alles centraal willen organiseren. Durf elkaar iets te vragen.

Meer lessen in mijn volgende blog. Heb jij ook ervaring of ideeen? Hoe maak je van een wooncomplex een bruisende gemeenschap?
Wil je reageren? info@activage.nl

Portfolio Items