Berichten

Het geluk van Vlaardingen. Deel 4: Eeuwige vlammetjes


Gemeenschapsvorming in een 55+ wooncomplex

Dit is het vierde en laatste deel in mijn blogreeks over gemeenschapsvorming in het nieuwe Vlaardingse 55+ wooncomplex Erasmusplein. Deel 1 behandelde de uitgangspunten van Studio BRUIS, een methode voor community building in 55+ wooncomplexen. Deel 2 ging over de eerste stappen: elkaar leren kennen, inspiratie delen en plezier maken in de aanloop naar de verhuizing. In deel 3 zagen we hoe het echte werk begon met een vijfkoppige initiatiefgroep van bewoners en een gespreksgroep met veertien deelnemers. Nu het laatste deel! Over consolidatie, verduurzaming en de brug slaan naar de omliggende buurt.


Deel 4. Eeuwige vlammetjes

Over consolidatie, verduurzaming en de brug naar de buurt

 

Spontane acties

Even lijkt Corona de grote spelbreker, maar dankzij versoepelingen tijdens de zomer van 2020 grijpen bewoners hun kansen. Aangestoken door het enthousiasme van de initiatiefgroep en de gespreksgroep, ontstaan diverse spontane bewonersacties, zoals enkele tuinfeesten, een plantenbak-actie, een ideeënbus, een minibieb, een verjaardagskalender en zelfs een schoonmaakploeg voor het ontsmetten van de centrale ruimten. De hiervoor benodigde schoonmaakmiddelen worden gratis ter beschikking gesteld door woningcorporatie Waterweg Wonen.

Contact met de buurt

Zo zijn we flink op weg. Volgens de definitie van Studio BRUIS is een sociaal vitale woongemeenschap te herkennen aan vijf indicatoren:

1.       bewoners kennen elkaar;
2.       voelen zich verbonden voelen met elkaar;
3.       verlenen elkaar praktische hand- en spandiensten;
4.       doen mee aan activiteiten;
5.       organiseren zelf ook activiteiten.

Terugkijkend op het geheel zien we dat er op alle indicatoren flink meters zijn gemaakt. Het vuur blijft branden! Eén punt lijkt wat onderbelicht: contact met de buurt. De ‘Erasmussen’, zoals de bewoners zich inmiddels noemen, willen geen naar binnen gekeerde enclave zijn zonder contacten met de buurt. Met spijt in het hart hebben enkele ‘uithuizige’ clubs voorzichtigheidshalve hun activiteiten buitenshuis opgeschort. Zoals de uit-etenclub, de sportclub en de museumclub; deze komen als gevolg van Corona vooralsnog niet in de actiestand.

Ondanks deze moeilijke omstandigheden is op allerlei manieren overbruggend contact met de buurt gelegd. Zo is tijdens een wijkwandeling (zie deel 2) en een reeks van vijf gespreksbijeenkomsten (zie deel 3) onderzocht hoe de startende woongemeenschap de brug naar de buurt kan slaan. Complexbewoners zijn immers ook buurtbewoners. In de buurt kun je halen én brengen. Omdat de Erasmussen barsten van het talent en in korte tijd een sociaal veerkrachtige groep zijn geworden, kunnen ze écht iets betekenen voor hun buurtgenoten. Voor de Vlaardingse Westwijk, een buurt met veel lage inkomens, is dat een welkome verrijking. Een mooi voorbeeld is de Erasmus papierprikgroep. Heel concreet en zichtbaar draagt deze club bij aan een schone, hele en veilige buurt. Duimen van passanten gaan omhoog; er worden praatjes aangeknoopt: “Ach zijn júllie die bewoners van dat nieuwe flatgebouw?” Als blijk van waardering bezorgt de nabijgelegen Super alle bewoners van het wooncomplex een pakketje met lekkernijen.

Sociale kaart

Ook heeft een groepje bewoners een begin gemaakt met het inventariseren van instellingen, organisaties en bewonersinitiatieven in de buurt. Wat is er allemaal te doen op het gebied van gezondheid, welzijn, ontmoeting, sport, enzovoort? Het inkleuren van de sociale kaart is een vast onderdeel van de BRUIS methode. Die ziet uitwisseling met de omliggende buurt als een kenmerk van een krachtige woongemeenschap. Er zijn plannen om contact te leggen met de scholen, waar diverse Erasmussen zich verdienstelijk kunnen maken als voorleesopa’s en -oma’s, oversteekhulpen en groene adviseurs in de schooltuintjes. De initiatiefgroep sluit zich aan bij het regulier buurtoverleg van initiatieven in de Westwijk. Zo zetten de Erasmussen zich stap voor stap op de sociale kaart van de Vlaardingse Westwijk.

Consolidatie: van idee naar verhaal

In deze blogreeks hebben we gezien hoe de Erasmussen het centrale idee ‘omzien naar elkaar’ vorm hebben gegeven in een daadwerkelijk gepraktiseerd woonverhaal: het verhaal van appartementencomplex Erasmusplein. Een wooncomplex waar veel te doen is, waar het gezellig is, waar mensen elkaar kennen en naar elkaar omzien en waar iedereen een steentje bijdraagt, binnen én buiten de eigen gemeenschap. In een eigen Manifest leggen de Erasmussen vast wat samen ouder worden in een woongemeenschap voor hen betekent. Daarbij baseren ze zich onder meer op uitspraken van bewoners tijdens de laatste bijeenkomst van de gespreksgroep, begin september 2020.

Organisatievorm

In de laatste fase van het project – ruim een jaar na de start – krijgt de ontwikkelde bewonersbeweging meer structuur. Eind november 2020 draagt de initiatiefgroep het stokje over aan de dan gevormde Activiteitencommissie Erasmusflat, een bewonersorgaan met een eigen verenigingsstatus. De Activiteitencommissie maakt gebruik van reguliere ondersteuningsmogelijkheden die Waterweg Wonen biedt aan bewonersorganisaties in wooncomplexen, zoals advies en een potje voor de financiering van activiteiten. Voor de ‘tijdelijke buitenboordmotor’ Kees Penninx van bureau ActivAge is dit het moment om het stokje over te dragen aan de woongemeenschap die nu op eigen benen staat.

Gemeenschapsvorming: nooit af

Zoals het gebouw professioneel fysiek onderhoud nodig heeft, zo heeft een woongemeenschap van huurders op gezette tijden professioneel sociaal onderhoud nodig. De opdracht van de nieuwe Activiteitencommissie is om het woonconcept Erasmusplein ook in de toekomst fris en fruitig te houden. De bewoners krijgen daarin enkele uren per week praktische en inhoudelijke ondersteuning van Carla Loos, bewonersconsulent in dienst van Waterweg wonen. Vanaf het begin is Carla bij Studio BRUIS betrokken geweest. Deze permanente steun in de rug geeft de bewoners ook in de toekomst het idee dat ze ergens op terug kunnen vallen als ze even niet verder komen. Ook bemiddeling en conflicthantering van buiten kunnen ooit wellicht nodig zijn, zoals de ervaring leert in sommige oudere wooncomplexen. Noem het waakvlamcontact. Gemeenschapsvorming is als het brandend houden van talloze kleine vlammetjes. Het is een boeiend fenomeen. Al was het alleen maar vanwege het feit dat het nooit af is.

Benieuwd naar het hele verhaal? Lees hier alle blogdelen Het geluk van Vlaardingen.

Mevrouw Hanson komt niet meer ‘beneden’

We bevinden ons in een 55+ wooncomplex van 275 appartementen in Rotterdam. De voorzitter van de bewonerscommissie maakt zich zorgen. Mevrouw Hanson (79) komt al enige tijd niet meer naar het borreluurtje Beneden. ‘Beneden’ is het woord dat bewoners van dit wooncomplex gebruiken voor de gemeenschappelijke ruimte. De ruimte bevindt zich in de plint van het gebouw op de begane grond. Vandaar: Beneden.

Woningcorporaties bezitten tezamen enkele tienduizenden van deze appartementencomplexen voor senioren. Met een deel van deze wooncomplexen gaat het de laatste jaren niet zo goed. Toenemende eenzaamheid, anonimiteit en sociale onveiligheid baren bewoners en corporaties zorgen. In een poging om (à la Hendik Groen) samen met bewoners ‘iets van het leven te maken,’ helpt ActivAge deze wooncomplexen bij gemeenschapsopbouw, gebruik makend van de beproefde methodiek Studio BRUIS – Samen Buurten.

Doorgaans lukt dat heel aardig. Maar een prangende vraag dringt zich op: bruist het nou dankzij, of ondanks de gemeenschappelijke ruimte? Terug naar Mevrouw Hanson. Zou ze ziek zijn, vraagt de bewonerscommissie zich af. Navraag leert iets anders. Mevrouw Hanson is niet ziek. Ze schaamt zich. Diep van binnen voelt ze zich ongelukkig tijdens het borreluurtje. Wat blijkt? Mevrouw Hanson kan niet voldoen aan de onderlinge verwachting van de borrelaars om elkaar om de haverklap een rondje te geven. Ze heeft er het geld niet voor. Als ze voor de zoveelste keer een aangeboden drankje weigert, barst opeens iemand uit: mens, doe toch niet zo flauw! Het huilen staat mevrouw Hanson nader dan het lachen. Dan neemt ze een besluit. Dit was de laatste keer dat ze bij het borreluurtje was. Bekijken jullie het maar, denkt ze. En weg is ze.

‘Beneden’. Bewoners zeggen die ruimte enorm belangrijk te vinden. Corporaties steken er veel geld in. Ontmoeting, gezelligheid, positief imago, woonplezier. Allemaal dankzij ‘Beneden.’ Maar achter de roze wolk van sociale cohesie zie ik soms lelijke dingen. Zoals parochialisering: toe-eigening van de ruimte door een zelf-beherende kliek die bepaalt welke activiteiten mogen en welke niet. Zoals sociale uitsluiting van nieuwe bewoners: “Hallo, u kunt daar niet zitten hoor, daar zit mevrouw Damen.” Zoals alcoholmisbruik, mogelijk gemaakt door de vaak aanwezige tapvergunning. Stevige drinkers hangen luidruchtig aan de bar en doen iets te jolig naar medebewoners. Buurtbewoners van buiten komen er al helemaal niet meer want dan wordt het een café en dat mag niet van de Horecawet.

‘Beneden’ dus. Wat is het daar gezellig zeg. Van wie is die ruimte eigenlijk? En wat willen corporaties ermee?

 

Deze tekst verscheen eerder als column in het tijdschrift Stedebouw en architectuur, jaargang 37, nr.1, april 2020

Vitale Wooncomplexen – Deel 1. OMANIDO

Woningcorporaties merken al geruime tijd dat veel wooncomplexen van senioren na van verloop van tijd hun kracht verliezen. Bewoners worden ouder, hebben meer zorg nodig en ontmoeten elkaar minder vaak. Met het Experiment Vitale Wooncomplexen onderzoekt kennisinstituut Platform 31 samen met bewoners van tien wooncomplexen hoe zij van hun woongebouw een bruisende sociale gemeenschap kunnen maken. ActivAge ontwikkelde hiervoor de methode Studio BRUIS – Samen buurten. We trainden bewoners en corporatiemedewerkers en coachen hen nu op locatie. In deze blog hou ik je graag op de hoogte van de bevindingen rond dit prachtige experiment.

Sociale BRUIS in 55-plus complexen

Er staan in Nederland al gauw enkele duizenden van zulke wooncomplexen. Kenmerken: veertig tot soms meer dan 350 appartementen, sociale woningbouw, niet altijd in de sterkste wijken, officieel 55+ maar meestal 75+. Waar willen we naar toe? In het Experiment hebben we ‘bruisend’ zo omschreven:

  • bewoners kennen elkaar;
  • voelen zich verbonden met elkaar;
  • doen actief mee met activiteiten;
  • organiseren zelf activiteiten;
  • beheren en benutten zelf de algemene ruimten.

Dat is het ideaal. Wat kunnen bewoners hier zelf aan doen? En hoe kan de corporatie hun zelfwerkzaamheid ondersteunen? Om daar achter te komen heb ik de tien deelnemende complexen bezocht en heel veel bewoners gesproken. Ik snapte hun zorgen best. Het is gewoon niet leuk als je merkt dat die ooit druk bezochte activiteiten keihard teruglopen. Als de gemeenschappelijke ruimte steeds vaker leeg staat. Als mensen zich terugtrekken in hun woning en je om je heen steeds meer eenzaamheid voelt. Tijdens werkbezoeken vraag ik: wie kan daar wat aan doen? Ik voel hun aarzeling. Daar hadden we de activiteitenbegeleiding en de bewonerscommissie toch voor? Op zo’n moment is het tijd voor OMANIDO.

OMANIDO

OMANIDO staat voor ‘Oud maar niet dood’. Het is de naam van de rebellenclub van Hendrik Groen, 83 ¼ jaar, bewoner van een seniorencomplex in Amsterdam Noord. Over zijn ervaringen schreef Groen twee verrukkelijke dagboeken. In het eerste, Pogingen om iets van het leven te maken, leren we Groen kennen als ‘technisch bejaard’: stramme benen en veelvuldig doktersbezoek. Maar hij weigert te geloven dat het leven dan alleen nog maar moet bestaan uit achter de geraniums zitten met een bakje koffie en wachten op het einde. OMANIDO neemt het heft in handen. Aan de clubtafel is praten over ziektes en kwalen voortaan taboe. De clubgenoten passeren de verzuurde instellingskok met zelf bereide maaltijden. Ze gruwen van het jaarlijkse – en we gaan nog niet naar huis! – busreisje naar de Keukenhof. Om de beurt organiseert een van de rebellen een exclusief rollatorvriendelijk uitstapje of een etentje in een exotisch restaurant. Het leven krijgt weer glans.

Verborgen wensen

Bij studio BRUIS spreken we niet over OMANIDO maar van BRUIS-kringen. Of voor wie wil: micro-activiteiten. Het idee is hetzelfde. Organiseer niet meer alles centraal maar stimuleer ontmoeting rond eigen wensen en interesses. En faciliteer indien nodig de daaruit voortkomende zelf gekozen en zelf geregisseerde activiteiten: eet- en breiclubjes, een wandelgroepje, samen naar een concert, verhalen vertelgroepjes en natuurlijk klassiekers als de klaverjasclub en de bingo. Dat lijkt simpel, maar vraagt van iedereen een behoorlijke omslag: bewoners, bewonerscommissie, professionals. Een mooi voorbeeld is woon-zorgcomplex Elisabeth in Zutphen. Tachtig appartementen, nu nog domicilie van een grote zorgaanbieder, over enige tijd een woongebouw voor zelfstandig wonende senioren in handen van een woningcorporatie. De heer Lustenhouwer woont er nu voor het derde jaar en volgde de training Studio BRUIS, samen met een medewerker van corporatie Ons Huis. Geïnspireerd door de training vroeg Lustenhouwer medebewoners naar hun wensen, ideeën en vragen over samenleven in het gebouw. Oef! Dat was nog nooit gebeurd. Sommigen moesten even van de schrik bekomen. Anderen vonden deze vraag een verademing. Onder de oppervlakte barstte het van de wensen. Waarom is er geen kerstdiner meer? Kan er niet af en toe een tentoonstelling georganiseerd worden? Graag een winkeltje voor eerste benodigdheden in huis. Het barstte ook van de energie. Ik wil een bridgeclub starten. Kunnen we een high tea doen af en toe? Kunnen we een klusjesgroep starten voor en door bewoners? Kunnen we de tuin gedeeltelijk zelf gaan onderhouden? De laatste vraag kwam van een bewoonster van 87 jaar.

Fijn om het zelf te regelen

Ik schuif aan bij een bijeenkomst van de bewonerscommissie. Onderwerp: hoe gaan we Studio BRUIS in dit wooncomplex op de kaart zetten? Aan tafel zit ook een activiteitenbegeleider en enkele vrijwilligers uit het dorp die zich inzetten voor het welzijn van de bewoners. Die hebben in eerste instantie zo hun bedenkingen. Een klusjesgroep voor en door bewoners? Niet nodig toch? De vrijwilligers doen dit al jaren met liefde en plezier. Een aanvraag is zo ingediend en echt, de vrijwilligers zijn heel flexibel inzetbaar op doordeweekse dagen tussen 09:00 en 16:00 uur. Ontzettend lief, vinden anderen aan tafel. Maar zij zien een andere toekomst voor het wooncomplex. Er is een groeiende groep bewoners – onder hen veel nieuwkomers – die het fijn vindt om zelf dingen te regelen. Om er zelf over te gaan. Onder elkaar, 24/7. Zij zien een woongemeenschap voor zich, geen instituut. Niet alles hoeft aangedragen te worden door professionals en vrijwilligers van buiten.

Eerste lessen

Er is veel verbogen talent in huis. Lustenhouwer noemt het voorbeeld van een alleenstaande Italiaanse man die hier al jaren woont. Hij spreekt vrijwel niemand. ‘De taal hè?’ Lustenhouwer vroeg hem of hij het leuk zou vinden om aan een paar mensen Italiaanse les te geven. Daar had de man nog nooit aan gedacht. Hij fleurt ter plekke helemaal op. Een andere bewoner, eveneens weinig contacten, blijkt erg van klassieke muziek te houden. ‘Een keer per week samen met enkele andere bewoners een uurtje naar Radio 4 luisteren, zou dat iets zijn voor u?’ Weer een blij gezicht. Sterker nog, dat wil de muziekliefhebber best zelf organiseren. Hoe simpel kan het zijn. Lustenhouwer: ‘Mensen vinden het fijn als ze iets kunnen betekenen voor een ander. Daar zit geen leeftijdsgrens aan. Je moet het alleen soms even vragen. We moeten niet zo bang zijn om elkaar iets te vragen.’

Zo leren we werkende weg de eerste lessen in Studio BRUIS. Zet in op ontmoeting. Spreek mensen persoonlijk aan. Zoek de energie, het talent. Geef aan wat allemaal wel kan. Stimuleer dat mensen zelf dingen oppakken en stop met alles centraal willen organiseren. Durf elkaar iets te vragen.

Meer lessen in mijn volgende blog. Heb jij ook ervaring of ideeen? Hoe maak je van een wooncomplex een bruisende gemeenschap?
Wil je reageren? info@activage.nl

Portfolio Items